Ploegoverleg op hoog niveau

Zoals het elk team past, werd het verloop van de laatste rittengroep op onze weg naar Compostela op een topoverleg besproken. Om in de sfeer van politieke onderhandelingen te blijven, trokken we ons daarvoor terug op een geheime locatie in de Nachtegalenlaan in Oostende (het is een heel lange straat zodat de pers niet meteen kon achterhalen in welk huis of in welke tuin de besprekingen werden gevoerd). De vergadering was ook de ideale gelegenheid voor sommige leden van het team om kennis te maken met een nieuw jeugdig en enthousiast fietslid, dr. Philippe Debucquoy die we vanaf nu gewoon met ‘Philippe’ zullen aanspreken. Met zijn komst is de medische staf van het team weer aangevuld, nadat een vroeger teamlid wegens een overvloedige wijnoogst had moeten afhaken. Als ervaren ronderenner zal hij zeker een versterking zijn voor het fietsteam en we zijn benieuwd of hij de bestaande bergkoning zal onttronen op de vervaarlijke hellingen die de koene fietsers te wachten staan. Hij mag ervan overtuigd zijn dat hij vanuit de volgwagen alle noodzakelijke en uiteraard reglementaire ondersteuning zal krijgen. Om alle misverstanden toch maar meteen uit de weg te ruimen en herhaling van vroegere feiten, mochten die er al zijn geweest, uit te sluiten, willen we hier verwijzen naar art. 37 ter van het wedstrijdreglement dat het zich vastklampen aan de volgwagen of aan de bestuurder ervan absoluut verboden is (tegen een kleine, in onderling overleg te bepalen vergoeding, kunnen hierop in uitzonderlijke omstandigheden, uitzonderingen worden op toegestaan, indien ze op de juiste formulieren in viervoud zijn aangevraagd). Dus Philippe, hartelijk welkom en Buen Camino!

Vorig jaar waren we geëindigd in Léon en daar moeten we dus dit jaar opnieuw starten. We vertrekken op 30 augustus 2019 vanuit Oostende naar Dax. Vandaar rijden we door naar Léon waar we dan op 1 september de tocht  verderzetten met een rit naar Ponferrada van ongeveer 102 km. Daarna gaat het richting Sarria, zo’n 91 km verder. Op 3 september is de aankomst, weer nog eens 113 km verder, in Santiago voorzien.  Op 4 september is er enige rust voor de fietsers naast het lenig houden van de spieren door een paar uur rijden op de rollen. Vanuit het bedevaartsoord gaat het dan richting Fisterra om te zonnen, pootje te baden of pijnlijke achterste lichaamsdelen bloot te stellen aan de heilzame werking van het zeewater. Na die ontspanning doen de fietsers dan nog een laatste inspanning van een kleine 110 km om aan te komen op 6 september 2019 in A Coruna. En dan zit het erop en wordt op 7 september de rit huiswaarts begonnen met een overnachting in Angoulême waar we ook de weg al wel wat kennen. Op zondag 8 september zijn we dan weer thuis en kunnen de fietsers hun diploma van de tocht naar Santiago de Compostela, na inkadering, fier aan de muur hangen in hun living, gang, werkkamer, operatiezaal of waar ze ook maar willen.

Het wordt dus vanaf nu aftellen naar vrijdag 30 augustus. De fietsers kunnen nog wat trainen ofschoon ze er natuurlijk zorg moeten voor dragen niet te vroeg te pieken. Er kan nog wat gedaan worden aan eventueel overgewicht zodat ze niet zwaarder dan vorig jaar moeten vertrekken. De fietsen moeten worden nagekeken en de bandenspanning moet nauwlettend worden afgestemd om onnodige wrijving met moeder aarde te voorkomen. Natuurlijk zal ik ook verder trainen op het snel open en dichtdoen van de koffer of de zijdeur bij het inladen van boodschappen of het aanreiken van reservewielen, drankflessen en ketonen (een functionele groep, bestaande uit een carbonylgroep waaraan twee koolstofatomen zijn gebonden).

Uiteraard gaan bij het plannen van zo’n tocht ook onze gedachten naar de partner(s) (we gebruiken een neutrale term om geen problemen te krijgen met organisaties die waken over genderneutraliteit) die thuis blijven. Zij hebben de keuze uit een aantal mogelijkheden:

1. groepsaankoop tegen zwaar verminderde prijs van papieren zakdoeken tegen het overvloedig huilen om de afwezigheid van de wederhelft;
2. organiseren van een of meerdere fuiven om de herwonnen, maar o zo tijdelijke, vrijheid, gepast te vieren;
3. rustig genieten van de rust en kalmte in een huis dat nu toch tien dagen op orde blijft;
4. gaan wandelen met de hond of de kat;
5. elke dag de blog lezen om te weten te komen wat de wederhelft nu weer heeft uitgehaald (tot op dit ogenblik zijn ons geen scheidingen gekend als gevolg van onthullingen in vorige blogs. De schrijver hoopt vurig dat dit zo moge blijven).

Zo zijn jullie toch weer wat op de hoogte en kunnen jullie samen met ons uitkijken naar de start van de volgende rond.

Groetjes,
Daniël

 

And here are the results of the Ostend jury

Beste lezers, nadat ik enkele dagen heb kunnen uitrusten en bekomen van de lastige taak van begeleider van drie vedetten, werd het langzamerhand tijd om mij te buigen over de vele antwoorden op de wedstrijdvragen die ik mocht ontvangen en uit alle gegadigden de finale winnaar aan te duiden.

Groot was dan ook mijn verbijstering te moeten vaststellen dat slechts twee lezers deelgenomen hadden aan de wedstrijd en dat slechts één van hen het tot en met de schiftingsvraag had volgehouden. Ik moet hieruit afleiden dat er maar heel weinig lezers zijn die geïnteresseerd zijn in de tussenkomst van de heilige Jacobus ten bate van hun zielenheil. Komt straks niet klagen, gij allen verdorven zondaars, gij hebt de kans gekregen om menig aflaat te bekomen en zo uw tijd in het vagevuur te reduceren met tientallen jaren. Maar neen, het lijkt jullie allemaal niet nodig, behalve voor één sterveling die zich ervan bewust is dat zijn ziel alle bijstand kan gebruiken, ook al heeft hij tot nu toe een quasi heilig leven vol ontbering en versterving geleid.

Tijd om de sluier op te lichten en jullie uit de ondraaglijke spanning te halen: de winnaar is Franky Lava en dat met de grootste onderscheiding en felicitaties van de jury. Niet alleen had hij alle antwoorden juist, maar hij vond ook nog de tijd om ons een overheerlijk recept voor Sint-Jacobsschelpen te bezorgen en ons bovendien zo nu en dan te laten genieten van zijn grondige kennis van de Spaanse taal.
Doordat er maar één kandidaat in het spel was, is het ook niet nodig om de schiftingsvraag in te roepen om uitsluitsel te krijgen. Dit behoedt de renners er ook voor met rode wangen te moeten rondlopen, mocht blijken, dat hun totale gewicht niet is verminderd maar enigszins is toegenomen na deze zware inspanning.

De feestdag van Jacobus de Meerdere (en niet Sins Jacobus van Compostella) valt op 25 juli. Hij is een van de beschermheiligen van Spanje en zijn feestdag is het hoogtepunt van een feestweek te zijner ere. Hij is ook de patroon van alle reizigers en pelgrims. Wanneer zijn feestdag tevens op een zondag valt, dan wordt dat jaar een Heilig Jaar en de pelgrims genieten dan van een speciale aflaat (maar dat is blijkbaar toch niet nodig, gelet op de geringe interesse voor de wedstrijd en de niet te versmaden prijs). Zijn naam betekent in het Hebreeuws ‘de volhouder’. Onze voornamen; Jacob, Jaap, Jacco, Sjaak, Koos, Jac, Jim, Jacoba, Jacqueline, Jenny en nog andere, zijn ervan afgeleid. Ook de familienamen: Cobben, Coops, Coppejan, Coppieters, Coppens, Keupens enz. verwijzen naar zijn naam?

