Dag 5: Santiago, de blijde intrede

 

Deze morgen begon met een toch wel karig ontbijt, zonder fruit of yoghourt maar met voldoende vlees en zoetigheid om energie op te doen en dat is wat de fietsers toch zullen nodig hebben. Ze zijn vermoied na twee zware dagen en deze ochtend was dat wel aan de gezichten te zien. Er volgt nog een lange rit met hier en daar een paar taaie beklimmingen maar veel wordt goed gemaakt door de gedachte dat ze vanavond, na drie of vier jaar eindelijk in Santiago zullen aankomen en dat er bovendien voor morgen een rustdag is ingelast.

Het was fris deze morgen en buiten Sarria hing er een dikke nevel en zelfs dichte mist. De eerste stop was voorzien in Portomarin en ik reed er dan ook heen.
Het is een klein stadje dat eigenlijk nieuw is opgebouwd doordat het oude Portomarin volledig onder water is gezet bij de bouw van een stuwmeer. Enkele hsitorische gebouwen werden steen na steen afgebroken en nadien hogerop in het nieuwe Portomarin weer opgetrokken. Zo ook de kerk San Juan (zie eerste foto) waarje op de stenen nog de nummers kunt lezen die er werden opgezet om nadien alles precies steen na steen weer op te bouwen. Toen ik mijn koffie aan het drinken was (kost 1 euro voor een lekkere kop) kreeg ik een telefoontje van de groep dat ze beneden aan de brug over de rivier bij Portomarin stonden en allemaal verkleumd waren van de kou en dat ze dus door zouden rijden om zich te verwarmen in plaats van naar boven te komen in het dorp.
In dat dorp kwamen intussen bussen en taxi’s toe met pelgrims die van hieruit naar Compostela zouden stappen en bovendien ook nog hun credential zouden krijgen (je moet minstens 100 km stappen). St Jacob is voor de middenstand hier in Spanje een echte beschermheilige want ze doen hier nogal zaken rond zijn persoon, het is een echt handeltje geworden waarbij ingetogenheid ver te zoeken valt. Maar dat zal wel the way of the world zijn en de verlokking van het geld. Ook op de O Cebreiro hadden we dat al gezien: volle ladingen fietsen werden er afgezet om de afdaling te doen en verder naar Compostela te fietsen, zonder Iganeta, zonder Cruz de Fer of  O Cebreiro. Als ik dat vergelijk met wat onze fietsers hebben gereden en beklommen, dan vraag je je toch af wat al die credencials waard zijn.

Nadat ik de ploeg nog eens had onderschept tussen Portomarin en Melide, waar wat voorraad werd opgedaan, reed ik door, net zoals de fietsers naar Melide waar we dan ’s middags samen aten en waar een fietser met zeer gevoelige delen zich weer eens moest terugtrekken voor de obligate smeerbeurt. Onderweg groeide het aantal wandelaars maar steeds aan, hele groepen zag je, soms jonge kinderen van eenzelfde school, dan weer een stapper met zijn twee honden en zelfs een aantal mensen te paard en de golf groeide maar aan.
Na het eten in een parkje in het centrum van Melide ging het dan richting einddoel Santiago, zo’n 52 km verderop. De tocht ging langs Palas de Rey waar niet werd gestopt om de goede reden dat het dorp al heel vroeg een slechte naam kreeg. Wat gebeurde er daar dan wel? Welnu, men had de gewoonte om sommige vrouwen vanuit Palas de Rey naar de pelgrims toe te sturen of zelfs al in het bed van pelgrims te gaan laten liggen in de opvangcentra om ervoor te zorgen dat ze een warm bed hadden om in uit te rusten. Die dametjes verzorgden zo de vermoeide pelgrim die al lang van vrouw en thuis weg was met als gevolg dat de pelgrim niet echt veel rust kreeg en bovendien heel wat armer vertrok dan hij was aangekomen omdat die dames de onhebbelijke gewoonte hadden ’s ochtends enige geldelijke compensatie te vragen voor het verwarmen van het bed en verstijfde (van de kou) lichaamsdelen. Het is niet geweten of een dergelijke service ook door de mannen van Palas de Rey aan vrouwelijke pelgrims werd aangeboden en wat in dat geval de gehanteerde barema’s waren. Wellicht zijn deze bandeloze en zedeloze praktijken al lang uitgestorven, maar om alle moeilijkheden te vermijden, werd de stad dus met een grote boog gemeden.
Na Palas de Rey was er nog Arzua en Monte de Gozo waar door het dichtslibben van het terrein tussen die monte en Santiago zelf met allerlei gebouwen , het prachtige zicht op de eindbestemming is verdwenen. Voor de vroegere pelgrims moet dit hier een hemelse aanblik zijn geweest, want ze zagen na maanden het einddoel van hun verre gevaarlijke en moeizame tocht. Nu, nada.

