Rainbows all over your blues (John B. Sebastian)

Een ietwat meewoedige titel in de Woodstock sfeer, we begonnen met de viering van het festival en we eindigen er ook mee en weemoed past ook bij het einde van dit fietsavontuur: terugdenken aan mooie momenten, zware inspanningen en de blijheid van het bereiken van het einddoel en toch ook wel weer gelukkig zijn dat we goed en wel thuis zijn in onze vertrouwde omgeving. Je moet met plezier op reis vertrekken maar je moet ook met plezier terug naar huis komen.

Ben ik nu in Spanje geweest? Ongetwijfeld. Heb ik Spanje gezien? Een heel klein stukje ervan. Wanneer ik het dus verder over Spanje heb, en bij uitbreiding over de route in Frankrijk, dan heb ik het enkel over de plaatsen waar ik met de fietsers ben geweest. Ik hoed mij dus voor veralgemeningen (en ik wil zeker niet op de teentjes trappen van separatisten door hen allemaal het etiket ‘Spanjaard’ op te kleven), want ik kan me gerust inbeelden dat het in Catalonië, in Andalusië, in Extremadura, in Madrid, in Castilla-La Mancha en in andere regio’s anders is dan in die streken waar wij doorheen reden. En zelfs dat is misschien nog een te grove aanpak want het leven in Leon zal wel anders zijn dan dat ik Foncebadon. Een klein voorbeeld is het elkaar begroeten op de straat: in dorpen en kleinere steden is het toch nog de gewoonte om elkaar bij het voorbijgaan te begroeten met ‘Olla’ en ‘Buenas dias’, terwijl dat in grotere plaatsen en steden achterwege blijft. Groeit hier de anonimiteit of is het door het aantal mensen dat je ontmoet gewoon praktisch onmogelijk geworden om iedereen te begroeten? Ik durf er geen antwoord op te geven. Los daarvan zijn de meeste Spanjaarden die ik heb ontmoet, heel vriendelijke en voorkomende mensen die je graag verder helpen, zeker wanneer ze merken dat je een beetje moeite doet om hen in hun eigen taal aan te spreken of iets te vragen. Een paar woorden Spaans zorgen al voor heel wat goodwill en het moet gezegd dat meer en meer Spanjaarden toch wel een mooi woordje Engels kunnen praten. Een ander voorbeeld is het leefritme. Op het platteland sterft het land uit na de middag en het bloeit weer op zo rond vier uur. Gedurende die uren is zo goed als alles gesloten en je kunt er door dorpen lopen zonder een mens op straat te zien, je hoort ze wel binnenshuis maar zien doe je ze niet. In de steden houdt men zich ook nog wel aan dat ritme maar er zijn toch hier en daar al wat barsten: wel wat winkels blijven tijdens de siësta open en je kunt er hier en daar wel eten en drinken, kortom, het leven valt er niet stil zoals in kleine dorpen. Of die invloed vanuit andere Europese landen zich verder zal zetten weet ik niet, de siësta is een hardnekkeige traditie die je niet zomaar verandert hoezeer de wereld van geld en zaken dat ook zou willen.
Die eigen dagindeling merk je ook aan de etenstijden. Ze kijken er vreemd op wanneer je er ’s avonds om 7 uur wil eten en in heel wat kleinere plaatsen is dat gewoon niet mogelijk, ze serveren pas vanaf 8 uur ten vroegste. Je moet je wat dat betreft dus wel aanpassen, maar ‘when in Rome, do as the Romans do’ en ofschoon ze geen Romeinen zijn, geldt dit ook voor Spanje. En met enige inspanning lukt het best wel. Op de kwaliteit van wat je te eten krijgt en de hoeveelheid, valt meestal niets aan te merken, integendeel en ook de prijs zal je reisbudget niet overbelasten.

Op de Camino is er enorm veel te zien en je hebt er dan ook veel tijd voor nodig, zeker wanneer je ook eens wat links en rechts wil gaan bezoeken. Ik heb prachtige steden en dorpen gezien, heel mooie bruggen, kloosters, kerken en kunstschatten en de natuur waardoor je rijdt is heel gevarieerd en indrukwekkend. Het gaat van overvloedig sappig diepgroene streken naar heel bruine dorre streken, van uitgestrekte vlaktes tot heuvelachtig en rotsachtig gebied met hier en daar hoge bergen (toch in de ogen van een Vlaming die zijn plat pays gewoon is). Je rijdt er niet alleen door de ruimte en de natuur, maar ook door de geschiedenis. Ook dat was toch wel een oogopener, want ofschoon wij hier in Vlaanderen op school wel over de Spanjaarden leren, is dat meestal niet in zo’n gunstig daglicht zoals lezers van het Guezenboek van Louis Paul Boon ook wel zullen gemerkt hebben. Een ding kun je niet omheen: de enorme weelde en rijkdom die gevloeid zijn richting kerk, geloof en adel en vorstenhuis. En het gaat daarbij niet enkel om geld en goud maar ook om de enorme creatieve energie die men in dit alles heeft gestopt en misschien zo niet ergens anders voor heeft kunnen gebruiken.

Je kunt niet naast de contrasten kijken die er bestaan tussen platteland en de stad. Ofschoon men een heel ernstige inspanning heeft gedaan en nog doet om de Camino doorheen levendige dorpen en streken te leiden, kom je toch nog steeds in regio’s en dorpen waar de huizen vervallen zijn tot ruïnes en waar de weinige bewoners enkel oude mensen zijn. Je ziet ze in de schaduw met twee of drie op een bankje zitten praten en de wagen met vreemde nummerplaat nakijken, je ziet ze diep naar de aarde toe gebogen met een wandelstok in hun zondagse plunje stapje na stapje naar een nog veel ouder kerkje sukkelen wanneer de klokken klepperen voor de zondagsmis. Ze begroeten je altijd vriendelijk of ze zwaaien terug wanneer je hen een teken uit de wagen geeft, maar ze verdwijnen net als hun dorpjes. Er zijn juweeltjes bij zoals El Acebo op 1.150 m hoogte in de Bierzo (provincie Leon) waar je prachtige houten huizen hebt met uitspringende balcons, waar de straten nog geplaveid zijn en waar je met een wagen met moeite doorheen kunt rijden, ook al doordat de honden in hun eigen dorp en straat zomaar niet uit het midden van de weg gaan waar ze zo zalig liggen. Heel anders is het dan in Foncebadon (1.430 m) dat daar niet eens zover van verwijderd is en een stopplaats is op weg naar de Cruz de Ferro. In het dorp vind je vervallen huizen en de onvermijdelijke en broodnoodzakelijke verblijfplaats voor pelgrims. Men doet er wel een inspanning om het dorpje wat leven in te blazen, maar het blijft een desolate indruk geven. Andere plaatsjes zoals op de top van de O Cebreiro (Pedrafita do Cebreiro) zijn dan wel weer heel toeristische uitgebouwd met souvenirwinkels, cafeetjes en andere gelegenheden. Er heerst een gezellige drukte en het is er goed verpozen na de inspannende tocht naar de top. Hier staat trouwens het kerkje, Santa Maria Réal,  waar een van de bezielers van de ontsluiting van de Camino (naast het aanbrengen van de gekende gele pijlen op de weg, schreef hij een hele goede gids), Don Elias Valina Sampedro,  priester was. Het kerkje is ook gekend voor het mirakel (of zelfs meer dan een) dat er plaatsvond en je vindt er ook een soort graal (maar zo zijn er wel meer in Spanje) die een belangrijke rol speelde bij het mirakel. Tijdens de winter werden de klokken geluid om de pelgrims door de mist te loodsen. Naast het mooie en goed onderhouden kerkje staat het borstbeeld van Valina Sampedro.
Maar hoe bedrijvig ze ook zijn, in die dorpjes vind je toch wel weinig jonge mensen, ze hebben er geen werk en ze zijn blijkbaar uitgeweken naar een grotere stad.

Over het algemeen krijg ik de indruk dat de Camino is het Spaanse gedeeltje wel veel authentieker is dan in Frankrijk. Niet dat er daar niet veel te zien zou zijn, maar de sfeer is anders, ik zou zelfs durven zeggen dat het meer gecreeërd is, dat het niet zo organisch gegroeid is. Op het Spaanse deel en zeker in de dorpen waar je stopt beleven de inwoners met elke peregrino zelf een deeltje van de Camino, in Frankrijk had ik het gevoel eerder een voorbijganger te zijn. Wellicht heeft dat zijn historische gronden en is ook de toeristische industrie hier niet vreemd aan.

Maar het meest wonderlijke van alles wat ik heb gezien zijn de perigrino’s zelf of ze nu te voet of met de fiets de weg afleggen. Sommigen komen van heel ver en doen maanden over het traject, anderen beginnen pas in Sarria of Portomarin omdat ze dan nog net de afstand halen om hun credencial te bekomen.
In Frankrijk vallen ze nog niet echt op behalve in plaatsen als Saint Jean Pied de Port waar ze de Pyreneeën overtrekken, maar in Spanje groeit hun aantal tot je ze in hele drommen ziet lopen langs de weg wanneer je Santiago nadert. Ik heb ze in deze en andere blogs als verschillende keren beschreven en ik zal dit niet nog eens doen, maar ik moet toch nog eens mijn ontzag en respect uiten voor de enorme inspanning die zij hier dag na dag leveren. Ontzag, respect en ook ergens onbegrip, want ik kan er niets teeds bij wanneer ik wil begrijpen wat die mensen drijft. De motivatie, welke die ook is, moet wel heel sterk zijn om te kunnen blijven doorzetten om uiteindelijk de Praza do Obradoiro en het punt ‘nul’ in Santiago te bereiken. Het is dan ook begrijpelijk dat sommigen het plein met hun laatste krachten al roepend komen opgestormd als uiting van hun vreugde en geluk dat ze hun einddoel hebben bereikt. Wanneer je zelf niet hebt gewandeld of gefietst kun je daar zo meteen niet bij, maar de blikken in de ogen van zij die het wel deden, vertellen boekdelen. Dus van hieruit, ook al lezen zij het niet, een heel dikke en welgemeende proficiat voor het volbrengen van die lange en moeizame tocht.