Franky, van harte proficiat en, zoals eerder gemeld, mag je dus op 25 juli een heel grote kaars branden en daarbij ook een deugdelijk gedateerde, ondertekende en van een zegel voorziene aflaat ontvangen.

 

 

Gelet op de onzekere uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen en van de politieke voorkeur van de winnaar van de wedstrijd, krijgt hij de keuze tussen de verschillende kleuren van kaarsen. Tevens wordt enige terughoudendheid gevraagd bij het gebruik van de aflaat, want die heeft al voor enige heibel gezorgd in de kerk, toen ene zekere Luther er zijn oog op liet vallen en merkte dat hij niet de begunstigde was (dit is een niet politiek correcte uitspraak en enkel als grapje bedoeld en dus meteen met alle excuses aan eventueel protestante lezers van de blog die er het grappige niet van zien).

And this concludes the votes of the Ostend jury (en bijna vergeten, er was ook een jurylid uit Roeselare).

08.08.18 En nu mogen de banden gelost worden

Tous les matins, nous prenons le chemin,
Tous les matins, nous allons plus loin.
Jour après jour, saint Jacques nous appelle,
C’est la voie de Compostelle.
Ultreïa! Ultreïa! E sus eia Deus adjuva nos!

 


De ochtend nadien is het altijd weer wat gewennen. Geen ontbijtbuffet (toch niet bij mij thuis), geen wielertenue, niet moeten inpakken en wegfietsen op Gods wegen.
De ochtend nadien is het aanpassen aan het gewone ritme, het Vlaamse weer en plannen hoe we de volgende week zullen aanpakken. Het gewone leven eist zijn plaats weer op. En dat is goed, want anders zouden we het verschil niet merken met die mooie fietstochten en dan zouden we er ook niet moeten naar uitkijken. 2018 is voorbij, maar 2019 wenkt en indien alles meezit, wordt het een topjaar want dan moeten onze renners Santiago zelf bereiken of misschien zelfs de kust erachter, Fisterra. Maar eerst moeten nog wel een paar bergen worden overwonnen. Dat heeft hen echter nog niet gestopt en dat zal in 2019 ook wel niet zo zijn.

De fietsen mogen gereinigd worden, de onderdelen gesmeerd. De benen en daarop aansluitende  lichaamsdelen mogen wat rust krijgen, maar natuurlijk niet te lang. Straks begint de training alweer, op de rollen of op de weg, ze kiezen het zelf maar. Zolang alles maar in orde komt tegen september 2019 want dan gaat het opnieuw van start.

Natuurlijk nog de beloofde rangschikking:

Bergtrui: Francis (los van het incident met de druivensuiker);
Groene trui: er waren dit jaar geen tussensprinten of eindsprinten en dus wordt de trui niet toegekend;
Uithoudingsprijs: Frederik die na een ellendige ervaring in een van de eerste ritten toch doorzette;
Combiné: het rennersteam voor hun spirit, samenhang en collegialiteit;
Pechvogelprijs: Bruno die lek reed

De toekenning van de prijs ‘pedaleur de charme’, laat ik over aan de respectieve vrouwen die thuis op hun man hebben gewacht en beter hierover kunnen oordelen dan ikzelf.

En ja de prijs voor de beloftevolle renner boven de vijfenzestig: ongetwijfeld ikzelf, het liedje van Louis Neefs indachtig: ‘Als ik ooit eens vijf minuten tijd heb, dan begin ik er alvast eens aan’.

Zo dat was het beste lezer, vanuit het zonnige Oostende. Afspraak voor een volgende tour in 2019.
Schiftingsvraag voor de wedstrijd: hoeveel kilogram zijn de fietsers gezamenlijk afgevallen?

 

07.08.18 The long and winding road that leads to your heart (met dank aan medepelgrim Paul McCartney)

IMG_1036

Ida y vuelta. Laatste dag en dus mocht er deze morgen in Léon wat langer geslapen worden, want het ontbijt was pas om 08.30 u. Blijkbaar sliepen er heel veel laat in het hotel want Bruno en ik waren de eersten in een volledig lege ontbijtzaal. Van zodra de geur van koffie echter uit onze koppen omhoog steeg naar de kamers, zakten ook Francis en Frederik meteen af, zodat we de gezamenlijke laatste maaltijd in Spanje konden nuttigen.
Bij het ontbijt was het weer meteen prijs: Frederik vond dat men in het onderwijs toch wel wat meer aandacht kon besteden aan elementaire beleefdheid bij het gebruik van digitale apparaten in aanwezigheid van klanten en zelfs van patiënten ( waar we meteen ook een voorbeeld kregen van de strengheid van Bruno in de kliniek). Dat moet nu maar eens gedaan zijn, ik heb het al gezegd en geschreven, als je het wil geloven dan moet het onderwijs voor alles een oplossing vinden waarvoor de samenleving zelf met geen antwoord kan komen. Als politici een probleem hebben dat ze niet aankunnen, dan moet de school het maar oplossen. Alleen krijgt de school daar niet de tijd, de mensen en de middelen voor en ontbreekt het vaak aan waardering voor de inspanningen van het onderwijzend personeel. Er wordt dus tijdens deze en volgende fietstochten naar Compostella niet meer over het onderwijs gesproken op straf van boete. Ook niet via slinkse omwegen, zoals ‘op dat werk waar ze veel vakantie hebben ‘ of ‘ die mannen die de woensdagmiddag thuis zijn’ enz. We het wel aandurft  zal meteen een bijkomende rit van 25 km moeten afleggen, heuvels en bergen of geen heuvels en bergen, moe of niet moe. We zullen onverbiddelijk zijn, want anders houdt dat niet op, mark me words!

Gelukkig bleef er na deze discussie toch nog wat tijd over om even de benen te strekken door het maken van een kleine wandeling naar de kathedraal van Léon. Veel kleiner dan in Burgos en ook soberder: een klassieke gotische kathedraal naar Frans model waarvan het interieur, naar mijn smaak, weer wordt ontsierd door allerlei barokke elementen. de mensen trokken zich daar in de tijd niets van aan en ze bouwden gewoon bij en verder in de stijl van de tijd waarin ze leefden, maar al die toevoegingen doen toch afbreuk aan de pure lijnen van een gotisch kerkinterieur. Ze lopen er ook hoog op met de brandglazen, maar wie die van Chartres, Bourges, Le Mans of Sens heeft gezien, zal ze hier niet zo overdonderend vinden, maar goed, ze mogen er zijn. En na dat korte bezoek, ging het dan richting hotel om de wagen te laden en Spanje voor dit jaar definitief de rug toe te keren. Om 10.30 u. waren we weg.

Even wat feiten tussendoor: de fietsers reden 582,3 km in totaal verspreid over zes etappes (94,1 km, 103,1 km, 84 km, 109,4 km, 72,2 km en 119,5 km) en ze deden dat tegen een gemiddelde snelheid van 19,85 km per uur, wat, gelet op het klimmende parcours, zeker niet slecht is, integendeel. Pas op, ikzelf zat natuurlijk ook niet stil en naast al die kilometers met de wagen legde ik 80,5 km te voet af (detail is op eenvoudige aanvraag te verkrijgen). Als ik het dus goed bekijk, dan heb ik meer kilometers gedaan dan de fietsers. daar wordt een mens toch even stil van (en dat ik niemand hoor lachen).