Terwijl onze fietsers verder zwoegden, reed ik naar Santiago en na wat omrijden vond ik ons hotel Capitole Boutique in de doodlopende straat Concepcion Arenal. Bij het hotel was een ondergrondse parking waar onze wagen met een paar centimeter ruimte boven het dak en een paar centimeter ruimte links en rechts, door mij werd binnengewerkt dankzij de keurige aanwijzingen van de mevrouw aan de balie. De wagen staat veilig beneden. Hoe hij er weer uiraakt is een vraag voor overmorgen. Een lichtpunt is wel dat een grondige inspectie van de wagen uitwees dat er geen enkele kras te vinden was. Hier ga ik dsu vrijuit. Ik betrok mijn kamer en vertrok naar het plein voor de kathedraal waar ik de fietsers zou opwachten voor hun blijde intrede.

Ik besloot intussen even een kijkje te nemen inde kathedraal en het was een ontgoocheling van jewelste: alles is met plasticwanden afgedekt of staat in stellingen. Van alle zo geroemde schatten is zo goed als niets te zien. Als je dan toch iets wil zien, kun je beter in een fotoboek kijken in de officiële tienda van de kathedraal. Ik kon hier dus niet echt veel tijd spenderenom het wachten in te korten. Danmaar naar het internationale huis van de pelgrim waar je je stempelboekje kunt omruilen voor de credecial, het officiële bewijs dat je een echte authentieke pelgrim bent die de hele afstand te voet of met de fiets heeft afgelegd (in deze modere tijd beperkt tot respectievelijk 100 of 200 km). Ik werd uitgelegd hoe het werkte en ik moest een ticket nemen uit een automaat en plaats nemen inde wachtzaal die al vol zat met ongeduldige perogrino’s. Ze waren toen aan nummer 457 en ik had nummer 876.
Ik kon dus nog lang wachten om voor de vierschaar te verschijnen want alles wordt gekeurd en indien er ook maar enige twijfel bestaat wordt de credecial geweigerd. Het was mij echt niet om dat papiertje te doen en dus heb ik ze laten wachten. Er zal wel een andere pelgrim gelukkig zijn dat ik me niet heb aangemeld en dat zijn nummer dus net iets vlugger aan bod zal zijn gekomen. Ik ben hier en dat volstaat voor mij en trouwens ook voor de andere groepsleden: het ging om het gezamenlijk avontuur en de sportieve inspanning voor de fietsers en niet om een papiertje.
En ik dus wachten op de fietsers. Intussen kwamen andere groepen aan op het plein dat trouwens nauwlettend in de gaten werd gehouden door zwaarbewapende agenten. Die nieuw aangekomen groepen deden dan een dansje of vielen elkaar inde armen of uitten allerlei kreten die niet steeds op een goedlachse blik van de policia konden rekenen. Er was trouwens niet zo veel volk op het plein, ik had mij een massa voorgesteld, maar hier liep je echt niet op de koppen. Velen lagen in de schaduw te bekomen van hun inspanningen of trokken foto’s van elkaars geluk.
Het had toch wel iets onwezenlijks. Lang was Santiago een verre stad geweest waar we ooit wel eens zouden aankomen en zelfs deze ochtend leek het nog onwerkelijk en nu zat ik hier naar de kathedraal te kijken waarvan de torens scherp afgelijnd hoog in het heldere en felle blauw van de Gallische lucht afstaken. En terwijl ik dit dacht, wachtte ik verder op de fietsers en toen hoorde ik van een van hen dat ze in aantocht waren. Ik trok meteen naar ed Rua de Hortas om ze daar te filmen terwijl ze de laatste helling naar het plein opreden een beetje zoals het biienrijden van de velodroom op het einde van Parijs-Roubaix. En ik wachtte terwijl ik hoopte dat ik nog voldoende energie in mijn batterij had om te filmen, en ik wachtte en ze kwamen niet  en de klokken van de kathedraal sloegen zes uur precies en niets in de Rua de Hortas, toen ik plots vanuit de nadere hoek iemand mijn naam hoorde roepen en ze er waren, aangekomen op klokslag zes uur. Iedereen gelukkig, kussen en handen geven ennaar huis bellen en de obligate foto’s maken om alles later nog eens voor de geest te kunnen roepen. De taak wal volbracht en het was elke druppel zweet waard geweest, zoals een van hen zei en dat is ook zo. Wat een prestatie, wat een inspanningen, maar nu ze het gehaald hebbe, zullen die vlug vergeten zijn. Wat blij zal blijven is de vreugde van de aankomst op dat plein en de overgave waarmee de fietsen in de lucht werden gestoken.

image

En dan werd het avond en de atleten hadden recht op hun rust. Na een lekkere maaltijd met vlees voor de enen en paëlla voor de anderen, lonkte het bed. Ik hoop dat die dames en heren van Palas de Rey niet tot hier zijn geraakt, zodat ze lekker kunnen slapen, want morgen is het een rustdag maar daarna moet er weer en verder gefietst worden. Maar nu eerst rusten.

Omschrijving 5: Doris Day zong al in het Engels wat deze blinde jongen in het Spaans zingt.

Een gedachte over “Dag 5: Santiago, de blijde intrede

Plaats een reactie