02.09.18 Als koene ridders als Roland niet voorbij de Basken raakten, hoeveel kans hebben wij dan?

reliefkaart1

Vandaag stond de meest gevreesde en legendarische rit van deze fietsronde op het programma: van SJPdP naar Puente la Reina, zo’n 111 km lang en over de Pyreneën. In alle reisgidsen over de tocht naar Compostella heeft deze rit drie sterren of krijgt de kleurcode ‘rood’. Vanavond zullen onze fietsers weten of de rit echt berucht moet zijn of dat het allemaal wel wat overdreven is.

Deze ochtend was het ontbijt om 7.30 u. Geen buffet maar toch een rijkelijke maaltijd met alle noodzakelijke ingrediënten van brood, kaas, granen, fruit, yoghourt, confituur, boter en natuurlijk koffie of thee. Er werd goeg gegeten want men voorzag  een lastige rit die een beroep zou doen op alle beschikbare energie. Bovendien zag het er buiten toch nog fris uit en tussen de heuvels bleef de ochtendnevel in slierten hangen. Sommigen kozen voor een licht jasje en anderen dan weer niet, maar om 8.30 uur werd het startschot gegeven. Ook een hele groep Engelse brandweerlui was aan de start. De fietsers rekenden op zo’n drie tot vier uur om boven te raken aan een gemiddelde van 5 km per uur op die klim van 28 km. Ik had dan ook ruimschoots de tijd om nog eens naar SJPdP te gaan voor een laatste bezoek en het aankopen van vers brood voor de straks ongetwijfeld hongerige magen. Zo rond kwart voor tien begon ik dan aan de beklimming langs dezelfde weg als de fietsers. Ik moet zeggen dat het redelijk makkelijk ging met zo’n slordige 2000 cc voor mijn neus ofschoon er wel wat bochtenwerk bij te pas kwam. Maximumsnelheid op die weg was 90 km per uur maar wie dat rijdt is echt wel zijn leven beu. Ik deed het dus rustig aan en ik was telkens versteld van motorrijders die mij inhaalden en dan gretig door de bochten vlogen, meer liggend op de weg dan rechtopzittend op hun moto. De Spaanse bewegwijzering en bijkomende uitleg in het Baskisch was voor mij Latijn (en zelfs dat niet) en de logica van de signalisatie was ook soms ver te zoeken. Zo kondigde een bord aan dat het voor twee kilometer 50 per uur was om driehonderd meter later te worden vervangen door een bord met 30 kilometer per uur. Ze meten hier duidelijk met twee maten en gewichten. Maar we zullen geen spijkers op laag water zoeken.
Bij het klimmen vroeg ik mij af waar onze fietsers eigenlijk bleven. Aan hun vooropgestelde snelheid, had ik ze al lang moeten hebben gezien. Waren ze toch een aneder weg ingereden? Waren ze weg kwijt? Groot was dan ook mijn verbazing toen ik al heel dichtbij de top een eerste geloste fietser zag, genadeloos eraf gereden door de twee koplopers. Dat is hun verhaal, zijn verhaal is dat hij een plaspauze moest maken en dat hij zo achterop was geraakt. Zoals een echte professional heb ik hem dan maar even aan de auto laten hangen om hem toch weer een einde bij te brengen. Na een aantal tientallen meters moest hij lossen doordat er tegenliggers kwamen en ik met de wagen weer aan de juiste kant moest gaan rijden. En ja wat verderop reden de twee koplopers met een kleine voorsprong op de volggroep van één renner. En zo bereikte ik de top van de Ibaneta even later gevolgd door het nu weer volledige peleton. Van hieruit krijg ja als beloning voor de inspanning een  adembenemend panorama dat je echter nooit op foto kunt vastleggen. Zo’n ervaringen moet je gewoonweg graveren in je geheugen om er later verder te kunnen van genieten. Zeg dat aan de fotograferende aziaten die met een toestel voor hun neus lopen en alles zien, maar naar niets kijken.

 

We zagen elkaar in Roncevalles om 11.05 uur. Ongelooflijk hoe vlug ze de berg waren opgereden. Echt een prestatie om fier op te zijn en door te vertellen aan het nageslacht.
Roncevalles: een naam die doorheen de Europese geschiedenis galmt. Rinkelt er geen belletje? Dan zeker niet goed opgelet in de lessen Franse en Nederlandse literatuurgeschiedenis. En dan maar klagen dat de jeugd van heden geen algemene kennis meer heeft, blijkbaar is het ook niet zo goed gesteld met die van de lezer die nu met lege blik naar dit scherm staart en zich afvraagt waarover ik het in hemelsnaam wel heb. Even dat belletje laten rinkelen: in 778 werd hier de achter- hoede van het leger van Karel de Grote tot de laatste man uitgemoord door de Basken die samenheulden met de ‘saracenen’ (hoe weten ze dat eigenlijk als ze tot de laatste man werden uitgemoord? Wie is dat dan gaan vertellen?). Vreselijk volkje die Basken, over de saracenen nu geen kwaad woord meer want dat is niet politiek correct en leidt meteen recht naar de vierschaar van Unia. En natuurlijk kennen jullie het Chanson de Roland waarin de held Roland weigert het leger van Karel te verwittigen om hem ter hulp te snellen. Zijn laatste gedachten zijn voor Karel, voor God en voor zijn zwaard ‘Durendal’ dat hij poogt stuk te slaan omdat het niet in handen van de vijand zou vallen. Voor de vrouw thuis geen traan, geen woord, niets niemendal. En hiermee werd de traditie van de Karelromans (je weet wel die voorhoofse epiek) op de kaart gezet. Tot hier deze kleine zijsprong om het geheugen wat op te frissen.
Hier in Roncevalles vind je natuurlijk allerlei monumenten die herinneren aan deze snode overval en het heroïsche gedrag van Roland en de zijnen.