Na die algemene afsluitende bemerkingen rest mij natuurlijk nog de juiste uitslag van de wedstrijd te geven:

1. Santana, Samba Pa Ti of Oye como va of Corazon Espinado (en we kunnen nog even doorgaan).
2. Mocedades, Eres tu
3. Peret, Borriquito
4. Los Lobos, La Bamba
5. José Feliciano, Ché sara
6. Tacabro, Tacatà
7. Los del Rio, Macarena
8. The Sandpipers (of anderen), Guantanamera
9. Lara Fygi, Bésame Mucho

Helaas, driewerf helaas, niemand heeft alle nummers juist geraden en dus kan dit jaar de prijs niet worden uitgereikt. Om jullie toch te doen watertanden en ervoor te zorgen dat jullie bij een andere wedstrijd jullie volledig inzetten, wil ik melden dat jullie zo een driedaagse busreis naar Ardooie met bezoek aan alle monumenten en bezienswaardigheden, inclusief een stop aan Belgian tobacco waar sigaretten en chocola taksvrij in grote voorraad kan worden gekocht en een privé optreden van een lokale wereldster hebben mislopen. Ik zou zo zeggen, doe zo voort, maar volgende keer beter.

 

Dag 9: I’m going home (Ten Years After)

Een dagje vroeger dan voorzien werd de laatste rit aangevangen. Na het ontbijt, ging het richting Tours waar we wat vertraging opliepen door wegenwerken. Terwijl ik even achterin de wagen zat, kon ik scores geven voor correct voorsorteren, inhalen, snelheid en het kiezen van de juiste poort bij de péage. Over de hele rit werd er geen enkele wagen gesignaleerd op de borden boven de weg waarop de Fransen nu de tactiek van name and shame toepassen. Bij te snel rijden, verschijnt de nummerplaat van de wagen duidelijk voor iedereen zichtbaar met de melding: ‘XXXX roule trop vite’. Meestal remt de betrokken wagen dan wel af, ofschoon dat niet altijd het geval is. Tot in Parijs ging alles vlot en dan, begonnen de verwachte problemen aan afrit A6b die ons een vertraging deden oplopen van 16 minuten. Alles bijeen was dat nog een succes. Het is eigenlijk een wonder dat er niet meer ongevallen gebeuren met zo’n druk verkeer. Je vraagt je soms af waar al die wagens vandaan komen. Bovendien worden noodzakelijke interventies, zoals wegtakelen, met de nodige snelheid uitgevoerd waardoor het verkeer dus toch nog relatief vlot blijft verlopen. Bij het rijden over de BP konden we nog een glimp opvangen van de Eiffeltoren en van de Tour Montparnasse, maar dat was het voor Parijs voor ons. Bij het naderen van onze respectieve thuishavens werd het wel wat stiller in de wagen. Dat is altijd zo, want blijkbaar is iedereen dan al wat met zijn gedachten bij thuis. Eerst werd onze boy uit Roeselare afgezet En hier moet ik een rechtzetting doen: overal waar ik in deze blog heb geschreven over ‘Rumbeke’, moet dit vervangen worden door ‘Roeselare’ en dat wegens mijn gebrekkige kennis van die kant van West-Vlaanderen. Het was de gelegenheid om nog een oud-fietser te ontmoeten, Louis, die ons op een vorige tocht had vergezeld en die wellicht nog altijd nare herinneringen heeft aan de tocht naar Angoulême waar hij de laatste kilometers niet meer op zijn zadel wou gaan zitten. We hopen dat alles nu al wel geheeld is.
Daarna deden we een andere West-Vlaamse metropool aan, Snellegem waar een paar van de fietsers het moeilijk hadden om een kleine lieve puppy niet verder mee te nemen in de wagen en dan ging het richting Oostende waar uw verslaggever ook werd gedropt.

Wat er hierna verder met de wagen en de laatste fietsers is gebeurd, kan ik u niet vertellen, vermits ik er niet meer bij was en in deze blog enkel waargebeurde en echte feiten staan genoteerd.

Hiermee zijn we aan het einde gekomen van een driejarige blog over ons wedervaren op weg naar Santiago de Compostella. Dikwijls werd uw geduld, beste lezer, op de proef gesteld en misschien vroegen jullie je soms af waar de steller van deze teksten het in godsnaam over had. Wees gerust, dat de betrokken fietsers zich in de teksten herkenden en dat zij huisgenoten en andere belangstellenden steeds kunnen inlichten over de ware toedracht en juiste bedoelingen van deze of gene passage. Tijd dus voor mij om u allen uit te wuiven, maar ik wil dit niet doen zonder u toch een foto mee te geven van de schrijver van deze teksten na een tocht van 108 km . Geef toe dat de vermoeidheid en de fysieke inspanningen bijna niet te merken zijn. En ja dus, de kilometers glijden van mij af alsof het niets was, ik wou dat alle fietsers op deze trektocht hetzelfde zouden kunnen zeggen, Adios!
image

Omschrijving 9: gekend traag nummer over heel veel intens gekus.

Dag 8: A Coruña of niet?

Wij wensen eerst en vooral de lezers te danken voor hun vele reacties op het probleem dat gisteren in de blog werd geschetst. De bemerkingen en suggesties waren van allerlei aard, maar gingen toch meestal in de richting van enige desillusie en onbegrip. Een lezer uit Monaco, die anoniem wenste te blijven en enkel tekende met de initialen T. B. vroeg zich af waarom hij het geheime recept van zijn broekzalf dan had moeten geven aan een van de renners, indien zij toch als doetjes wensten te blijven waar ze waren. Anderen zagen hun vrijheid al met een dag ingekort en vonden een vervroegde terugkeer nogal egoïstisch. Nog andere stemmen lieten ons enigszins aangeslagen weten dat alles nu veel beter draaide in bepaalde gezondheidsinstellingen en vroegen zich af waarom er dus zo nodig een dag eerder naar huis moest worden gekomen. Kortom, het was geen aangename situatie, maar er moest uiteindelijk een beslissing worden genomen en ja, helaas werd Spanje eens te meer het land waarin de democratie met de voeten werd getreden. Ofschoon een minderheid koos om het fietsen te staken, werd toch, omwille van de lieve vrede, door de meerderheid ingestemd om een einde te maken aan het Spaanse avontuur en koers te zetten naar huis.
Een laatste telefonische tussenkomst van Marc op de motor die al vijf keer het parcours was afgereden op zoek naar ons team, mocht niet baten en hij besloot dan maar om de Vuelta, waarvan de rit die dag in A Coruna zou vertrekken, diep ontgoocheld, te gaan verslaan. Nu de beslissing was genomen, zat er niets anders meer op dan in te pakken en te gaan ontbijten. Gelukkig was dit een zeer mooi en rijkelijk ontbijt zodat de stemming er wat op verbeterde.
Na het laden van de wagen vertrokken we dan en we hadden geluk want in de bossen net boven ons stadje, was een bosbrand uitgebroken die voor een vuile laaghangende bruine nevel zorgde en het rijden erdoor wel onmogelijk zou hebben gemaakt. Bij het uitrijden van de stad werd de weg achter ons afgesloten door een aantal wagens van de Guardia Civil, zodat het inrijden niet meer mogelijk was.
We reden terug langs de kustweg met heel mooie uitzichten, maar langzamerhand veranderde het weer wel ofschoon van de sterke wind die de aanleiding was geweest om de rit af te blazen, niet echt veel te merken viel. Het was nu echter te laat om op onze stappen terug te keren. We reden voorbij de Picos de Europa en om 14.00 u. viel er wat regen. Bilbao lieten we links liggen, letterlijk en figuurlijk en we reden ook Guernica voorbij. Alles ging redelijk vlot en zelfs de ring rond Bordeaux werd met enig relatief gemak genomen.
We kwamen rond 21.00 u. aan in hetzelfde hotel waar we vorig jaar ook al hadden gelogeerd, Hotel Saint-Antoine en Angoulême, de hoofdstad van het departement Charente. Hier werd Montignac, van het gekende dieet, geboren en hier vind je ook op muren heel mooie, grote tekeningen van stripfiguren (er is ook een jaarlijks Internationaal Stripfestival en het Franse stripmuseum is er gevestigd). Ne 1092 km rijden hadden we wel wat eten verdiend en we lieten ons al het lekkers in ‘Le lieu dit’, dat we al kenden, dan ook goed smaken.

Omschrijving 8: Lied over een eerlijke man dat door heel velen gezongen werd maar eigenlijk van José Marti is.

Dag 7: ik wil terug naar de kust (Maggie MacNeal)

Mensen die aan de kust wonen, en zo zijn er toch wel een aantal in de groep, willen altijd terug naar de kust. Men zegt wel eens dat zij die het gewoon zijn de zon te zien ondergaan in, het westen, altijd een tikkeltje weemoed in hun ogen hebben en steeds opnieuw aangetrokken worden door die ondergaande zon. Vandaar wellicht dat wij toch ook weer naar de zee wilden, meer bepaald de Atlantische oceaan aan Fisterra en Cabo Fisterra. Maar er is meer want Fisterra is eigenlijk het eindpunt van de Camino, verder dan de Cabo (en de rotsen voor de vuurtoren en het semafoor, raak je niet. Op Praza de Obreidoira mag dan wel het nulpunt van de Camino staan, de echte peregrino’s trekken door tot hier.

 

Maar eerst het begin. We waren op voor het ontbijt om 8 uur en het begin van het zware werk na de rustdag. Er waren geen hoge cols in deze rit, maar die zogenaamde vlakke ritten zijn heel bedrieglijk. Een col in de rit vergt een explosieve inspanning, maar zo’n ‘vlakke’ rit is niet zo vlak als de naam het zegt, het is vaak een opeenvolging van klimmen en dalen en dat vergt een volgehouden inspanningen en is dus zeker even vermoeiend als een rit met een col. Gelukkig zat de wind mee en werden de renners gespaard van regen. Toch was het weer een vermoeiende oefening.
Alvorens die echter kon beginnen, moest de wagen nog uit de garage gehaald worden. Die was er ingeraakt met de hulp van een schoenlepel en het vergde opnieuw een schoenlepel om hem eruit te krijgen: millimeter werk, vooruit, achteruit, bijsturen en uiteindelijk opgelucht ademhalen als de wagen dan eindelijk weer op straat stond. Ik zal nog tweemaal nadenken voor ik zo’n wagen nog eens in een ondergrondse parking stal.