Na deze korte stilte, neem ik het verhaal weer op. Het ging vlot met de wagen vanuit Léon richting Burgos. Links van ons zagen we in de verte de Picos de Europa en bij het naderen van Burgos was het aantal windmolens op de hellingen bijna niet te tellen. Op een zeker ogenblik zag je ze overal verspreid over de hele horizon. Blijkbaar moet het hier toch wel stevig waaien soms en gelukkig zijn we daaraan ontsnapt. Van Burgos reden we richting Miranda de Ebro waarbij we langs de weg op de hoogte nog even een glimp konden opvangen van de kathedraal van Burgos en van ons hotel. Via de péage (waarbij de betaalterminals zichzelf aan de hoogte van de wagen aanpasten), ging het dan richting Vitoria Gasteiz en San Sebastian. Heel wat tunnels en ik denk dat er daar geen rechte strook van meer dan 150 m was, bocht na bocht, maar het ging toch vlot en we stonden dan plots aan de Franse grens oog in oog met een gendarme die ons en de wagen aandachtig keurde, maar ons verder geen stro breed in de weg legde en waardoor we vrij la douce France konden inrijden. Zoals altijd zaten we vast in Bordeaux. Intussen was het al ongeveer vijf uur geworden en we hadden nog de helft van de reis voor de boeg. Bruno lag te slapen en we maakten van de gelegenheid gebruik om een korte kernachtige vergadering te houden over wat we zouden doen. Op het moment dat Bruno wakker werd, werd hij geconfronteerd met de beslissing uit dat overleg: we hadden met alle wakkere leden besloten om  om de reis te onderbreken in Angoulême. Tip voor volgend jaar: overleggen wanneer Bruno slaapt, gaat veel vlugger. Na wat zoeken via het internet, vonden we een hotel dat nog vier kamers vrij had, Hôtel Antoine, uitgebaat door een Fransman uit het noorden van het land, die niet te spreken was over de gastvrijheid van zijn zuidelijke stadsgenoten en nog jaarlijks afzakte naar Calais en Brugge omdat hij de mensen daar veel warmer vindt dan in het warme zuiden. Dat zal Renaat Landuyt een hart onder de riem steken en het moge een troost voor hem zijn, mocht hij niet winnen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Renaat, denk er dan aan, in Angoulême staat voor jou altijd een deur open (adres en contactgegevens kunnen tegen een geringe vergoeding bekomen worden).

Tijdens de rit met de wagen was er natuurlijk over alles en nog wat gepraat. Daarbij bleek dat een van de renners zijn prestaties  herhaaldelijk had moeten ondersteunen door het nemen van druivensuiker, naast het drinken van liters cola. Ik weet niet of de combinatie van beide leidt tot een gevaarlijke cocktail in de ogen van de dopingcommissie, maar wat wel verwerpelijk was, was dat hij het gebruik van zijn suiker zodanig had berekend dat hij juist één tablet op overschot had en, hier komt het, dat hij die ene tablet had weggegeven aan Francis. Ja, jullie lezen het goed, hij had die volledige tablet aan Francis gegeven, daarbij schromelijk vergetend (of was het zelfs meer dan vergeten?) dat er nog een andere fietser was die misschien ook enige ondersteuning nodig had. Uiteraard werd dit pas op het einde van de tocht meegedeeld, want anders was de wedstrijdleiding hard opgetreden tijdens de bewuste etappe en was de renner een paar minuten in het klassement terug geplaatst. Dit jammerlijk voorval, werpt natuurlijk enig licht op de topprestaties van Francis in de bergen. Waren het enkel zijn benen of was hij ondersteund door dit tablet bij het plaatsen van zijn verschroeiende demarrages ? We zullen het nooit weten. Weer een les voor volgend jaar: bij aanvang wordt het aantal tabletten druivensuiker geteld en eerlijk verdeeld over alle renners. Bij het starten zal, net als in het leger bij de controle op het bezitten van scherpe munitie, driemaal gevraagd worden: ‘Is er nog iemand in het bezit van verborgen druivensuiker?’ en wee diegene die betrapt wordt op het hebben van verdoken klontjes.

Omdat het niet altijd enkel druivensuiker kan zijn ,gingen we dan ’s avonds eten in Angoulême zelf, in de brasserie ‘Le lieu dit’ en het moet gezegd, het was er buiten op het terras tussen da neder gasten , heel gezellig en het eten was heel lekker. Er werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om nog eens alles te eten dat thuis verboden is en of het smaakte.
Tijdens het eten werd ook nog wat nagekaart over de zwempartij in SJPdP, waarbij een renner het zonder zwembroek moest stellen en dan maar koos om in zijn ooit witte ondergoed in het koude water te springen (nadat anderen hem hadden verzekerd dat het lekker lauw was).

IMG_0906

Naast een verslag over een fysiologische reactie die zich uitte in het krimpen van bepaalde lichaamsonderdelen (materialen krimpen bij koude), bracht dit ook een hernieuwde discussie mee over ‘de laatste druppel’. Ook voor uw schrijver dezes, blijft dit een mysterieus onderwerp dat blijkbaar in rennersmiddens wel vaker aan bod komt. Ik kan er dus geen grote verhalen over doen, ik kan u enkel melden dat men dit probleem eens zou voorleggen aan een uroloog verwant aan een van de fietsers.
natuurlijk wam ook de reis van volgend jaar aan bod en vooral de lange afstand die zou moeten worden gereden om tot aan het startpunt in Léon te raken. Er werd geopperd te vliegen, een wagen ter plaatse te huren enz. Bij een eerste berekening bleek al vlug dat vliegen en huren misschien wel veel voordeliger zou zijn dan met een wagen en chauffeur (die ook moet overnachten) vanuit Vlaanderen naar Léon te rijden.  Of hoe iemand zichzelf werkloos kan maken. Maar we zien wel en daarbij een kleine tip: indien de fietsers de huiselijke vrede wensen te bewaren, dan zou ik toch kiezen voor een vertrek met de wagen vanuit Vlaanderen met mij erbij, want er zijn nog vele verhalen die ik niet vertel maar zou kunnen vertellen, ik zou dus toch tweemaal nadenken alvorens mij mijn C4 te geven.

Na een rustige nacht, ging het dan richting Poitiers, Tours en Orléans. Parijs ging iets minder door een tweetal ongevallen op de ring, maar al bij al , mochten we niet klagen.
En terwijl de camino weer bruisend vol liep, viel hier langzaam de stilte in de wagen: vermoeidheid, terugdenken aan een of andere ervaring tijdens een etappe, weemoed, stil genieten van de geleverde prestaties? Wie zal het zeggen? Ik drukte wel eens op de claxon van de wagen om iedereen weer bij de realiteit te brengen. Bruno schoot meteen wakker en vroeg wat dat was? Nadat de anderen hem tot rust hadden gebracht, confronteerde hij ons allen weer met een medisch vraagteken rond de onbewuste en ongemerkte flatus in gezelschap. Ook hierbij werd besloten om verder medisch advies van specialisten in te winnen zodat er geen vervelende en gênante situaties meer zouden ontstaan bij het klimmen of dalen van een of andere helling. Dit bracht natuurlijk meteen weer alle tongen los en we kregen een volledige revue van al Ardooies  meer en minder bekende grootheden, zoals daar zijn: Marc Degryse, Veerle Dejaeger, Vera Lynn, de diverse Lesages, een of andere monseigneur die werk verrichte in de kolonies en dokters die ook in die streken de eerste beginselen van de volksgezondheid ingevoerd. Van Ardooie ging het dan naar Keiem en naar Michel Pollentier. Tijdens de eerste stop om een koffie te drinken, schetste Frederik een beknopt maar toch heel helder profiel van de loopbaan van een misdienaar en hij stond daarbij even stil bij de toch karige verloning (20 frank per maand naar wel gratis miswijn, die altijd wit is) en de strijd tussen de misdienaars om te kunnen werken op trouwfeesten.