In Erro zagen we elkaar  dan aan de kerk terug om wat te eten en vandaar ging het via mooie rustige wegen naar Uroz – Villa, Campana en uiteindelijk Puente la Reina. Ondertussen was ik wel gestopt in Eunate om daar een van de merkwaardige kerken  langs de Compostellaroute te gaan bekijken. Na mijn ticket gekocht te hebben, kwam de dame van het loket ons zeggen dat ze binnen vijf minuten sloot wegens …. Jawel: de siësta. En dan willen de Spanjaarden een volwaardig lid zijn van Europa, wanneer ze elke dag op uren waarop iedereen werkt, er het bijltje bij neerleggen. Wij zouden dat eens moeten doen en meteen stond het VBO, Unizo en wat heb je nog meer op hun achterste poten!
Tussen Uroz – Villa en Puente washet landschap ook wel veranderd. De bergen hadden plaatsgemaakt voor zachte glooiingen en heuvels en het groen was heel vaak vervangen door okergeel en geelbruine tinten van gedorste graanvelden en hele, partijen verdorde zonnebloemen. Op die heuvels was het windstil, van een hele rij windmolens bewoog geen enkele wiek terwijl er in de vallei toch wel wat wind was waardoor ons fietspeleton meteen een waaier ging vormen.

Toen ik in Puente aankwam, en we zijn nu in Navarra (does it ring a bell?), was ons hotel Rural Bidean in de Calle Mayor 20 in volle bedrijvigheid, maar voor de rest was het hier weer het siëstaliedje: geen winkel open en geen kat te bespeuren, behalve mad dogs en pelgrims te voet en met de fiets. Maar dat was niet echt erg want wanneer we dan samen wat later het stadje verkenden, bleek dat er niet echt veel te zien was. Natuurlijk een tweetal kerken, de wereldberoemde brug uit de 11de eeuw over de Arga en de legende van de txori met bijhorend Mariabeeld. Natuurlijk zijn we over die brug gewandeld waarbij een van onze Vlaamse jongens het niet kon laten om twee vrouwelijke pelgrims een ‘buon camino’ toe te wensen, gewoon kwestie van beleefd te zijn natuurlijk.

Het avondeten in het hotel viel heel goed mee maar eindigde bijna op een drama. Bij het afruimen liet de dienster bewelmd door onze charmes een mes, o zo scherp, in de schoot van Francis vallen. Bijna hedden we een eunuch in ons gezelschap ware het niet geweest dat Santiago over hem waakte en als bij mirakel het mes nog juist voor het kruis kon opvangen …. Of misschien had Francis gewoon goede reflexen. Neen, neen het kan niet zijn, Santiago heeft zijn krachten niet verloren, hij en Francis waren voor elkaar geboren en dus is hier zijn drieëntwintigste mirakel gebeurd. Na deze benauwende maar tevens verheffende ervaring zijn we dan maar gaan slapen, de fietsers toch, want ik zit hier te tokkelen op mijn klavier, maar ook dat is nu gedaan. Buon camino!

PS: er loopt iets mis met de opladen van de foto’s. Jullie krijgen ze morgen na nog een mirakel van Santiago of Apple.

Wedstrijdvraag: “L’olifant sunet a dulor e a peine”. Waarover gaar het hier?

3 gedachten over “02.09.18 Als koene ridders als Roland niet voorbij de Basken raakten, hoeveel kans hebben wij dan?

  1. Surprise, c’est moi ;-). Na google google google … : Roland blaast uiteindelijk dan toch zijn “olifan”, een ivoren hoorn gemaakt van de slagtand van een olifant, om de hulp van het leger van Charlemagne in te roepen, maar dat veroorzaakt hem veel pijn (douleur, peine) (en hij bezwijkt).

    Like

  2. Ik kriegen der nen ongertje van, iersie, ook sept étapes :
    1. Préchauffez le four à 180°C.
    2. Faites fondre le beurre et faire revenir l’échalote ciselée pendant 2 min et ajoutez la farine. Mélangez sans cesse puis versez le vin blanc et le bouillon.
    3. Laissez frémir sur feu moyen en mélangeant pour faire épaissir la crème.
    4. Une fois la consistance d’une béchamel obtenue, salez et poivrez.
    5. Nettoyez et coupez les champignons, puis faites-les faire revenir dans un peu d’huile.
    6. Ajoutez à la sauce la crème, les champignons, les noix de Saint-Jacques et répartissez la préparation dans des coquilles Saint-Jacques.
    7. Saupoudrez de chapelure et enfournez pour 10 min et dégustez chaud avec une salade verte.
    Astuce : vous pouvez ajouter des crevettes grises décortiquées dans la préparation.
    Os tmor Ostensche zien .
    Oe, dat et er niets mee te maken ?

    Like

Geef een reactie op Franky Lava Reactie annuleren