De weg naar onze eerste afspraak liep door eucalyptusbossen en hier en daar zag je nog wel een pelgrim te voet. Fietsers waren er al veel minder, toch niet op het uur waarop de onze rondreden. We spraken af in Limideiro. Ik moest nog inkopen doen en de winkels zijn in deze streek echt niet dik gezaaid. Bovendien moet je goed opletten met plaatsnamen, want er zijn er nogal die hetzelfde zijn soms op 20 of 25 km van elkaar, zoals Pereira en dan kun je mooi verkeerd rijden. Het werd wat fris en nu en dan viel er wel wat regen waar ik reed, maar de fietsers bleken ervan gespaard te zijn geweest. Toen ik bijna in Limideiro was, kreeg ik een telefoontje van de verbindingsman van de groep dat ze naar een dorpje dat zuidelijker gelegen was, zouden rijden, Ologoso. Ik vond dat echter niet op de kaart en ook de GPS had er blijkbaar nog nooit van gehoord, dus werd een nieuw RV punt afgesproken: Olveiroa (de Santiago). Dit bleek bij aankomst daar een plaats te zijn waar toch wel wat pelgrims te voet of met de fiets aankwamen op weg naar of van Fisterra. We namen er dan het middagmaal in gezelschap van een zeer geduldig hondje dat hoopte op een of ander stukje van de gebraden kip (de groep ontzegt zich niets), chorizo was zo niet zijn ding. Zijn lange wachten werd dan ook beloond met wat hapjes.
In die heel groene streek zie je ook heel veel typische horreos, dat zijn oude graanschuren die op hoge poten staan op een zodanige manier dat de ratten niet bij het graan kunnen.

image

En daarna ging het verder en we kwamen dan ook op de weg langs de kust. Je hebt er heel mooie uitzichten over het water, omkaderd met de bomen aan de kant van de weg en de heuvels aan de andere kant van de baai met hier en daar zelfs een stukje goudkleurig zand. Het water heeft een mooie kleur maar of het warm is, is wel een andere vraag. Ik zou er toch niet gaan zwemmen, want er zit ook een sterke en wellicht gevaarlijke stroming.

Tijdens het laatste stuk van de rit, merkte ik dat Rumbeke weer op kop de heuvels opreed. Een betere dag? Frisse benen? Ik wist het niet. Mijn eerste idee was dat dit een andere type renner was, een die het moet hebben van temporijden over langere afstanden in plaats van plotse explosieve uitbarstingen. Ik dacht aan een soort Eddy Merckx die in zijn betere dagen tijdens de Tour zijn eigen tempo aanhield en zijn zware molen draaiende hield terwijl de bergkonijnen wegsprongen. Na een tijd haalde hij ze echter bij en het was meteen erop en erover en daaag Eddy. Ik meende dat onze boy toch iets van deze toprenner had. Bij aankomst werd het mysterie echter opgelost: hij reed vandaag met een superlichte fiets en dat maakte al het verschil. Dus nada Eddy en dank u koolstoffiets. Dit is weer heel lelijk van de steller van deze blog, maar hij belooft beterschap in de komende dagen.

Bij aankomst in ons Hotel Costa da Morte, bleek de receptie pas open te gaan om 15.00 uur waardoor ik hier voor de deur even moest kamperen. Via de telefoon werd ik er echter van op de hoogte gebracht dat onze fietsers meteen door waren gereden naar de Cabo aan de vuurtoren. Ik ging ze dan ook achterna, weliswaar te voet, zo’n kleine 3 km. Het was een mooie wandeling en ik kwam heel wat peregrino’s tegen zodat ik bijna onophoudelijk ‘olla’ diende te zeggen. En ja daar zaten ze dan in de zon:

image

Voordien hadden ze hun aankomst op de traditionele manier gevierd:

image

Ze mochten ook elk afzonderlijk op de foto:

 

Onze bergkoningin verdient natuurlijk een afzonderlijke foto:

image

Je hebt een prachtig zicht van hieruit en sommigen laten er een laars achter om aan te tonen dat het nu echt gedaan is, anderen gaan er even zitten mediteren. Maar wat je ook doet het is een mythische plaats, het einde van de wereld, de finis terrae, verder gaat het niet.

Dus vreugde alom. Dacht ik. Toen ik terug kwam in het hotel had de ploeg zich terug getrokken op het terras met de nodige flesjes bier (sin alcool) en ik voelde de spanning vibreren in de lucht. Sommige gezichten waren sip, anderen keken wat ijl in het rond. Men had een probleem met de tocht van morgen naar A Coruna waarbij ze de hele rit de wind op kop zouden hebben en ook nog eens over berg en dal zouden fietsen. Sommigen zeiden met een net ontloken traan in de ooghoek dat ze verder wilden fietsen (een kleine minderheid) en anderen met reeds duidelijk opwellende tranen (een kleine meerderheid met hier en daar toch wel een onthouding erbij) dat ze het echt niet zagen zitten om tegen weer en wind in te gaan fietsen (met dat kind, zou Boudewijn de Groot later zingen). Kind of niet, de barometer stond hier op storm. In navolging van het het Britse Parlement werd dan  ook besloten de beide voorstellen ter stemming te leggen. Op dit eigenste ogenblik is het resultaat nog niet bekend en we weten dus niet wie de rol van Boris Johnson hier zal moeten spelen. Halen de ‘ayes’ or de ‘no’s’ het en zal dit probleem deze hechte groep verscheuren? Wat als het twee tegen twee is? Misschien moeten we het thuisfront laten meestemmen via een reactie op deze blog? Wordt het A Coruna of wordt het huiswaarts, only time will tell en op deze spannende noot, verlaat ik jullie. Morgen de ontknoping.

Omschrijving 7: Grote danshit uit 1996 van twee oudere heren die niets met macaroni te maken hebben.

Dag 6: Santiago: here we are!

Het was vandaag rustdag voor de fietsers maar ook voor de chauffeur en opsteller van deze blog. We zullen dus niet al te uitgebreid rapporteren.

Deze ochtend is er wat later opgestaan en ontbeten. Iedereen liet het zich smaken en ofschoon het zitten niet steeds comfortabel was, werd de nodige tijd uitgetrokken om het buffet alle eer aan te doen. Daarna stond een wandeling doorheen het stadscentrum op het programma.

In Santiago is wel wat te zien maar het concentreert zich toch vooral rond de centrale Praza Obradoiro. Van daaruit wandel je dan over allerlei pleintjes waar je telkens botst op kerken, kapellen en kloosters. Dit moet hier een goudmijn zijn geweest voor bouwondernemers. Je hebt ook een pocket encyclopedie nodig om alle figuren te herkennen die je op façades ziet. Liefhebbers van christelijke iconografie kunnen hier hun hartje ophalen.
Tijdens onze tocht bereikte ons echter heel jammerlijk nieuws, waardoor Philippe de groep moest verlaten en zo vlug als mogelijk terugkeren naar België. Iedereen vond dit uiteraard heel spijtig, want we hebben een goede en heel aangename reisgezel aan hem gehad, maar sommige dingen heb je nu eenmaal niet in handen. Philippe, mocht je dit nog lezen, weet dan dat we aan je blijven denken en dat we je alle sterkte toewensen.

Na een aantal noodzakelijke praktische regelingen gingen we dan nog eens samen eten bij wellicht de meest ‘vriendelijke’ mevrouw hier in Santiago. Indien ze had gekund, zou ze wellicht alle bestelde eten op een tafeltje hebben gezet met de melding dat we het maar zelf moesten nemen. Maar we zullen zeker niet veralgemenen, want zulke mensen vind je overaal, zelfs in Vlaanderen in het algemeen en in Rumbeke, Oostende en ja Ardooie in het bijzonder. We hebben het er ons niet minder door laten smaken.
Intussen was onze Rumbeke boy toch gaan aanschuiven om zijn credencial te bekomen. Hij moet daar op die deken van de kannuniken nogal een indruk hebben gemaakt, want hij heeft zonder problemen het kleinnood in de wacht geslssept dat vanaf zondagnacht meteen in een vergulde kader zijn living zal sieren.

Na het middageten keerden we even terug naar het hotel en daarna ging iedereen voor een paar uur zijn eigen weg. Ikzelf bezocht het museum van de kathedraal en ik kon op die manier toch het beroemde Portica de la Gloria van Matteo bekijken naast een paar andere mooie stukken waaronder veel Vlaamse wandtapijten. Vanuit het museum kun je ook op het balkon van het klooster naast de kathedraal en vandaar heb je een mooi zicht op de Praza. De anderen waren ook nog wat gaan rondneuzen en de bezitter van de credencial had het verkrijgen ervan gevierd met een bezoek aan de kapper waardoor hij nu met een heel fris kopje rondloopt.

We gingen ook vroeg eten op een zonnig terras maar wat later kwam er toch een  nogal frisse wind opsteken. Morgen zullen onze fietsers die strakke wind in de rug hebben maar diezelfde wind belooft niet veel goeds voor overmorgen. Maar dat zijn zorgen voor dan.
De fietsers vonden wel dat ik als chauffuer toch ook eens het gevoel zou moeten ervaren van een strak zittende fietsbroek en ze stelden zelfs ruimhartig en gul voor mij er een te lenen voor het experiment. Ik bedankte hen voor die poging om mij te laten delen in hun ervaring van een al dan niet goed gesmeerde fietsbroek, maar ik heb er hen wel op gewezen dat het reglement van de met pensioen zijnde chauffeurs verbiedt van zonder slip in de wagen te zitten om hygiënische en andere redenen en dat ik dus niet zoals hen een fietsbroek op mijn naakte vel zou kunnen aantrekken. Ze vonden dit al bijeen een flauw argument, maar dura lex sed lex en dus geen fietsbroek in de wagen.

 

Als afsluiter voor ons verblijf in Santiago, nog enekel beelden waarop de vele lekkernijen zijn te zien die we hier hebben kunnen verorberen.

Morgen is de rustdag definitief voorbij en wordt het ernstige werk weer aangevat. Hopelijk zijn alle fietsspieren nog in goede conditie want er zal nog wel wat moeten afgereden worden, eerst naar Cabo de Fistera en daarna wellicht naar A Coruna, maar we zullen het dag na dag nemen zoals we al altijd hebben gedaan.

 

Omschrijving 6: Het liedje bootst het geluid na van een machinegeweer (alleen wat trager dan, de zanger uiteraard, niet het machinegeweer).

Dag 5: Santiago, de blijde intrede

 

Deze morgen begon met een toch wel karig ontbijt, zonder fruit of yoghourt maar met voldoende vlees en zoetigheid om energie op te doen en dat is wat de fietsers toch zullen nodig hebben. Ze zijn vermoied na twee zware dagen en deze ochtend was dat wel aan de gezichten te zien. Er volgt nog een lange rit met hier en daar een paar taaie beklimmingen maar veel wordt goed gemaakt door de gedachte dat ze vanavond, na drie of vier jaar eindelijk in Santiago zullen aankomen en dat er bovendien voor morgen een rustdag is ingelast.