En zo naderden we onherroepelijk de Belgische grens die we overschreden om 16.35 u. Intussen waren we al uitgenodigd door de vrouw van Frederik om bij hen te eten en we lieten ons dit heerlijke maal meer dan smaken, waarvoor nogmaals onze dank. En zo dunde de groep uit één na een, tot alleen Francis nog overbleef (denk ik, want ik was er toen ook al niet meer bij). Morgen moet hij de wagen inleveren en dan is het weer wachten op volgend jaar.

In de laatste blog moet de rangschikking in de diverse categorieën nog worden meegedeeld.

 

Wedstrijdvraag: uit welk wereldberoemd boek komt de volgende beschrijving:
“De haren van Maritornes, die eigenlijk meer weg hadden van                                                    paardenmanen, werden door hem aangezien voor fijne gouddraden                                      uit Arabië, waarvan de schittering zelfs de zon in de schaduw stelde,                                      en haar adem, die overduidelijk naar ranzige worst rook, leek hem een                                  subtiel aroma te zijn (…)”

Elke overeenkomst met bestaande personen is onbedoeld en louter toevallig.

06.09.18 Een voorlopig eindpunt: Léon

Deze morgen was iedereen in goede stemming want men had goed geslapen en er werd gezegd dat ik een heel positieve beoordeling voor ons hotel mocht geven indien er naar gevraagd werd. Het ontbijt was ook verzorgd en de muziek in de eetzaal deed een aantal fietsers nostalgisch meezingen met een aantal succesnummers uit hun jeugd. Hun jeugdperiode was duidelijk niet die van mij maar dat wisten we eigenlijk al wel. Door de muziek werden we ook nog eens herinnerd aan de periode waarin Bruno DJ was geweest, samen met Lucien. Ik vermoed dat het hier om niemand minder dan Lucien Van Impe ging, maar ik heb daar geen bevestiging van tot op dit ogenblik want de fietsers zijn na aankomst hier in het hotel in Léon, na het vieren van het bereiken van de eindmeet door het drinken van een aantal glazen bier, nu eerts toch even een uitltje gaan knappen. Straks om 18.30 uur zouden ze weer monter en verfrist te voorschijn moeten komen om te gaan eten. Ons hotel, FC Infantas de Léon ligt maar op een paar honderd meter  van het stadscentrum en dat wordt dus een korte wandeling. Ik meende eerst dat we in een voetbalclub zouden worden gelogeerd, gezien de afkorting FC, maar ik heb hier nog geen groene mat ontdekt en dus ga ik ervan uit dat FC de afkorting van een keten zal zijn.
Tijdens het ontbijt vernam ik ook nog dat Francis bij het naar de kamer gaan was uitgegleden en gevallen. Gelukkig zonder erg. Ze hebben dus Léon bereikt met een enkele platte band, een valpartij in de gang en verder een kras vooraan onderaan de bumper van de wagen. Als chauffeur kijkt iedereen uiteraard naar mij, maar ik zou niet weten waar ik die kras zou hebben opgelopen. Volgens mij, maar men bekijkt me toch met enig ongeloof, is die kras veroorzaakt door een andere weggebruiker, toen de wagen geparkeerd stond in Burgos. Ik vrees dat er voor mij volgend jaar geen vervolg meer zal gebreid worden aan het avontuur en dat men zal uitkijken naar een meer ervaren en voorzichtige chauffeur.

Er werd weer vertrokken op het normale uur, zo rond twintig voor negen en we spraken af in Sahagun tegen 11.30 uur. Eerst ging ik nog brood kopen in Fromista zelf en ik wou toch ook eens gaan kijken naar de San Martin uit 1066, dat is immers het perfecte voorbeeld van een Romaanse kerk langs de Camino. De verhoudingen tussen de bouwvolumes zijn prachtig en juist zoals ze moeten zijn en onder de rond de kerk lopende dakrand zijn niet minder dan 309 kopjes van mensen en dieren afgebeeld. Ik ging erheen en ik zag dat het mooi was.

image

Rond de kerk zaten heel wat pelgrims koffie te drinken of te ontbijten. Het zijn mensen van allerlei slag, ze zijn in groepjes of alleen, te voet of met de fiets. Jonge mensen, soms nog tieners, maar ook oude mensen die soms moeizaam voetje na voetje vooruitgaan en het pad, de weg, de heuvel en vooral zichzelf telkens weer overwinnen. Het vergt moed en doorzettingsvermogen en een stalen wil om telkens weer aan die dagelijkse tocht te beginnen. Ik kan enkel respect hebben voor zoveel inzet. Het is een echte prestatie. En vanaf hier zijn ze ontelbaar geworden. In Frankrijk zagen we ze nog maar druppelsgewijs, maar hier wordt het een onstuitbare stroom. Ze zijn gepakt en gezakt, met Sint Jakobsschelp als herkenningsteken en heel dikwijls een wandelstok of Nordic walking sticks, hier en daar zie je een koppel met een identieke uitrusting hand in hand, dan weer mensen die moeilijk vorderen, er zijn er zelfs bij die karretjes laten trekken door hun hond, ofschoon dat uitzonderlijk is, want meestal trekken ze hun karretje zelf of het hangt achter hun fiets.

Vanuit Fromista ging het naar Villalcazar de Sirga waar de Virgen Blanca in een voor dit dorp veel te grote kerk staat. Maar hier gebeurden dan ook mirakels. Zo brak hier de ijzeren staaf van 12 kg die een pelgrim met zich moest meedragen naar Santiago als straf voor zijn zondig leven. De Virgen zorgde ervoor dat de staaf in twee stukken brak en dat werd gezien als het teken dat de zonden van de zondaar waren vergeven. In de kerk liggen ook een paar koningsgraven. In Spanje zijn er hier blijkbaar nogal veel koningen en koninginnen (ze voerden ze zelfs uit naar België), want je vindt ze in heel wat kerken en kathedralen.
Wat je ook in elk dorp vindt, is een beeld van een pelgrim of van Santiago zelf. Ze komen in allerlei variëteiten, de ene al realistischer dan de andere, maar allen verwijzen naar de voettocht.


Het landschap tussen Fromista en Sahagun is redelijk vlak zodat oneze fietsers hier geen grote krachtinspanningen meer moeten doen en ze vorderen dan ook heel snel. Ik moet zorgen dat ik mijn bezoeken vlug afwerk of ze staan, welsiswaar niet in de kou, maar toch zonder eten aan de afspraakplaats. Toch nog eerste even stoppen in Carrion de los Condes om daar een en ander te gaan bekijken. Er is de Santioagokerk met een prachtige gevel en fries en natuurlijk ook het Monasterio van San Zoilo. Ik dacht dat het in het centrum lag, maar ik was weer eens verkeerd en ik moest het hele dorp door en de rivier over voor ik het vond en moest vaststellen dat het pas om 10.30 uur openging, ze zullen zich hier zeker niet doodwerken. Ik ging dan maar even zitten op een bank voor de ingang en het moest natuurlijk weer lukken dat er een Spaanse wagen stopte voor mijn neus om aan mij, of all people, de weg te vragen. Ik moet er zeker niet al te veel als een toerist hebben uitgezien en zeker niet als een pelgrim want anders was die chauffeur zeker niet bij mij gestopt. Ik moest hem afwimpelen met No soy espagnol, soy flamenco, na hablo bien espagnol. Dat leek hij toch te berijpen en met een beminnelijke glimlach en een handgebaar nam hij dan ook afscheid. Ik met toch echt aan mijn pelgrimsuiterlijk gaan werekn ,mocht ik volgend jaar nog meegaan op deze tocht. Zo’n wat verwaarloosd en vermoeid uiterlijk is trouwens ook handig wanneer je toegang moet ebtalen want meestal is er een prijs voor ‘peregrinos’ en voor anderen en nu moet ik altijd iets verzinnen om toch de laagste prijs te betalen. Wat altijd helpt is duidelijk zichtbaar je stempelboekje in je pijpzakje te steken en zeker een verfrommelde of van kleur verschoten hoed te dragen. Om 10.30 uur raakte ik toch binnen en zo kon ik, volgens sommigen, de mooiste renaissance kloostergang van Spanje bezoeken alvorens mij terug te reppen naar de wagen om met gezwinde spoed naar de wachtende fietsers in Sahagun te rijden.


