Dag 4: Ain’t no mountain high enough (met dank aan Diana en koortje)

Ze hebben er natuurlijk wel zelf om gevraagd maar toch heb ik soms medelijden met hen, de harde  zwoegers die zwierig zwetend in het zadel zweven over de hoog in het zwerk gehakt en gebeitelde bergtoppen. Na gisteren de Cruz de Fer te hebben overwonnen, lacht hen vandaag de O Ceibrero toe.

30-Perfil-Villafranca-O-Cebreiro-1024x253
Tweede beklimming, nu O Cebreiro

 

Maar ook die, ja ongeduldige lezer thuis op de Vlaamse vlakten, ook die zullen ze straks met gebalde kracht en soms bijna stervend in het zadel overwinnen en op de top zullen ze dan, terwijl ze zacht een couplet uit Als de blauwvoet vliegt … ,  inwendig (liefst) meezingen, uitkijken over de vallei en tevreden zijn over de geleverde prestatie. Indien gewenst, om politieke of andere redenen, mag het couplet uit Als de blauwvoet vliegt … worden vervangen door een strofe uit een wereldhit van Sabrina Tack (ook gekend als Laura Lynn) of andere zanger(es) die wereldberoemd is in Ardooie (inclusief Koolskamp, De Tasse, Sneppe en De Kortekeer) of het Ardooise ommeland, waar voor alle duidelijkheid de missiestreek van Mgr. Victor Roelens niet meer toe behoort (gelieve dus wel stil en inwendig te zingen).

Monter, fris en uitgerust en met een geweten dat nu niet meer opspeelde na het gooien van de steen en het afleggen van uitvoerige bekentenissen, kwamen we aan het ontbijt waar het brood blijkbaar erg taai was. Daar ik mij beperk tot fruit, yoghourt en koffie kan ik er niet over getuigen maar sommigen hebben na het eten van vier, vijf broodjes bevestigd dat het echt wel taai was. Ik vraag me af wat ze zouden hebben gegeten indien het broidd zacht en krokant ware geweest. Maar ok, ze hebben het nodig want er staat weer een zware tocht op het programma.

Vooraf toch nog even een kleine verduidelijking. De aandachtige lezer (en wie is dat niet) zal misschien gemerkt hebben dat er al een paar keer sprake is geweest van een sacoche, wit voor alle duidelijkheid. Dit vergt waarschiijnlijk enige opheldering te meer dat er zich nog meer ontwikkelingen op dat veld hebben voorgedaan. Het wordt dan ook tijd om de geheimzinnigheid achterwege te laten en open kaart te spelen. Over wie hebben we het hier? We spreken over niemand minder dan de in professionele wielermiddens alom gekende ‘Onverbiddelijke Vlechter’, herkenbaar aan witte kledij en dito sokjes met rode streep, en natuurlijk zijn sacochke. Het is niet voor niets dat de meeste leden van onze groep hun haar kort dragen want de betrokken persoon kan zich moeilijk bedwingen niet te vlechten wanneer hij plots lange lokken ziet. Een lage vlecht, een hoge vlecht, het is hem allemaal gelijk, als het maar vlecht. Uit respect voor de betrokken familie, zullen we haar echte naam hier niet vermelden maar vraag om het even welke renner uit het beroepscircuit naar ‘de onverbiddelijke vlechter’ en ze zullen je verschrikt aankijken, een stap achteruit doen en stil met bevende stem prevelen: ‘Is zij hier?’ om dan meteen te vertrekken naar veiliger oorden.
Onze groep heeft echter naast sportieve ambities ook een curatieve taak vandaar dat wij het betrokken individu met de nodige zorg omringen zodat de therapeutische werking van het groepsfietsen zijn volle uitwerking kan hebben. Soms, zo tussen 9 en 10 of bij een beklimming wanneer de anderen wegrijden, is er een terugval maar we hopen dat die steeds minder en minder voorkomen en dat totale genezing nog mogelijk is. Uiteraard zal dat niet lukken zonder grondige voorspraak en tussenkomst van Sint Jacob, maar daarom trekken we ook naar Compostela.