Het was fris deze morgen en buiten Sarria hing er een dikke nevel en zelfs dichte mist. De eerste stop was voorzien in Portomarin en ik reed er dan ook heen.
Het is een klein stadje dat eigenlijk nieuw is opgebouwd doordat het oude Portomarin volledig onder water is gezet bij de bouw van een stuwmeer. Enkele hsitorische gebouwen werden steen na steen afgebroken en nadien hogerop in het nieuwe Portomarin weer opgetrokken. Zo ook de kerk San Juan (zie eerste foto) waarje op de stenen nog de nummers kunt lezen die er werden opgezet om nadien alles precies steen na steen weer op te bouwen. Toen ik mijn koffie aan het drinken was (kost 1 euro voor een lekkere kop) kreeg ik een telefoontje van de groep dat ze beneden aan de brug over de rivier bij Portomarin stonden en allemaal verkleumd waren van de kou en dat ze dus door zouden rijden om zich te verwarmen in plaats van naar boven te komen in het dorp.
In dat dorp kwamen intussen bussen en taxi’s toe met pelgrims die van hieruit naar Compostela zouden stappen en bovendien ook nog hun credential zouden krijgen (je moet minstens 100 km stappen). St Jacob is voor de middenstand hier in Spanje een echte beschermheilige want ze doen hier nogal zaken rond zijn persoon, het is een echt handeltje geworden waarbij ingetogenheid ver te zoeken valt. Maar dat zal wel the way of the world zijn en de verlokking van het geld. Ook op de O Cebreiro hadden we dat al gezien: volle ladingen fietsen werden er afgezet om de afdaling te doen en verder naar Compostela te fietsen, zonder Iganeta, zonder Cruz de Fer of  O Cebreiro. Als ik dat vergelijk met wat onze fietsers hebben gereden en beklommen, dan vraag je je toch af wat al die credencials waard zijn.

Nadat ik de ploeg nog eens had onderschept tussen Portomarin en Melide, waar wat voorraad werd opgedaan, reed ik door, net zoals de fietsers naar Melide waar we dan ’s middags samen aten en waar een fietser met zeer gevoelige delen zich weer eens moest terugtrekken voor de obligate smeerbeurt. Onderweg groeide het aantal wandelaars maar steeds aan, hele groepen zag je, soms jonge kinderen van eenzelfde school, dan weer een stapper met zijn twee honden en zelfs een aantal mensen te paard en de golf groeide maar aan.
Na het eten in een parkje in het centrum van Melide ging het dan richting einddoel Santiago, zo’n 52 km verderop. De tocht ging langs Palas de Rey waar niet werd gestopt om de goede reden dat het dorp al heel vroeg een slechte naam kreeg. Wat gebeurde er daar dan wel? Welnu, men had de gewoonte om sommige vrouwen vanuit Palas de Rey naar de pelgrims toe te sturen of zelfs al in het bed van pelgrims te gaan laten liggen in de opvangcentra om ervoor te zorgen dat ze een warm bed hadden om in uit te rusten. Die dametjes verzorgden zo de vermoeide pelgrim die al lang van vrouw en thuis weg was met als gevolg dat de pelgrim niet echt veel rust kreeg en bovendien heel wat armer vertrok dan hij was aangekomen omdat die dames de onhebbelijke gewoonte hadden ’s ochtends enige geldelijke compensatie te vragen voor het verwarmen van het bed en verstijfde (van de kou) lichaamsdelen. Het is niet geweten of een dergelijke service ook door de mannen van Palas de Rey aan vrouwelijke pelgrims werd aangeboden en wat in dat geval de gehanteerde barema’s waren. Wellicht zijn deze bandeloze en zedeloze praktijken al lang uitgestorven, maar om alle moeilijkheden te vermijden, werd de stad dus met een grote boog gemeden.
Na Palas de Rey was er nog Arzua en Monte de Gozo waar door het dichtslibben van het terrein tussen die monte en Santiago zelf met allerlei gebouwen , het prachtige zicht op de eindbestemming is verdwenen. Voor de vroegere pelgrims moet dit hier een hemelse aanblik zijn geweest, want ze zagen na maanden het einddoel van hun verre gevaarlijke en moeizame tocht. Nu, nada.

Terwijl onze fietsers verder zwoegden, reed ik naar Santiago en na wat omrijden vond ik ons hotel Capitole Boutique in de doodlopende straat Concepcion Arenal. Bij het hotel was een ondergrondse parking waar onze wagen met een paar centimeter ruimte boven het dak en een paar centimeter ruimte links en rechts, door mij werd binnengewerkt dankzij de keurige aanwijzingen van de mevrouw aan de balie. De wagen staat veilig beneden. Hoe hij er weer uiraakt is een vraag voor overmorgen. Een lichtpunt is wel dat een grondige inspectie van de wagen uitwees dat er geen enkele kras te vinden was. Hier ga ik dsu vrijuit. Ik betrok mijn kamer en vertrok naar het plein voor de kathedraal waar ik de fietsers zou opwachten voor hun blijde intrede.

Ik besloot intussen even een kijkje te nemen inde kathedraal en het was een ontgoocheling van jewelste: alles is met plasticwanden afgedekt of staat in stellingen. Van alle zo geroemde schatten is zo goed als niets te zien. Als je dan toch iets wil zien, kun je beter in een fotoboek kijken in de officiële tienda van de kathedraal. Ik kon hier dus niet echt veel tijd spenderenom het wachten in te korten. Danmaar naar het internationale huis van de pelgrim waar je je stempelboekje kunt omruilen voor de credecial, het officiële bewijs dat je een echte authentieke pelgrim bent die de hele afstand te voet of met de fiets heeft afgelegd (in deze modere tijd beperkt tot respectievelijk 100 of 200 km). Ik werd uitgelegd hoe het werkte en ik moest een ticket nemen uit een automaat en plaats nemen inde wachtzaal die al vol zat met ongeduldige perogrino’s. Ze waren toen aan nummer 457 en ik had nummer 876.
Ik kon dus nog lang wachten om voor de vierschaar te verschijnen want alles wordt gekeurd en indien er ook maar enige twijfel bestaat wordt de credecial geweigerd. Het was mij echt niet om dat papiertje te doen en dus heb ik ze laten wachten. Er zal wel een andere pelgrim gelukkig zijn dat ik me niet heb aangemeld en dat zijn nummer dus net iets vlugger aan bod zal zijn gekomen. Ik ben hier en dat volstaat voor mij en trouwens ook voor de andere groepsleden: het ging om het gezamenlijk avontuur en de sportieve inspanning voor de fietsers en niet om een papiertje.
En ik dus wachten op de fietsers. Intussen kwamen andere groepen aan op het plein dat trouwens nauwlettend in de gaten werd gehouden door zwaarbewapende agenten. Die nieuw aangekomen groepen deden dan een dansje of vielen elkaar inde armen of uitten allerlei kreten die niet steeds op een goedlachse blik van de policia konden rekenen. Er was trouwens niet zo veel volk op het plein, ik had mij een massa voorgesteld, maar hier liep je echt niet op de koppen. Velen lagen in de schaduw te bekomen van hun inspanningen of trokken foto’s van elkaars geluk.
Het had toch wel iets onwezenlijks. Lang was Santiago een verre stad geweest waar we ooit wel eens zouden aankomen en zelfs deze ochtend leek het nog onwerkelijk en nu zat ik hier naar de kathedraal te kijken waarvan de torens scherp afgelijnd hoog in het heldere en felle blauw van de Gallische lucht afstaken. En terwijl ik dit dacht, wachtte ik verder op de fietsers en toen hoorde ik van een van hen dat ze in aantocht waren. Ik trok meteen naar ed Rua de Hortas om ze daar te filmen terwijl ze de laatste helling naar het plein opreden een beetje zoals het biienrijden van de velodroom op het einde van Parijs-Roubaix. En ik wachtte terwijl ik hoopte dat ik nog voldoende energie in mijn batterij had om te filmen, en ik wachtte en ze kwamen niet  en de klokken van de kathedraal sloegen zes uur precies en niets in de Rua de Hortas, toen ik plots vanuit de nadere hoek iemand mijn naam hoorde roepen en ze er waren, aangekomen op klokslag zes uur. Iedereen gelukkig, kussen en handen geven ennaar huis bellen en de obligate foto’s maken om alles later nog eens voor de geest te kunnen roepen. De taak wal volbracht en het was elke druppel zweet waard geweest, zoals een van hen zei en dat is ook zo. Wat een prestatie, wat een inspanningen, maar nu ze het gehaald hebbe, zullen die vlug vergeten zijn. Wat blij zal blijven is de vreugde van de aankomst op dat plein en de overgave waarmee de fietsen in de lucht werden gestoken.

image

En dan werd het avond en de atleten hadden recht op hun rust. Na een lekkere maaltijd met vlees voor de enen en paëlla voor de anderen, lonkte het bed. Ik hoop dat die dames en heren van Palas de Rey niet tot hier zijn geraakt, zodat ze lekker kunnen slapen, want morgen is het een rustdag maar daarna moet er weer en verder gefietst worden. Maar nu eerst rusten.

Omschrijving 5: Doris Day zong al in het Engels wat deze blinde jongen in het Spaans zingt.

Dag 3: en nu fietsen over berg en dal met Lisa op kop!

Mijn excuses, maar er loopt duidelijk iets verkeerd met de site die de blog beheert en publiceert waardoor de blog te laat komt en de foto’s niet worden meegestuurd. Ik zal morgen zien of ik hieraan iets kan verhelpen. En nu de blog die je gisteren al had moeten krijgen.

De fietsers hebben lang genoeg respijt gekregen. Twee volle dagen slapen in de wagen, althans voor sommigen die zeer vermoeid de vakantie zijn ingetuimeld, moet meer dan volstaan om fris en monter met een stevige pedaaltechniek  en gebruinde, onthaarde, gespierde, afgeslankte, gemasseerde, sierlijke benen (schrappen wat niet toepasselijk is) de eerste meters met de fiets aan te vatten. Er komen er straks nog wel wat meer van die meters en ook omhoog.

Perfil-Astorga-Foncebadón-1-1024x318
Eerste beklimming naar Cruz de Fer

De afdalingen zijn ook niet min:

Perfil-Foncebadón-Ponferrada-1-1024x317
Een duik naar beneden

Ook voor de chauffeur van dienst in de bevoorradingswagen (volgwagen is een slecht woord, want de wagen volgt niet altijd maar doet nogal zijn eigen zin) gaat nu plots een andere wereld open: de ruimtelijke weidsheid van het landschap zet zich door in de heerlijke leegte van de wagen en de vrijheid van handelen.