In Sahagun, net midden op de Camino, stonden de fietsers al te wachten. Om de tijd te verdrijven waren ze naar de San Tirso kerk gegaan en van daaruit was Bruno voor hen stempels voor het boekje gaan halen bij een nonnetje in een slotklooster. Eerst wou ze maar een boekje afstempelen maar met enige overreding en zijn gebruikelijke vlotte charmante manier in het omgaan met vrouwelijke geestelijken, kon hij toch voor elk van hen een stempel bemachtigen. Daar begonnen we dan ook aan onze laatste maaltijd te velde en er werd dus niet op een stuk brood meer of minder gekeken, want alles moet op zodat er meer ruimte komt in de wagen achteraan.

image
Op de foto is Bruno te zien nadat hij de stempels heeft bemachtigd, let op de boekjes in zijn hand. De pelgrimsstaf met drinkbus is geleend van het monument en werd normaal niet door hem op de fiets meegedragen.
Nadat de fietsers aan hun laatste traject waren begonnen, ging ik nog even op ontdekking in Sahagun om de San Lorenzo kerk te gaan bezoeken. Dat is een mooi voorbeeld van mudejarstijl (mudejar zijn moren die in het heroverde Spanje tussen de christelijke bevolking zijn blijven leven en die Moorse invoeden in hun architectuur en andere kunstvormen integreerden).

Na Shagun stopte ik nog eens in El Burgo Ranero en in Mansilla de las Mulas, maar behalve resten van oude stadswallen in het laatste dorp was er niet echt veel te zien en dus dan maar meteen op naar Léon. Ik kwam er met de wagen net aan op het ogenblik dat ook de fietsers hun laatste pedaaltrappen deden zodat we samen konden inchecken in het hotel. Om de goede afloop van de tweede ronde naar Santiago te vieren en te klinken op de prachtige sportieve prestatie van de fietsers dronken we dan ook menig glas alcoholvrij bier. Daarna naar boven voor de platte rust waarvan er bij mij niet veel in huis kwam.
Ik wilde na het typen aan de blog, mezelf opfrissen om mee te gaan eten maar toen ik in de badkamer was, hoorde ik plots iemand in mijn kamer binnenkomen. Ik kon niet uit de badkamer, naakt en nat van de douche om te kijken wie er hier wel binnen zat in mijn kamer. De indringer moet uiteraard gezien hebben dat de kamer bezet was want mijn bagage stond hier en mijn ipad, portefeuille, iphone en andere zaken lagen op het bureau. Tot overmaat van ramp trok de ongenode gast bij zijn of haar vertrek mijn sleutel uit de elektriciteitsschakelaar zodat ik in het donker zat en bovendien geen deursleutel meer had. Mas problemas en nog meer van dat! Ik dus vlug iets aangetrokken en in een Spaanse furie naar beneden naar de receptie. Bleek dat de receptionist inderdaad op mijn kamer was geweest om daar een kamerjas en slippers te leggen en ja, die lagen er van zodra ik weer licht kon maken om te zien wat er nog wel en niet in de kamer was. Een kamerjas of badjas in een hotel zonder zwembad? Ik zie er niet echt het nut van in en zeker niet als je daarvoor de bewoner van de kamer poedelnaakt en druipnat in de badkamer moet insluiten. Maar de camino heeft rust gebracht ook in mijn getormenteerde ziel zodat ik dit alles kalm en gelijkmoedig kan aanvaarden (nu toch terwijl ik met mijn kamerjas aan dit zit te typen).

Nadat de fietsers geduldig op mij hadden gewacht, konden we dan een kijkje gaan nemen in Léon. Meteen een andere sfeer dan in Burgos, volkser en minder net, kleiner ook. Ook de kathedraal is niet te vergelijken met de pracht van Burgos maar dat gaan we morgen wat van dichterbij bekijken. Wel werd voor het portaal de officiële aankomstfoto van de fietsers getrokken. Er staat ook wel een mooi Gaudi gebouw, la Casa Botines  (heeft niets met schoenen te maken) en wellicht vinden we morgen nog wel een paar bezienswaardigheden. Daarna gaan eten en dat was een voltreffer, het was de meest verfijnde maaltijd van het hele verblijf. Op de foto in het restaurant zie je onze drie fietsers

 

Na ons bezoek aan Léon in de ochtend, vertrekken we dan richting België. Vervolg volgend jaar want de peregrinos huldigen de leuze die in Mansilla op een muur stond geschilderd

image

Maar dat hoger en verder zal voor 2019 zijn, voor dit jaar was het fijn en mooi en het zal voor alle deelnemers een overgetelijke ervaring blijven. En nog een tweetal dagen blog en ook dan is dit weer afgelopen. Ik weet nog niet van waaruit ik morgen zal bloggen en zelfs niet of er in dat hotel wifi zal zijn om te kunnen bloggen, maar dat merken jullie uiteraard morgen wel.
Wedstrijdvraag: Onze vorige koningin droeg de naam Fabiola Fernanda Maria-de-las-Victorias Antonia Adelaida Mora y …………… Het laatste deel van haar naam (moet je invullen) verwijst naar een van de comunidades autonomas. Hoeveel zijn er zo in Spanje?

05.09.18 The rain in Spain stays mainly in the plain.

De Engelse literatuurliefhebber zal dit zinnetje uit het stuk Pygmalion van G.B. Shaw wel herkennen. Indien de lezer niet zo thuis is in deze materie, dan verwijs ik graag  naar de film van George Cukor uit 1964 die op basis van het toneelstuk werd gemaakt, My Fair Lady met Rex Harrison en Audrey Hepburn in de hoofdrollen. In het verhaal poogt Henry Higgins (figuur gebaseerd op de befaamde en bij alle Anglisten bekende en beruchte Daniël Jones van het uitspraakwoordenboek), specialist in fonetiek, Elisa Doolittle van haar cockney accent af te helpen door haar dit zinnetje correct te leren uitspreken. Maar de inhoud ervan was vandaag toch niet van toepassing op onze fietsers want, ofschoon voorspeld, viel er geen druppel regen  op de Meseta, de hoogvlakte tussen Burgos en Léon. Het is een open vlakte, met weinig groen en in de warme dagen is het er heet, in de winter heel koud. Als je op die pijlrechte wegen rijdt en er aan beide kanten van de weg bomen bij denkt, zou je denken in de Landes te zijn. Sommige pelgrims slaan het stuk tussen Burgos en Léon gewoon over, waardoor ze zonder het te weten natuurlijk langer in het vagevuur zullen moeten vertoeven. Lezers van deze blog zijn dus gewaarschuwd. Even verderop kwamen we wel in een ander landschap, dat van Tiera de Campos, een van de meest vruchtbare streken van Spanje met zeer grote graanvelden die voor de Romeinen de graanschuur van Rome waren. De Tiera is een lappendeken van goudbruin doorspekt met helder groen van kunstmatig besproeide velden (kleine sproeiers verdeeld ingeplant in de velden, grote waterkanonnen die stralen wel 200 meter ver spuiten en irrigatiekanalen). In de Tiera de Campos ligt Fromista van waar ik dit nu schrijf en waar de fietsers rond 17.00 uur zijn aangekomen. Maar laten we beginnen bij het begin van de dag.