Na het ontbijt dus trokken de fietsers dan meteen naar de derde beproeving van deze reis (naast ‘de onverbiddelijke vlechter’ en de Cruz de Fer), de machtige O Cebreiro die de grens vormt tussen Leon en Gallicië. Ik ging eerst nog even kijken in Villafranca del Bierzo waarvoor ik in Cacabelos de autoweg afreed op de tonen van ‘Mexico’ van de Zangeres zonder naam. Ik bereikte vlot de top van de O Cebreiro, wat niet meteen kan gezegd worden van de mannelijke leden van het gezelschap. Weer was Lisa las eerste boven, ofschoon ze een paar kilometer verkeerd was gereden. Ze vertrok dan maar weer om de anderen te gaan zoeken en ze te begeleiden onder aanmoedigingen naar de top en daarin slaagde ze wonderwel want uiteindelijk kwamen er drie aan. Een vierde lid stond aan de verkeerde kant (let op het woordgebruik en denk aan handtassen) van de kerk, maar raakte uiteindelijk toch ook bij ons om de maaltijd te nuttigen. Het was zelfs zwaarder geweest dan gisteren en velen zeiden dat er echt niet veel kilometers klimmen hadden moeten bijkomen. Anderen stelden dan weer dat ze zich tijdens het rijden afvroegen waar ze in godsnaam aan begonnen waren en wat ze daar op die verdomde fiets zaten te doen. Maar net als gisteren, slaagde iedereen met glans. Ook voor vandaag, en hiermee is het echte klimwerk achter de rug, een prachtige prestatie van alle renners en dus een boeket en een dikke kus of een fles champagne (naar keuze). Maar wie dacht dat het daar voor vandaag mee gedaan was, was eraan voor de moeite.

Eerst moest een renner zonodig zijn tere gedeelten voorzien van allerlei smeersel en vermits er hier op de top van de berg geen uitwijkplaatsen waren behalve de kerk, koos hij dan maar voor de wagen zelf. De kerk had hij al eens geprobeerd en dat had hem al een uitbrander  van Franciscus opgeleverd waardoor hij dit niet meer waagde te herhalen. De wagen dus. Speciaal aan onze volgwagen is echter dat je wel gekleurde ramen hebt maar dat die toch niet alle indiscrete blikken verhinderen zodat wij vanop afstand het hele gebeuren wel enigszins konden volgen. De wagen ging nog net niet op en neer want dat zou ook de voorbijlopende koster van de kerk niet ontgaan zijn en dat zou onze fietser alweer  een pauselijke sanctie hebben opgeleverd.En met twee sancties sta je in Compostela toch echt met je billen bloot.

Met de goed ingeoliede billen gingen ze er dan vandoor en ik ook richting Sarria. Ik was nog maar net in de bergen voorbij de O Cebreiro op een smalle en kronkelende bergweg, toen de telefoon ging met de vraag of ik niet kon terugkeren om de fietsers die verkeerd waren gereden op te pikken. Ze stonden ergens in Santir en konden echt de beklimming terug niet meer aan en dat wil ik wel geloven. Dus na heel wat zoeken en nog meer bochten, schakelen en op en neer rijden vond ik hen uiteindelijk. In mijn haast vergat ik echter de handrem van de wagen aan te trekken waardoor die plots achteruit begon te rijden. Gelukkig was Francis bij de pinken en met een tijgersprong kon hij de handrem aantrekken en zo voorkomen dat we allemaal te voet naar huis moesten komen. Wat hebben we geleerd vandaag: zelfs als je gehaast bent, nooit vergeten de handrem aan te trekken of de wagen in versnelling te laten staan. Al bij al was er geen erg gebeurd, maar het was toch wel even schrikken. Francis, ik zal voor jou in Santiago een speciale kaars branden.

Aangekomen in Sarria konden we vlot inchecken en er werd eerst een anderhalf uur platte rust gehouden en dan gingen we eten. Ik nam een paar rationes (grote tapa’s) en de andere de menu van de dag waarvoor ze amper 9,50 euro dienden te betalen. Veel eten, drank en brood voor dit kleine prijsje, het is meegenomen. Aan tafel werd natuurlijk uitgebreid terug gekomen op het handrem incident waarna het gesprek zich toch verlegde naar het verzorgen van de hoogste en achterste delen van de dijen en het nut van de bidet.

Nu is iedereen gaan slapen want morgen volgt nog een lange rit maar dan komen ze aan in Santiago de Compostela en dat maakt veel goed, vooral dat er dan een rustdag volgt. Maar nu dus oogjes toe en snaveltjes dicht en wat er morgen gebeurt, dat lezen we dan morgenavond wel als de blogsite mee wil werken.

Als uitsmijter nog enekel foto’s die de gebeurtenissen van gisteren illustreren:

 

Omschrijving 4: op dit liedje hebben velen voor het eerst een lief kuis op de wang durven kussen.

Een gedachte over “Dag 4: Ain’t no mountain high enough (met dank aan Diana en koortje)

Geef een reactie op Francis Reactie annuleren