Eerst toch nog even terug naar gisteren want we hebben daar een goede truc geleerd om toch maar witte wijn te drinken. Je zegt dat uitleggen welk soort cola je wil veel te ingewikkeld is en dat je het simpel en eenvoudig houdt, dus doe mij maar een wit wijntje. Nog nooit geprobeerd en ik weet niet of dit excuus overal zou aanvaard worden, maar het is het proberen waard.
Leon heeft toch wel iets met ongevraagd hotelkamerdeuren binnenstappen. Stond ik nog maar net in mijn marcelleke of er kwam een kamermeisje binnen met een flesje water dat nog in de koelkast moest. Als ze geen kamerjas brengen, dan een watertje, maar in je kamer zullen ze komen en dan liefst zonder kloppen. Ik verheug mij erop dat de dame wellicht nog niet is bekomen van het aanzicht van deze gespierde man  die haar in haar dromen zal blijven achtervolgen. Ja, ook een chauffeur mag even dromen.

Het ontbijt begon in goede stemming want de fietsers snuifden de buitenlucht en de chauffeur had weer vrijheid van handelen en rond 09.10 uur waren we ermee weg.

Al vlug buiten Léon komen we aan een belangrijke bedevaartplaats, Virgen del Camino waar de kapel bronzen beeldhouwwerken van José Maria Sibirachs op de zijmuren feet. De weg ernaar is niet zeer mooi en loopt door industrieterrein. Na nog geen tien minuten fietsen heeft Bruno kettingpech. Na het strelen van de nues van San Froilan, dat hoort zo volgens de traditie, gaat het verder naar Puente de Orbigo.

We zien ook de eerste ooievaarsnesten op de oude kerkjes en plots komen ze van overal uit, de pelgrims te voet. Oude en jonge, sommigen met een vlag op hun rugzak. Er zijn ook veel Aziatische peregrinos onderweg. Ze stappen met flinke tred door of ze slepen hun benen door het stof. De ene gaat fier rechtop, de andere al met een door vermoeidheid gebogen hoofd verborgen onder een plastic cape als bescherming tegen de zon. Hier en daar ook iemad met een verband rond knie of been ,maar ze gaan door. Je vraagt je af wat die mensen aanzet om zo’n zware, soms helse tocht te ondernemen. Moeten ze in het reine komen met henzelf zoals geschreven staat in het gedicht van de franciscanen van santiago:

Although I may have traveled all the roads
crossed mountains and valleys from East to West
If I have not discovered the freedom to be myself
I have arrived nowhere.

Is het het avontuur of geloven ze echt dat zo’n tocht hen makkelijker in hun hemel zal brengen? Ik wwet het niet, maar ze verdienen en krijgen mijn respect, je moet het maar doen en volhouden.

Even later besef je dat je hier echt in het land van Don Quichote bent, wanneer je bij Hospital de Orbigo het verhaal hoort van Don Suero de Quiñones. Die daagde iedereen uit die durfde beweren dat zijn vrouw mooier was dan die van Don Suero. Hij droeg ook een zware ketting rond zijn nk als aandenken aan haar. Zo’n 740 kerels kwamen op zijn uitdaging af en hij bevocht ze bij de Puente de Orbigo. Volgens het verhaal versloeg hij ze allemaal. Waar of niet, het is een mooie plek aan de rivier met, inderdaad, een mooie brug waarvan ze hier zeggen dat het de langste en de mooiste is. Misschien wat chauvenisme?

We hadden afgesproken om te eten in Astorga en dus reed ik daar heen. Het is een mooie ommuurde stad met een beroemde kathedraal en het misschien nog beroemder bisschoppelijk paleis dat werd ontworpen door Gaudi die we in Leon ook al tegen het lijf liepen. Naast de kathedraal in een oud middeleeuwse kerk is nog de kluis te zien waarin vrome (of gekke, je kiest zelf maar) vrouwen zich lieten inmetselen. Ze zagen enkel nog de blauwe lucht door een klein raampje met traliewerk waarlangs ze ook hun voedsel kregen. Nu willen alle kinderen omhoog worden gestoken, wellicht om te kijken of er nog iemand in het hok zit, maar gelukkig is het leeg en hopelijk zal het zo blijven. In Astorga hebben ze ook resten van de 11.000 maagden. In Leon waren de moren al tevreden met 100 maagden maar hier is het net iets meer. Wat is dat hier eigenlijk met die maagden in deze streek? Astorga is ook het land van de  en het land van de Maragatos en de ‘mantecada’ broodjes. De Maragatos zijn een beetje een raadsel. Niemand weet waar het volk vandaan komt. Ze werden gerespecteerd voor hun vakmanschap bij het beandelen van ezels voor transport, maar tegelijk werden ze scheef bekeken en ook wel gemeden. Je vindt hun invloed ook in de keuekn met het typische Cocido Maragato, een schotel met veel vlees waarbij de groeten op het einde worden opgediend. Kwestie van je vlees al op te hebben voor je wordt verjaagd. Zo zie je maar.

Na het eten en een koffietje op een zonovergoten marktplein tussen opgedirkte Spanjaarden die hier hun zondag kwamen doorbrengen, ging het dan naar het gevreesde hoogtepunt van de dag: de beklimming van de Cruz de Fer. De weg liep langs verlaten dorpen van El Ganso, Rabanal del Camino en Foncebadon. Ik was in het begin de groep voorbijgereden en bij het begin van de beklimming waren ze nog allemaal samen. Ik herkende ze vanuit de verte al aan de molenwiekende gebaren van een onde hen die wellicht weer een verhaal aan het vertellen was. Ik was er dus redelijk gerust in en ik zakte af naar Foncebadon om daat op hun doortocht te wachten. Een kwartier later zag ik een van de fietsers net buiten het dorp de steile weg naar boven aanvangen en ik wist dat ik best nu vertrok indien ik voor hen boven op de top wilde raken. Maar wat was ik verkeerd! Nooit heb ik onze vroegere ploeg zo zien afzien op een helling en bij elke tien meter een beetje meer sterven. De ploeg was volledig uit elkaar gereden en ze volgden elkaar met grote tussenafstanden.
Een van hen vroeg trouwens om assistentie om zicht elaten voorttrekken door de wagen. Vermits hierover geen afspraken waren gemaakt en er geen enkel storting in het pensioenfonds voor gepensioneerde chauffeurs op weg naar Compostela was gestort, kon ik daar niet zo maar op ingaan. Na contact met de wedstrijleiding kreeg ik via mijn oortje de vraag om wie het ging. Na een kortje beschrijving kwam het bericht terug dat de betrokkene nog met openstaande schulden stond na een gelijkaardig voorval op de Ibaneta en dat ik dus het raampje waaraan hij zich wou vastklampen moest sluiten. Toen ik dat dan ook met een welwillende glimlach deed, dreigde hij ermee mij te slaan met zijn sacoche. Vanavond wordt overlegd of hij uit de verdere wedstrijd moet worden gesloten.

Een na een pikte ik de renners op. Zelfs onze vorige bergkoning en fiere drager van de bolletjestrui die trouwens in Ardooie een ster heeft op de Walk of Fame naast onder andere Laura Lynn, Veerle Dejaeghere, Filip Vanhaecke, Marc Degryse en Mathias Sercu en nu geniet van een welverdien de rust in Oostende of op zijn zeiljacht, had het moeten afweten en hij had na korte tijd het wiel moeten lossen en toen drong het tot mij door dat ik hier het einde van een tijdperk aan het meemaken was. Met al hun kracht konden ze niet meer op tegen de energie van de aanstormende Lisa die hen allemaal zonder ook maar om te kijken had losgereden. Ik zag haar ver boven de eerste achtervolger over de weg zweven terwijl ze met een soepele pedaalslag meter na meter meer afstand nam van deze generatie sterke renners. Met weemoed besefte ik dat het in de volgwagen nooit meer zou zijn als vroeger, maar ik moest naar de top en ik was er nog maar net toen de koploopster er ook aankwam. Ze was niet eens buiten adem en ze kon zonder problemen een interview over haar ervaringen op de eerste beklimming. Ik was intussen gestopt om de tussentijden op te nemen omdat ik vreesde dat sommige renners buiten de toegelaten tijd zouden aankomen en ze morgen niet verder zouden kunnen starten. Een hartelijke proficiat voor Lisa en haar prachtige prestatie ….Chapeau (liefst een witte om te passen bij het sacochke) voor jullie allen want eerste of laatste het blijft een sterke prestatie om zo’n berg omhoog te rijden. Ik kan makkelijk lachen maar in de wagen voel ik de inspanning en de vermoeidheid van spieren en benen niet en ik kom dat mannetje met zijn hamertje niet zo meteen tegen. Alle gekheid op een stokje, ik meen het eerlijk: een dikke proficiat.

Eenmaal boven moest de jonge kerel uit Rumbeke City een steen op de hoop die er al ligt, leggen om zo al zijn zorgen daar achter te laten. Het kon niet zijn voor zijn zonden, want daarvoor was de steen veel te klein. Uiteraard zal hij nu sneller kunnen klimmen zonder dat gewicht. Dus Lisa, opgelet voor morgen.

Ne de beklimming volgt de afdaling en die was niet minder gevaarlijk. Er zijn geen uitwijmogelijkheden en de dieptes naast de weg liegen er niet om en het gaat snel naar beneden. Het is een verademing als je in Molinaseca weer eens normaal kan rijden. Vandaar ging het dan rechtstreeks naar Ponferrada.

Daar aangekomen zorgden de renners voor enig hilariteit in de stad door met een bagagetrolley een paar honderd meeter over straat te lopen naar de wagen  en dan terug met een volgeladen trolley. Ikzelf hield enige afstand want ik moet hier wellicht met andere teams nog terugkeren en je wilt niet meteen geassocieerd worden met een dergelijke vertoning.

We hadden ze al lang niet meer gehoord of gezien, maar hier zijn ze dan: de tempeliers of de Orden del Temple. Je vindt hier een zeer groot, prachtig bewaard tempelierskasteel. Het is zo groot doordat we hier op het grensgebied zaten van de strijd tegen de moren en de tempeliers hier als soldaten en ridders optraden om die moren tegen te houden liefst terug te drijven. Ze spreken in die tijd van ‘restauratie’, de term die vandaag hiervoor gebruikt wordt ‘reconquista’ werd in die tijd nooit gebruikt. In Ponferrada hadden ze ook de eerste met ijzer versterkte brug. Het zou nog 700 jaar duren voor men hen dat nadeed in Engeland.

Het zou zonde zijn om van hieruit niet af te zakken naar Las Médulas (Werelderfgoed sedert 1997) en dat hebben we dan ook gedaan.Om al dat moois te bezichtigen hebben ze er zelfs een uitkijktoren voor gebouwd in Orellan, zo’n 20 km zw van Ponferrada. Het was een moeilijke rit die ons redelijk hoog bracht maar de inspanning loonde de moeite. We werden beloond met een adembenemend uitzicht op wat overbleef van de romeinse ontginningen van deze heuvels op zoek naar goud. De combinatie van de diepe bruinrode kleur, sienna met het groen van de ertussen groeiende bomen is prachtig. We waren blij dat we dat hadden gezien en als beloning dronken we allemaal bij de wagen een mooi gekoeld biertje (met dank aan Philippe) uietraard zero zero zero enz alcohol. Na enige rust voor de wagen en de passagiers die door mij waren mishandeld op de tocht naar boven, vertrokken we dan huiswaarts.