Nadat sommige atleten niet goed hadden geslapen door het vele lawaai op de vijfde verdieping van het hotel, waren ze toch allen paraat aan het ontbijt om acht uur. Daar werden we eerst vergast op een gastcollege van Frederik over het eten van fruit. Luister allen, ik ga u iets vertellen: fruit moet gegeten worden voor de maaltijd want anders gist het en indien het wordt verorberd na de maaltijd verliest het in het spijsverteringsstelsel alle zo nodige en gegeerde vitamines. Een persoon aan tafel gaf daarbij het goede voorbeeld en bevestigde de theoretische uitleg van Frederik. Dus vanaf nu eten we eerst onze sinaasappel, appel of banaan en pas dan beginnen we aan de soep. Dit wordt toch wel weer een leerrijke uitstap en we zijn blij dat Frederik hier in de voetsporen van Dirk stapt die vorig jaar een dagelijks medisch ontbijtpraatje verzorgde. Ik zou zo zeggen, en dat samen met alle lezers, Frederik, doe zo voort!
Met verwijzing naar de roddels van gisteren wil ik u ook allen melden, ter  geruststelling van het thuisfront, dat onze badkamers op alle muren voorzien waren van spiegels zodat Frederik nu klaar en duidelijk zag waar die douchestraal naartoe gericht was en zo pijnlijke en genante kwetsuren kon voorkomen. Ook dat is dus nu opgelost.

Na het eten volgde een wandeling naar Burgos waar we de kathedraal wilden bezoeken. Die was echter nog niet open en we deden dan eerst een kleine beklimming naar een uitzichtpunt vanwaar we een mooi panorama over Burgos hadden.

Op de eerste foto zien jullie de fiesers gezellig keuvelend en voorzien van, gelukkig onnodige, regenkledij.
Zoals eerder gezegd is Burgos een heel mooie en gezellige stad, maar de kathedraal overtreft dit nog. We kochten een ticket en ik kreeg er eentje met reductie omdat ik meer dan 65 ben. De verkoper had dat meteen gezien ofschoon niemand wist naar waar hij eigenlijk keek want zijn ogen veranderden voortdurend van kant. Hij kan het dus ook over een van de fietsers gehad hebben, terwijl we dachten dat hij naar mij keek. Het is echt een prachtig werkstuk, uiteraard de kathedraal. We kregen een audiogids in het Nederlands, maar wanneer je alles wou zien en alle teksten wou beluisteren, dan had je een volle dag nodig en indien we de tijd hadden gehad, dan zou die volle dag heel goed besteed zijn geweest. De pracht binnenin, het vakmanschap en de virtuositeit van de bouwmeester is bijna niet in woorden te vatten en dat is een enorm compliment van iemand die zweer bij de Franse gotische kathedralen. Ik kom zeker terug om alles rustig te bekijken, want naast het interieur kun je ook uren slijten (en dus niet alleen in Amsterdam) met het bekijken van de iconografie van de vele portalen. Maar genoeg hierover en terug naar het hotel waar alles werd ingeladen om te vertrekken. We gingen dus op weg naar Fromista zo’n 68 km van Burgos.

Ik tankte onderweg bij en maakte van de gelegenheid gebruik om een paar kleine sterke en mierzoete koffietjes te drinken in een baancafeetje tussen de aanwezige Spanjaarden.

Later spraken we af aan het mooie kasteel van Olmillos de Sasamon om gezamenlijk te eten. Klein dorpje met heel veel oude mensen, zoals veel landelijke dorpjes in Spanje. Een van die dorpjes van het ‘godvergeten Spanje’ waarover Sergio del Molino een prachtig boek heeft geschreven.

Vandaar vervolgden we weer elk onze eigen weg. En de fietsres hadden het niet van de poes want Bruno reed lek. Gelukkig hadden ze zelf alles wat nodig was bij hen, zodat ze na een kort oponthoud hun weg konden verder zetten tot in fromista.
Ikzelf reed langs de camino tot in Castrojeriz waar ik in straatjes kwam waar ik met de wagen niet eens door raakte en rechtsomkeer moest maken. Het stadje zelf was als uitgestorven en totaal doods wegens, ja, de siësta. Hier en op andere plaatsen kwam ik fietsers tegen die we eerder hadden ontmoet en die een teken van herkenning gaven: een Vlaams koppel en een Amerikaans koppel.  Van Castrojeriz ging hat dan naar Boadillo del Camino waar nog een mooie gerechtspaal (rollo gotico) staat uit de 15de eeuw. Maar voor de rest was het ook of hier niemand nog leefde.

Zo weten jullie meteen ook hoever we daar nog van Santiago waren en nu, in Fromista, is dat een twintig kilometer minder.

En vanuit Boadilla ging het dan naar Fromista. Onderweg sprong nog wel plots een hinde op zo’n dertig meter voor mijn wielen over de weg. Wel schrikken, maar toch te laat om mijn jachtgeweer uit de koffer te halen. Dat ik had ik voor alle zekerheid meegenomen, na al die verhalen over woeste Basken en ander Spaans volk ‘van den buiten’, en dan heb ik het nog niet over de loslopende honden, waarvan we er toch wel een paar gezien hebben. Correctie: een paar ervan gehoorzaamden bij het minste teken van hun meester. Opale, neem daar een lesje aan  of ….

Fromista ligt ook bij het Canal de Castilla Escluses 17,18,19 en 20 en heeft een zeer gekend kerk, de Iglesia de San Martin, een prototype van alle Romaanse bouwwerken langs de Camino. Morgen gaan we daar eens een kijkje nemen, want nu is alles potdicht.

image

We hebben hier in het dorp vanavond gegeten voor 10 euro (voorgerecht, hoofdgerecht, dessert, brood, wijn en water inbegrepen) per persoon en dat is al een paar keer gebeurd. Een lekkere koffie en een goed glas heel lekkere Rioja, krijg je hier voor 2,50 euro samen. Neem daarbij de zon, de sfeer en de vriendelijkheid van de mensen en je vraagt je toch af waarom dat bij ons allemaal zoveel meer moet kosten. Om de overheid te betalen? Ook hier is het wegennet in uitstekende staat (zelfs beter dan bij ons op vele plaatsen), er is onderwijs, gezondheidszorg, justitie, landsverdediging en ordehandhaving en alles is proper en netjes verzorgd. Waar gaat al dat geld dat wij betalen voor een koffie en een maaltijd dan wel naartoe? Misschien een vraag voor de komende verkiezingen of voor een of andere econoom. Maar  met economen is het net hetzelfde als met advocaten: vraag er aan twee een mening en je krijgt drie antwoorden. Maar laten we niet te ernstig worden, laten we ons lot maar leggen in de handen van de heilige Jacobus die ons doorheen deze wereldse doolhof zal loodsen naar de gemoedsrust en de wijsheid.