Om de dag af te sluiten namen we een lichte Italiaanse maaltijd in open lucht en het briesje zorgde ervaar dat de opgebouwde spanning wat wegebde. We waren dan ook helemaal onder de indruk van de spontane biecht van de steendrager over een voorval vorig jaar waarbij hij bekende dat het mogelijk was dat hij misschien enigszins als je alles goed bekijkt toch zou kunnen gedacht hebben dat ik verantwoordelijk was geweest voor het maken van een kras in de wagen. Ik wist het, ik had het gevoeld en gezien in de afgewende blikken en de samenzwerige glimlach van de andere reisgenoten: zij allen dachten dat ik het was die de bumper van de wagen had beschadigd ofschhon in dat steeds heb ontkend. Maar wat doe je eraan? Hadden ze zich laten beïnvloeden door de kid uit Rumbeke? Ik denk het want zij zouden nooit op dergelijke snode gedachten zijn gekomen. Gelukkig heeft de eerlijke garagehouder de situatie rechtgezet door te zeggen dat die kras al in de wagen was gemaakt voor we hem afhaalden. Maar goed, zijn bekentenis maakte veel goed zodat we nu weer samen door één deur kunnen. Laat niet weg dat ik me toch afvraag of die kleine steen op de Cruz de Fer volstaat om dat alles uit het boek van de heilige Jacobus te schrappen. We zullen het zien in Santiago. Ik zal in elk geval niet te dicht naast hem lopen, want die heiligen hebben de akelige gewoonte om zo nu en dan iemand te laten neerbliksemen als voorbeeld. Jullie zijn allemaal gewaarschuwd!

Omschrijving 3: De titel van het lied verwijst naar een dier dat als koppig wordt beschouwd.

Dag 4: Ain’t no mountain high enough (met dank aan Diana en koortje)

Ze hebben er natuurlijk wel zelf om gevraagd maar toch heb ik soms medelijden met hen, de harde  zwoegers die zwierig zwetend in het zadel zweven over de hoog in het zwerk gehakt en gebeitelde bergtoppen. Na gisteren de Cruz de Fer te hebben overwonnen, lacht hen vandaag de O Ceibrero toe.

30-Perfil-Villafranca-O-Cebreiro-1024x253
Tweede beklimming, nu O Cebreiro

 

Maar ook die, ja ongeduldige lezer thuis op de Vlaamse vlakten, ook die zullen ze straks met gebalde kracht en soms bijna stervend in het zadel overwinnen en op de top zullen ze dan, terwijl ze zacht een couplet uit Als de blauwvoet vliegt … ,  inwendig (liefst) meezingen, uitkijken over de vallei en tevreden zijn over de geleverde prestatie. Indien gewenst, om politieke of andere redenen, mag het couplet uit Als de blauwvoet vliegt … worden vervangen door een strofe uit een wereldhit van Sabrina Tack (ook gekend als Laura Lynn) of andere zanger(es) die wereldberoemd is in Ardooie (inclusief Koolskamp, De Tasse, Sneppe en De Kortekeer) of het Ardooise ommeland, waar voor alle duidelijkheid de missiestreek van Mgr. Victor Roelens niet meer toe behoort (gelieve dus wel stil en inwendig te zingen).

Monter, fris en uitgerust en met een geweten dat nu niet meer opspeelde na het gooien van de steen en het afleggen van uitvoerige bekentenissen, kwamen we aan het ontbijt waar het brood blijkbaar erg taai was. Daar ik mij beperk tot fruit, yoghourt en koffie kan ik er niet over getuigen maar sommigen hebben na het eten van vier, vijf broodjes bevestigd dat het echt wel taai was. Ik vraag me af wat ze zouden hebben gegeten indien het broidd zacht en krokant ware geweest. Maar ok, ze hebben het nodig want er staat weer een zware tocht op het programma.

Vooraf toch nog even een kleine verduidelijking. De aandachtige lezer (en wie is dat niet) zal misschien gemerkt hebben dat er al een paar keer sprake is geweest van een sacoche, wit voor alle duidelijkheid. Dit vergt waarschiijnlijk enige opheldering te meer dat er zich nog meer ontwikkelingen op dat veld hebben voorgedaan. Het wordt dan ook tijd om de geheimzinnigheid achterwege te laten en open kaart te spelen. Over wie hebben we het hier? We spreken over niemand minder dan de in professionele wielermiddens alom gekende ‘Onverbiddelijke Vlechter’, herkenbaar aan witte kledij en dito sokjes met rode streep, en natuurlijk zijn sacochke. Het is niet voor niets dat de meeste leden van onze groep hun haar kort dragen want de betrokken persoon kan zich moeilijk bedwingen niet te vlechten wanneer hij plots lange lokken ziet. Een lage vlecht, een hoge vlecht, het is hem allemaal gelijk, als het maar vlecht. Uit respect voor de betrokken familie, zullen we haar echte naam hier niet vermelden maar vraag om het even welke renner uit het beroepscircuit naar ‘de onverbiddelijke vlechter’ en ze zullen je verschrikt aankijken, een stap achteruit doen en stil met bevende stem prevelen: ‘Is zij hier?’ om dan meteen te vertrekken naar veiliger oorden.
Onze groep heeft echter naast sportieve ambities ook een curatieve taak vandaar dat wij het betrokken individu met de nodige zorg omringen zodat de therapeutische werking van het groepsfietsen zijn volle uitwerking kan hebben. Soms, zo tussen 9 en 10 of bij een beklimming wanneer de anderen wegrijden, is er een terugval maar we hopen dat die steeds minder en minder voorkomen en dat totale genezing nog mogelijk is. Uiteraard zal dat niet lukken zonder grondige voorspraak en tussenkomst van Sint Jacob, maar daarom trekken we ook naar Compostela.

Na het ontbijt dus trokken de fietsers dan meteen naar de derde beproeving van deze reis (naast ‘de onverbiddelijke vlechter’ en de Cruz de Fer), de machtige O Cebreiro die de grens vormt tussen Leon en Gallicië. Ik ging eerst nog even kijken in Villafranca del Bierzo waarvoor ik in Cacabelos de autoweg afreed op de tonen van ‘Mexico’ van de Zangeres zonder naam. Ik bereikte vlot de top van de O Cebreiro, wat niet meteen kan gezegd worden van de mannelijke leden van het gezelschap. Weer was Lisa las eerste boven, ofschoon ze een paar kilometer verkeerd was gereden. Ze vertrok dan maar weer om de anderen te gaan zoeken en ze te begeleiden onder aanmoedigingen naar de top en daarin slaagde ze wonderwel want uiteindelijk kwamen er drie aan. Een vierde lid stond aan de verkeerde kant (let op het woordgebruik en denk aan handtassen) van de kerk, maar raakte uiteindelijk toch ook bij ons om de maaltijd te nuttigen. Het was zelfs zwaarder geweest dan gisteren en velen zeiden dat er echt niet veel kilometers klimmen hadden moeten bijkomen. Anderen stelden dan weer dat ze zich tijdens het rijden afvroegen waar ze in godsnaam aan begonnen waren en wat ze daar op die verdomde fiets zaten te doen. Maar net als gisteren, slaagde iedereen met glans. Ook voor vandaag, en hiermee is het echte klimwerk achter de rug, een prachtige prestatie van alle renners en dus een boeket en een dikke kus of een fles champagne (naar keuze). Maar wie dacht dat het daar voor vandaag mee gedaan was, was eraan voor de moeite.

Eerst moest een renner zonodig zijn tere gedeelten voorzien van allerlei smeersel en vermits er hier op de top van de berg geen uitwijkplaatsen waren behalve de kerk, koos hij dan maar voor de wagen zelf. De kerk had hij al eens geprobeerd en dat had hem al een uitbrander  van Franciscus opgeleverd waardoor hij dit niet meer waagde te herhalen. De wagen dus. Speciaal aan onze volgwagen is echter dat je wel gekleurde ramen hebt maar dat die toch niet alle indiscrete blikken verhinderen zodat wij vanop afstand het hele gebeuren wel enigszins konden volgen. De wagen ging nog net niet op en neer want dat zou ook de voorbijlopende koster van de kerk niet ontgaan zijn en dat zou onze fietser alweer  een pauselijke sanctie hebben opgeleverd.En met twee sancties sta je in Compostela toch echt met je billen bloot.

Met de goed ingeoliede billen gingen ze er dan vandoor en ik ook richting Sarria. Ik was nog maar net in de bergen voorbij de O Cebreiro op een smalle en kronkelende bergweg, toen de telefoon ging met de vraag of ik niet kon terugkeren om de fietsers die verkeerd waren gereden op te pikken. Ze stonden ergens in Santir en konden echt de beklimming terug niet meer aan en dat wil ik wel geloven. Dus na heel wat zoeken en nog meer bochten, schakelen en op en neer rijden vond ik hen uiteindelijk. In mijn haast vergat ik echter de handrem van de wagen aan te trekken waardoor die plots achteruit begon te rijden. Gelukkig was Francis bij de pinken en met een tijgersprong kon hij de handrem aantrekken en zo voorkomen dat we allemaal te voet naar huis moesten komen. Wat hebben we geleerd vandaag: zelfs als je gehaast bent, nooit vergeten de handrem aan te trekken of de wagen in versnelling te laten staan. Al bij al was er geen erg gebeurd, maar het was toch wel even schrikken. Francis, ik zal voor jou in Santiago een speciale kaars branden.

Aangekomen in Sarria konden we vlot inchecken en er werd eerst een anderhalf uur platte rust gehouden en dan gingen we eten. Ik nam een paar rationes (grote tapa’s) en de andere de menu van de dag waarvoor ze amper 9,50 euro dienden te betalen. Veel eten, drank en brood voor dit kleine prijsje, het is meegenomen. Aan tafel werd natuurlijk uitgebreid terug gekomen op het handrem incident waarna het gesprek zich toch verlegde naar het verzorgen van de hoogste en achterste delen van de dijen en het nut van de bidet.

Nu is iedereen gaan slapen want morgen volgt nog een lange rit maar dan komen ze aan in Santiago de Compostela en dat maakt veel goed, vooral dat er dan een rustdag volgt. Maar nu dus oogjes toe en snaveltjes dicht en wat er morgen gebeurt, dat lezen we dan morgenavond wel als de blogsite mee wil werken.

Als uitsmijter nog enekel foto’s die de gebeurtenissen van gisteren illustreren:

 

Omschrijving 4: op dit liedje hebben velen voor het eerst een lief kuis op de wang durven kussen.

Dag 2: terug in Leon

image
Moe maar gelukkig voor de kathedraal van Léon.

Deze ochtend werden we wakker zonder chloorgeur van de verfrissende baden in een wellnesscentrum zoals we dat de twee vorige jaren hadden gedaan. Neen het hotel in Dax was niet echt een voltreffer, wel goed voor een nacht maar langer zou toch moeilijk worden. Gelukkig stond iedereen met een glimlach om 08.00 uur aan het ontbijt dat eerder de Franse kant op ging, geen buffet wel brood met confituur en choco aangevuld met yoghourt en appelmoes en uiteraard koffie. Maar goed het was voldoende vermits er vandaag toch geen zware lichamelijke inspanningen moesten worden geleverd.
Aan tafel werd er wat over Trump gepraat, ja waar moet een mens anders over roddelen, over motortjes in fietsen en over ketonen en testosteron waarover de jongen uit Rumbeke toch wel wat wist te vertellen en mij aanraadde om eigelijk te checken of het geslacht van de fietsers wel overeenkwam met de aangegeven sekse op de ID kaart. Ik zag dat niet zo meteen zitten , toch niet hier aan tafel en het werd dus verschoven naar morgen op het zelfde ogenblik als de officiële weging voor de start van de eerste rit.
Ik vroeg de nieuwe leden ook hun desiderata  voor het eten te beperken tot de door mij gekend woordenschat en dus slechts platanos en tomates als groeten te willen eten. Andere wensen moeten voorgetekend worden zodat ik de schets kan meenemen naar de winkel. Tot vanavond werden geen schetsen binnengebracht en ik kreeg bovendien de geruststellende mededeling dat zij echt niet moeilijk waren. Ook werd Philippe gevraagd om voor elke ochtend een kleine medische rubriek voor te bereiden waarbij de lezer op een pedagogisch verwante manier afleveringsgewijze een eigen ‘Chirurgie voor dummies’ kan samenstellen. Hij zou hiermee de leemte kunnen vullen na het verdwijnen van de raad van Dirk over deze materies.

image
Hierboven foto van ons hotel in Dax.

En dan vertrokken we naar Léon. Onze expert in aardrijkskunde liet ons deerlijk in de steek bij het vinden van de naam van de rivier waar we over reden (het was de Ardour) en zijn antwoord dat het niet de Schelde was, hielp ons ook geen reet vooruit. Groot was ook onze verwondering toen we een tolstation voorbijreden met de naam ‘Biarritz la négresse’. Wat bij ons al meteen, een storm van protest zou hebben veroorzaakt van professionele querelanten, vindt men hier blijkbaar nog altijd politiek correct en wij hebben dan ook geen protest aangetekend bij de bevoegde diensten van president Macron of zijn vrouw. Al vlug verscheen het eerste Baskisch op de borden en in de verte verschenen de Pyreneeën in een nevel gehuld. Als ze in de wagen niet sliepen, maakten ze een lawaai van jewelste zodat we dreigden de boosdoeners uit de camionette te zetten, zoals dat vroeger bij schoolreizen gebeurde toen men nog leerlingen genoeg had. Dergelijk gedrag was trouwens ook geen voorbeeld voor onze vrouwelijke fietster die zich een dergelijke uitstap wellicht toch wat ernstiger had voorgesteld (let wel, ze is nog niet vertrokken met het eerste vliegtuig richting Oostende International). Bovendien werd na analyse van grondige antropologische en andere waarnemingen in de vakgroep van de chauffeurs vastgesteld dat een zeker individu steeds zijn sterkste moment had tussen 9 en 10 uur ’s morgens en zo de broodnodige concentratie bij het rijden stoorde. Er werd dan ook besloten om vanaf nu te vertrekken na tien uur omdat de patiënt dan meestal enige tijd in dromenland vertoeft (wanneer hij hierop wordt aangesproken antwoordt hij steevast dat hij aan het filosoferen is en een hele film voor zijn ogen ziet passeren, bij een volgende reis raad ik de medereizigers aan een psychiater in hun midden op te nemen).
Zo kwamen we dan bijna ongemerkt Spanje binnen via een heel mooie autoweg die een nachtmerrie is voor mensen met een fobie voor tunnels (van 150 m tot 3600 m) en opeenvolgende viaducten, waarbij je best niet naar beneden kijkt (zeker niet als je aan het rijden bent). Het landschap verandert ook snel van de eentoningheid van de Landes naar een rijke meer weelderige en heel groene begroeiing met hier en daar tussen het bochtenwerk door een glimp van de Atlantische oceaan.
Er werd kort gestopt om de innerlijke mens te versterken en dit was toch wel weer de gelegenheid om te polsen of en hoe sommige medereizigers de blog zouden kunne/willen kraken om er ook zaken op te zetten, zoals films en foto’s van uw dienaar terwijl hij aan het rijden is. Uiteraard gaat dat zomaar niet. Toch werden verwoede pogingen ondernomen om het paswoord te vinden door te zinspelen op onze thuishond of op de voornaam van mijn vrouw in de hoop dat ik iets zou verraden, maar dat was uiteraard verloren moeite. Om hun wrevel dan maar bot te vieren werd er gelachen met het feit dat ik toevallig het vrouwentoilet was binne gegaan. De zinspelingen waren niet van de lucht zoals: Daniël je bent onder vrienden, je kunt ons zaken toevertrouwen, het is niet moeilijk je naam aan te passen enz. Ook dat haalde niets uit zodat ze maar met hun staart tussen hun benen moesten afdruipen en ik kies mijn woorden heel precies. Nadat we nog maar eens waren gestopt om Ad-blue bij te vullen, kwamen we dan zonder verdere problemen aan in ons hotel Alfonso V in Léon. Een verademing en eerlijk gezegd, meer op ons niveau, of toch op het niveau van sommige leden van de groep.

image

Wat vreemde foto getrokken vanaf de zevende verdieping recht naar de lobby beneden.

Léon dus waar vorig jaar de drie fietsers poseerden voor de kathedraal. (Foto helemaal bij begin van dit bericht). Aimery Picaud (die van de Groene Michelingids uit ongeveer 1140) schreef dat Léon de verblijfplaats was van de koning en het hof en dat de stad vol was van alle mogelijke geneugten. Je moet natuurlijk niet alles geloven wat er in de gidsen staat (deze blog daarentegen houdt het bij een strikte en volledig waarheidsgetrouwe berichtgeving) en gelukkig weten we te relativeren, zeker nadat we hier vorig jaar al waren en ik in mijn eigen badkamer in het duister werd opgesloten door een baliebediende die zogezegd een kamerjas op mijn bed was komen leggen. Misschien moest die kamerjas dienen bij het beleven van een van die mogelijke geneugten, maar ik heb daar in het donker toch niet veel van gezien. Corramos un tupido velo … ! (om in de fietssfeer te blijven)

Vorig jaar bezochten we de mooie kathedraal en dus gingen we vandaag op stap naar een ander hoogtepunt, de Basilica de San Isidoro met zijn prachtige portalen, kleurrijke muurschilderingen en het koninklijke panteon. Vroeger ging het er hier niet altijd zo vreedzaam aan toe, zoals uit het volgende verhaal blijkt:

de zondag voor 5 oktober (dag waarop men de beschermheilige San Froilan viert) viert men in Léon in het klooster van de kerk van San Isidoro de Fiesta de las Cantareras of de Tributo de las cien doncellas. Dat feest wordt in ontelbare grote en kleinere dorpen gevierd en het is een bewijs van hoe diep bepaalde ervaringen en herinneringen nog wel zitten. Het feest is een herinnering aan het gebruik  waarbij jaarlijks honderd maagden (let wel op: 50 van adel en 50 ‘gewone’) moesten worden geleverd om de amoureuze geneugten van de Moorse koningen te bevredigen en dat werd, begrijpelijk, aanzien als een ‘nationale’ vernedering en belediging. ook in de literatuur vind je het opvallend veel terug. In elk geval leuke kerels die Moren, en van een latere vorst Abd al-Rahman II wordt zelfs beweerd dat hij nooit tweemaal sex wilde hebben met dezelfde vrouw. Ja, zo zijn er uiteraard wel vlug maagden te kort in het kasteel. Wellicht zijn het allemaal maar verhalen om de moren in een slecht daglicht te stellen en in de tijdsgeest van die periode wellicht niet ongebruikelijk en christenen durfden zich ook wel laten verleiden tot dergelijke uitspattingen.

Na nog wat wandelen en slenteren, beeïndigden we onze dag in Léon met een heerlijke maaltijd bij Mama Terre op het marktplein waar volop ambiance was. Het eten was even heerlijk als vorig jaar en de chef herkende ons als die vreemde snuiters die willen eten om acht uur ’s avonds terwijl de andere Spanjaarden nog maar bekomen zijn van hun middagmaal. Hij was er niet minder vriendelijk om. Wij waren trouwens allemaal heel blij nadat we de verhalen hadden gehoord van misdienaars die eens per jaar een kleine ‘dreupel’ kregen en anderen die het zodanig verleerd waren dat ze bij het aanbieden tijdens de communie van ‘le coeur de Dieu’ antwoorden met ‘Merci’. Qué horrible (de uitroeptekens zijn van het verschot van het blad gevallen). Het stemde ons ook vrolijk en het deed deugd aan ons hart dat een fietser een tshirt groeg met een stichtelijke en toch grappige spreuk. Het was eens wat anders dan de truitjes van een vroeger teamlid waarmee we soms niet eens een kerk binnen mochten. Gelukkig zijn de tijden veranderd en hier zeker ten goede.
Toch, net voor het slapen gaan nog deze uitsmijter die het overdenken waard is. Bij het aperitief werd ons een schotel met vleeswaren en diverse kazen, noten en gedroogd fruit geserveerd. Bij het verorberen van deze lekkernijen ontsnapte de volgende zin aan de lippen van en niet nader te noemen lid: ik heb graag een droge pruim maar dan wel met wat honing erop. Ze werd hem dan ook graag aangeboden.

En nu dus slapen want morgen begint het echt. In dit hotel kan gratis gefitnest worden, voor zover onze fietsers dat nog nodig hebben en er nu nog zin in zouden hebben. Maar laten we een oude spreuk indachtig zijn die zegt: Mate is te allen spele goed (hadden die Moren met hun 100 maagden beter naar geluisterd). Het hotel ligt trouwens niet zo ver van een straat met de naam El Cid. Ik vrees dat je in Spanje die Cid al even veel tegen het lijf loopt als Jeanne d’Arc in Frankrijk.