Morgen gaan we verder, wellicht meteen weer een zware tocht naar Léon. Het hotel is in elk geval al geboekt. Nog even dit: het grote verschil tussen de weg naar Compostella (peregrinos) en de bedevaarten naar Rome (romeros) of Jerusalem (palmeros), is volgens de kenners terzake dat bij de twee laatste het einddoel het belangrijkste is. Op de tocht naar Compostella, is het einddoel veel minder belangrijk (sorry Jacobus) dan de weg erheen. Wat hier telt zijn de vele heiligen die je onderweg tegenkomt en die de pelgrim laten delen in hun heilzame aura en wanneer je in Frankrijk veel heiligen en kerken op de weg vindt, dan zijn er hier nog een massa meer die ons kunnen opladen met hun energie. Wat kan een mens meer wensen, dan nu te gaan slapen en te zeggen: tot morgen beste lezer.

Wedstrijdvraag: in Frankrijk wordt er toch opvallend veel Frans gesproken, maar in Spanje niet. Onze tolk zit echter op de fiets zodat den Haldis zich in winkels moet behelpen met een paar woorden Spaans en er zijn zo van die eigenaardige uitdrukkingen. Wat betekent: no hay que confundir la velocidad con el tocino?
Wij weten soms niet waar de klepel hangt, maar de Spanjaarden hebben er ook wel van.

04.09.18 Wij zetten hanen op de kerktoren, hier stoppen ze ze in een hok in de kerk

Beste lezer, ik typ deze blog al vanuit Burgos. Ik wil jullie meteen vertellen dat de meer sappige anecdotes over gisteren, later ik de tekst zullen komen. Ik zou zo zeggen, net als de pelgrims, doorzetten en all will be revealed in teh end, of toch daarrond.

Deze ochtend was er opnieuw een verzorgd ontbijtbuffet in een ruime zaal waar aande wanden allerlei meer of minder bloederige tekeningen hingen van stierengevechten. We zaten dus ook in oog met torreros, matadores en toreadores. Onze aanwezige hispanist liet tussen een beet meloen en een slok koffie wel opmerken dat toreador geen Spaans is en dat het torrero moet zijn. Nochtans hebben wij allen in West-Vlaanderen het liedje gezongen van ‘Toreador, een kletskop heeft geen hoar enz’ en wij waren dus al die jaren verkeerd. Je steekt nogal dingen op tijdens zo’n fietstocht.
Zoals gewoonlijk werd er dan zo rond 8.40 uur vertrokken met als einddoel Burgos, toch wel 117 km verder en ook nu en dan serieus bergop. Als eerste stop werd  Santo Domingo de la Calzada vooropgesteld en dat was een rit van ongeveer 48 km, aankomst voorzien na een iets meer dan twee uur fietsen. Uiteindelijk waren ze daar om 11.08 uur en dan waren ze al gestopt in Najera. Ze besloten om na een bezoek aan de kathedraal in het stadje meteen door te fietsen naar Quintanilla del Monte waar we dan samen omstreeks 12.10 zouden eten. Ik laat ze even daar om te vertellen wat ik intussen deed.

Ik begon mijn werkdag met het doen van inkopen in Navarrete. Eerst brood in een open bakkerij en dus lekker warm en vers en daarna frisdrank voor de fietsers om voldoende energie te hebben. Ter wijl ik moest wachten tot de winkels er om negen uur opengingen, had ik alle tijd om twee gemeentelijke werkmannen bezig te zien bij de bloembakken die in de straat stonden opgesteld. Ze waren met twee en een ervan reed met een heftruck. Ik dacht dat ze die bakken moesten verplaatsen, maar mis poes. De chauffeur van de heftruck moest de bloembakken optillen tot ze op de hoogta van de handen van de tweede werkman kwamen zodat hij er het onkruid kon uit trekken, blijkbaar was het door de vakbond verboden om door de knieën te buigen om onkruid te wieden. Wanneer ik uit de winkel kwam hadden ze toch al drie bakken gedaan. En wij zullen wel de Spaanse deficieten aanvullen met Europees geld.
Met alle noodzakelijk mondvoorraad reed ik dan naar Najera om daar een artistiek hoogtepunt van de camino te gaan bezichtigen, het Monasterio Santa Maria La Real. Het is echt een bezoek meer dan waard: het interieur van de kerk met achterin de grot waar het verhaal van de stichting begon, de koninklijke graven en het klooster met de wondermooie booginvulling, echt het zien waard.

Maar we moeten verder naar de afspraak met de fietsers. En dat ging niet zo vlot want bij het buitenrijden van Najera was de weg plots geblokkeerd door een ingestorte rotswand die rotsblokken over de hele weg had verspreid waardoor er niets anders opzat dan een omweg te zoeken via een paar kleine dorpen en landwegen. Uiteindelijk raakte ik er wel uit en kon ik doorrijden naar de afspraak waar ik de hongerige bikers kon voeden.

Tijdens het eten ontspon zich een lustig en vrijmoedig gesprek waarbij Frederik opmerkte dat die aquamassagetoestand in zijn badkamer toch niet veel zaaks was. Hij beschreef de kracht van de massage als een ‘piesstraaltje’. Wellicht weer West-Vlaams en enigszins verwarrend omdat hij de avond te voor nog had gesteld dat de waterstralen bijna pijn deden. Dit deed Bruno, onderlegd in menselijke anatomie en fysiologie en altijd bekommerd om het lichamelijke welzijn van de medemens,  de vraag stellen op welk lichaamsdeel hij die stralen dan wel had gericht? Het antwoord doet hier nu niets terzake en het geeft echt geen pas om op een pelgrimstocht, zij het naar Lourdes, Scherpenheuvel of Compostella, dergelijke taal te gebruiken of zulke onderwerpen aan te snijden. Maar laten we barmhartig wezen en dit alles met de mantel der liefde toedekken, het is uiteindelijk des mensen. Tot zover dit stukje roddel en hiermee sluiten we de rubriek voor ‘Dag Allemaal’ af. En Frederik, troost je, het is het lot van vedetten en kampioenen dat er over hen wordt geblogd, maar natuurlijk met mate.

Na het eten zetten de fietsers koers naar Burgos waar ze dachten rond vijf uur aan te komen. Ik mocht zelfs niet verwonderd zijn indien het zes uur of later zou worden, want het was nog een serieuze klimpartij. Met de gerusstelling over een zee van tijd te beschikken, keerde ik naar Santo Domingo de la Calzada dat de fietsers voordien al hadden bezocht.  Ook hier was het echt de moeite waard. Weer een mooie kathedraal met binnenin boven een deur een levende kip en een haan in een hok hoog buiten het bereik van de bezoekers. Daarin leven sedert het mirakel van de gehangene beide vogels en tot geruststelling van onze dierenliefhebbers: ze worden om de drie weken vervangen door nieuwe soortgenoten. De stad heeft ook een heel mooi marktplein en resten van de oude stadswallen. Dus zeker de omweg waard.

Nu mijn bezoeken waren afgewerkt, kon ik doorrijden naar Burgos om er de fietsers op te wachten. Maar wat had je gedacht, op meer dan 15 km voor Burgos kreeg ik al bericht dat ze in het hotel waren aangekomen! Op die manier is het echt onmogelijk om de feestelijkheden te plannen, we zijn nog bezig met het plaatsen van de nadarafsluiting, het rechtzetten van het ereplatform en het oppoetsen van de instrumenten van de fanfare en de bloemenjuffrouwen hebben hun lippen nog niet echt gerood of daar komen ons fietsers al uit de laatste bocht en zetten ze de laatste rechte lijn in. Vandaar dat na contact en enig overleg met de Tourdirectie is besloten dat van de Tour de France 2019 renners beboet zullen worden om te vroeg aan te komen. En als dat daar geldt, dan geldt dat mutatis mutandis hier. Sé non é véro é bien trovato. Ik spoedde mij dus voorbij de archeologische opgravingen van Atapuerca, waar men baanbrekende ontdekkingen doet over de vroegste bewoners van het Europese continent en de ooieveaarsnesten in Belorado, naar het Hotel Puerta de Burgos waar de fietsers in de lobby op mij zaten te wachten.