Foto’s van San Isidoro, mijn privé stulpje, de graanmarkt en eten in Mama Tere

Omschrijving 2: Titel van een lied waarbij je het werkwoord ‘ser’ leert vervoegen en dat ooit het Eurosongfestival won.

Dag 1: on the road again (Canned Heat) met een nog groter team

stepmap-karte-distances-spain-nl-1379101
Even de route in herinnering brengen

Blijkbaar voelen steeds meer mensen de behoefte om tot inkeer te komen en de tussenkomst van de heilige Jacobus voor de vergiffenis van hun vele zonden te gaan afsmeken in Santiago, want een nieuwe jeugdige fietster heeft zich bij de groep gevoegd. We verwelkomen Lisa en we hopen dat ze het goed zal kunnen vinden met de senioren op de fiets. Vandaag kon ze verder kennismaken met de teamleden en het uitgebreid hebben over de ervaringen en vele moeilijke momenten die ze in het zadel al hebben beleefd en de soms gênante en pijnlijke situaties uit het zadel. Morgen heeft ze dan nog een dag om na te denken of ze de tocht in een dergelijk gezelschap wil verder zetten of dat ze liever meteen vanuit Léon het eerste vliegtuig naar Brussel neemt. Morgen in de blog dus hierover meer.

Uw verslaggever heeft de laatste week toch enige zenuwachtigheid bespeurd in het voorbereidingskamp van het peloton. Sommigen bestelden grote hoeveelheden hertevet verrijkt met vitamines A en F, olijfolie, zonnebloem  en Sint-Janskruid. En ik die dacht dat penatenzalf het beste was voor de tere huid van de rode billetjes, maar misschien is bij de gebruikers van dit smeersel de huid niet meer zo teer en zacht, waardoor andere middelen dienen gebruikt te worden. Iemand merkte zelfs op dat voor het dagelijkse onderhoud vaseline het beste middel is. Na het overvloedig uitsmeren van een dergelijke substantie en het kilometerslang inmasseren ervan, begin ik te begrijpen waarom veel fietsgenoten graag een kamer met ligbad hebben. Anderen gaven geld uit aan Power Gels (beschikbaar in 7 smaken) die de prestaties tot nooit geziene hoogtes (in de bergen in dat noodzakelijk) opdrijven. Let wel, om vlot te kunnen nuttigen en dus onmiddellijk te kunnen werken, moeten die recipiënten voorzien zijn van een hypermoderne ‘trash chain’ scheurtop. Is dit niet het geval, dan is de aankoop verloren geld geweest en kon beter de toevlucht worden genomen tot een beproefd recept van de flandriens nl. drinkfles gevuld met bier (naar keuze) met een paar erin geklopte eieren. Weer anderen bestudeerden de te rijden etappes grondig en deden, een nacalculatie van de af te leggen afstanden waarbij ze tot de ontnuchterende vaststelling kwamen dat er soms meer dan 20 km moest worden gereden …. tot er werd vastgesteld dat de GPS niet correct was ingesteld en dat de afstand binnen de aanvaardbare normen lag. Een laatste pelgrim die nochtans in de vorige ritten steeds in de kopgroep aanwezig was geweest (behalve bij een kleine inzinking op de Ibañeta maar dat was dan eigenlijk wel de schuld van het wegdek dat de neiging had alsmaar omhoog te gaan), zag de komende te beklimmen toppen blijkbaar met lede ogen aan en hoopte vurig dat de uitgestippelde weg de kortste weg zou zijn. Is dit een teken van enige verslapping, of is het een teken, en we zijn eerder die mening toegedaan, dat de betrokken pelgrim zo vlug als mogelijk de mantel van Sint-Jacob wil omhelzen? Zegt da je twet (dit is Oostends).

De wagen was op donderdag al opgehaald in Brugge, volgetankt en, de ervaring in Dax vorig jaar en de waarschuwingen van VAB en TW indachtig, voorzien van de nodige hoeveelheid Ad-blue, zodat we om 08.00 u. vanuit het mooie Oostende konden vertrekken naar Rumbeke Centraal om daar Frederik, zijn fiets en de koelbox op te pikken. Bij nader toezicht bleek het de wagen te zijn waar we twee jaar geleden ook al de tocht hadden ondernomen en dit maakte het weerzien uiteraard nog inniger.
Eerst werd een halte gehouden in Snellegem waar we Philippe moesten oppikken. Naast zijn bagage en een rijkelijk gevulde frigobox had hij een superlichte fiets waardoor hij iets meer flessen mocht meenemen.
Om 09.11 uur waren we in Rumbeke en tot grote verrassing van uw verslaggever was Frederik baardloos en het moet gezegd dat hij zag er stukken beter uit zag dan vorig jaar. Bovendien beweert hij ook 3 kg te zijn afgevallen, iets wat we bij de start van de eerste fietsetappe natuurlijk via de officiële weging zullen controleren. De wagen zat al goed vol zodat we moesten beperken op de bagage die Frederik kon meenemen en nar grondig overleg in een werkgroep werd besloten dat hij zijn zwemboek moest thuislaten wegens onnodig. In de loop van de dag raakte trouwens bekend dat er fietsers onder hun fietsbroek, behalve een dikke laag van een of ander smeersel, ik durf het bijna niet schrijven, enfin, zeer weinig (en dat is nog veel gezegd) dragen. Dus kon al dat ondergoed eigenlijk ook uit de bagage. Ik denk niet dat ik dat voorbeeld in de wagen zal volgen.

image

 

Met alle fietsers aan boord konden we dan de reis aanvatten. Het ging vlot en om 12.40 uur waren we aan de péage van Wancourt waar we onze laatste gadget, de elektronische Bip and Go badge zouden uittesten. Even sloeg een licht vorm van paniek toe wanneer de badge niet meteen bleek te reageren en de wagens zich achter ons opdingerig werden. Na wat heen en weer gezwaai met de badge ging dan eigenlijk de verlossende slagboom omhoog en konden we onszelf redden van Franse woede-uitbastingen. In de loop van de dag, toen we het onder de knie kregen, bleek het kleinnood goud waard te zijn want we zoevden door alle péages heen. Parijs werd genomen zonder verpinken, zo goed zelfs dat we 7 minuten inwonnen op de door de GPS berekende tijd.
Er werd wat over en weer gepraat maar toen de moeheid begon toe te slaan en de stilte viel, werd de sfeer opgeluisterd met een vrolijk lied  ‘Ik verscheurde je foto’ waarop velen in de wagen elkaar niet begrijpend aankeken en een enkeling een traan wegpinkte bij de mooie herinnering die het lied bij hem opwekten. Vlug werd echter besloten om de ‘foute’ muziek maar weer even op te bergen en ernstig door te rijden.
Noch Tours, noch Poitiers, noch Niort of Saintes waren een probleem en toen naderden we met rasse schreden het gevreesde verkeersinfarct van Bordeaux en ziet, pelgrims de heiliogen waren ons goedgezind en zlfs daar raakten we vlot door want van de wagens in de andere richting niet kon worden gezegd. Tot de goden plots achterom keken en we na Bordeaux en voor Arcachon eraan waren voor de moeite: file. Gelukkig maar voor enekel kilometers zodat we toch nog vlot door konden rijden en veel vroeger dan voorzien in Dax waren  om 19.45 uur. De bazin hier had alles al in gereedheid gebracht voor ons laattijdig aankomen en ze moest nu haar hele organisatie weer overhoop halen. Maar Francine, want zo heet ze, nam het met de glimlach en we konden inchecken in onze kamers die ert helemaal niet uitzagen zoals op de promofoto’s van booking.com. Na een kleine hapering, dat hopen we toch met zijn allen, aan de koppeling van de wagen waren we op onze bestemming geraakt.

Dax, ze beginnen ons hier wellicht al wat te kennen en wij zijn het intussen gewoon om te ontbijten tussen gasten in witte kamerjas die hier een kuur komen volgen. De groep valt daardoor ’s ochtends in hun afwijkende kledij  uiteraard op.  Daarnaast is de hoeveelheid voedsel dat het team (of toch sommige fietsleden ervan) naar binnen werkt in deze omgeving ook ongezien. Zo te zien, zullen er hier morgen geen witte badjassen te bespeuren zijn in het hotel tenzij we allemaal in onze witte badhanddoek gaan eten. Eten moesten we trouwens ook in Dax.

Dus op weg om een restaurant te zoeken, de kamers waren misschien niet je dat, maar de sfeer was, zoals een fietser het uitdrukte, ‘toppie’, tot, tot ja tot een andere medereiziger een opmerking maakte over de zonnebril van een andere fietser en daarbij verwees naar het ziekenfonds. Daar ging de sfeer bijna, wij hielden met drie meteen onze stappen wat in en bleven wat achteraan hinken tot we merkten dat alles weer koek en ei was en we niet moesten vrezen in de brokken te delen.
We vonden een restaurant met een soort binnentuin en ernaast een ander restaurant Babeth, dat op dezelfde binnentuin uitgaf en waar een charmezanger Franse en andere meezingers ten beste gaf. Pogingen om de man een volledige maaltijd aan te bieden zodat hij niet meer zou zingen en om de stekker van zijn geluidsinstallatie uit te trekken mislukten, zodat we onder zijn begeleiding ons lekker, maar heel karig maal verorberden. Na enige discussie over het eten van een dessert, werd unaniem (er werd mij gevraagd dit zo te stellen voor het thuisfront) besloten geen, ik herhaal geen dessert te eten. Later werd tijdens een avondwandeling door het avondlijke Dax wel even hiertegen gezondigd, maar we zullen dit met de mantel der liefde toedekken.

image
Beeld van nachtelijk Dax met Lisa

 

En als afsluiter, naar jaarlijkse gewoonte de wedstrijd. Gelet op de vele correcte antwoorden waren de vorige wedstrijden veel te gemakkelijk waardoor we veel prijzen hebben moeten uitdelen wat dan weer zwaar op ons reisbudget heeft gedrukt, waardoor dan de hotels dit jaar wat minder sterren hebben.
De fietsers indachtig die al fluitend en zingend over berg en dal rijden, kiezen we voor een muziekwedstrijd. U krijgt telkens een min of meer cryptische omschrijving van de titel van een Spaans lied. We vragen u de titel en u krijgt zowaar bunspunten als u ook de zanger(es) of de groep kunt vernoemen.

Omschrijving 1: Spaans nummer van een supergroep die optrad op Woodstock (we vieren dit toch dit jaar nietwaar, let ook op titel van dit stukje) en nogal wat mooie gitaarsolo’s heeft geproduceerd.