Wat later op de avond trokken we dan naar Burgos voor een eerste verkenning waar tussen tapa en pint allerlei verhalen werden verteld waarover ik niet kan spreken zonder enige opschudding te verwekken in menig West-Vlaams huisgezin. In die mooie stad, die we morgen inde voormiddag wat uitvoeriger zullen bekijken, versterkten we de innerlijke mens met iets wat je in Spanje toch moet gegeten hebben:  een heerlijke paëlla.

image

Intussen was het wel wat beginnen waaien en we waren blij weer in het hotel geraakt te zijn zonder een regenbui over ons heen te hebben gekregen. We vrezen voor morgen, maar wat kunnen we eraan doen, een mens moet nu eenmaal fietsen als je op een fietstocht naar Compostella bent. Morgen weten jullie of we nat zijn geworden. Hou de paraplu maar alvast klaar!

 

Wedstrijdvraag: hoeveel keer won Indurain (voor de leken, een Spaanse wielrenner in de klasse van onze klimmer Francis) de Tour de France?

03.09.18 En nog meer heuvels, wijn bij de paters en de eerste dépannage

Voor alle duidelijkheid meteen melden dat geen enkel onderdeel van de titel met een ander onderdeel te maken heeft. Zo voorkom ik dat een link wordt gelegd tussen de wijn en de noodzaak aan dépannage.

Gisteren had ik nog enkele foto’s beloofd en hier zijn ze dan:

 

De eerste foto is er een van een beeldje in Puente la Reina. Het deed mij op een of andere manier denken aan Louis Tobback, ik weet niet waarom. Daarnaast Frederik die zijn dorst had gelest met enige hier opeengestapelde glazen bier, let wel, sine alcohol en nu in diepe gedachten verzonken zat over de te volgen route. Dan de drie fietsers voor het bord van de Ibaneta en twee fietsers en uw dienaar voor het bord van SJPdP. Dit alles kwestie van toch enig bewijs van aanwezigheid te kunnen voorleggen.

Ook vergeten te zeggen dat naast de bijna-ramp-met-het-mes gisterenavond, ikzelf enige uren voordien een aanval van hypertensie (net over 20) had gekregen toen ik dacht dat ik de afstempelboekjes van de fietsers was verloren. Ik zag me al samen met Miet de hele reis van vorig jaar en dit jaar opnieuw doen om in al de bezochte plaatsen drie boekjes opnieuw te laten afstempelen. Ik bleef maar zoeken en besloot in de wagen te gaan kijken. De fietsers die buiten het hotel op mij stonden te wachten, meenden al dat ik een douche aan het nemen was. En plots, nog voor ik iets kon zeggen, zag ik het zakje met de boekjes in de handen van Bruno. Groot was mijn opluchting en intussen is mijn bloeddruk alweer binnen de normale grenzen gekomen.

En nu vandaag. We waren op om 7.30 uur en ofschoon het nog fris was besloten we toch maar buiten te eten, net niet met ontblote borst. Het ontbijt was al wel kariger maar toch lekker en voedzaam en de koffie deed deugd. Daarna werd de wagen bijgehaald en alle bagage werd ingeladen, zoadat ze konden vertrekken om 8.40 uur richting Estella. Intussen deed ik mijn eerste boodschappen in een Spaanse winkel en ik moest daar natuurlijk, zo dacht ik Spaans spreken. Ik had al een paar zinnetjes aan Francis gevraagd en ik was er klaar voor, tot de baas van de winkel, verbaasd over mijn accentloos en vlot Spaans, met mij begon te praten over iets waarvan ik natuurlijk geen iota begreep. Dan doe je eens je best. Nu, ik had toch mijn tomates en platanos, chorizo (moeilijk uit te spreken), lomos en nog het een en het ander. Net toen ik buitenging kwam er een andere toerist binnen die rustig weg zijn bestelling in het Frans deed en waarop de eigenaar in vlot Frans antwoordde. Zoveel dus voor mijn inspanningen en dan maar schrijven dat de Spanjaarden het weten te waarderen als je wat moeite doet om een paar worden van hun taal te spreken. Vanaf nu beperk ik me tot !hola¡ (ja ik heb de toets gevonden).

Met de aankopen dan maar op weg naar Estella. Het Spaanse wegennet ligt er heel goed bij en alles wordt prima aangeduid, chapeau. In Estella was het echter niet te doen om te parkeren: alle openbare parkings vol, in parkeergarages kan ik niet binnen en zonder kaart mocht ik ook niet op de vrije plaatsen in de blauwe zone staan. Dan maar wat sightseeing gedaan met de auto en vertrokken naar het klooster van Irache, een van de oudtse kloosters op de camino. Bij het verlaten van de snelweg vanuit Puente naar Estella, krijg je een prachtig panorame te zien met daarin een paar hoge toppen (Monte Jura van 1044 m en Montjardin van 894 m), terwijl ik dacht dat het nu wel weer vlak zou gaan worden, neen dus.
In Irache was het klooster dicht, gesloten en toe en dus helemaal niet te bezoeken. Gelukkig een troost. Om de pelgrim te sterken verbouwen de paters ook wijn (vooral om hun spaarpot aan te dikken eerder) en ze zijn zo gul dat er buiten aan de zijmuur van de bodega een tweetal kraantjes staan waar je je glas kunt vullen (jammer dat we juist onze 5 l fles van water hadden weggegooid) en zo met verblijd gemoed verder de tocht kunt aanvatten liefst nog met vaste tred. Na het afzoeken van het volledige domein vond ik eindelijk de kraantjes. en daar sta je dan, want de paters leveren er geen plastic bekertjes bij en ik had, in tegenstelling tot de fietsers, geen drinkbus bij me. Het bleef dus bij kijken en ik klan jullie niet vertellen hoe de wijn smaakt, jammer.

image

Intussen wat het wat gaan overtrekken en er vielen een paar schuchtere regendruppels. De temperatuur lag ook maar rond de 21 graden en voor de komende dagen wordt door de plaatselijke Frank de Boosere niet zo mooi weer voorspeld. Maar als die Franco er zo dikwijls naast zit als onze Frank , dan moeten we ons geen zorgen maken. Ik vertrok zonder wijn , na een telefoontje naar Torres del Rio waar we gingen eten.

Onderweg kwam ik de fietsers tegen. Eerst zag in in een afdaling een bosje renners en bij het naderen, merkte ik dat ook Bruno en Frederik in dat groepje meereden. Francis zag ik zo niet en dat was geen wonder, want hij had een snijdende versnelling geplaatst bij het uitkomen van de afdaling en het opnieuw beginnen van de weg omhoog waardoor hij toch al vlug een tien seconden had genomen op de achtervolgers. Ik begin meer en meer te denken dat Francis, behalve zeebenen ook heel duidelijk klimkuiten heeft. Ik kon mij echter niet inlaten met deze verdeeldheid in het Vlaamse peleton en reed meteen door naar de afspraakplaats.
Bij aankomst daar wisten de renners mij te vertellen dat het vandaag toch al wel weer een lastige rit was geweest met een paar serieuze hellingen. Gelukkig was hat vanaf de picknickplaats naar Logrono maar een twintig kilometer meer. Ook hier werd het bewolkt en vielen er een paar druppels, maar niet eens genoeg om een coladopje te vullen.
Na het eten via Viana naar Logrono. Net na het vertrek in Torres del Rio werd mij teken gedaan dat ik opnieuw moest stoppen want dat er iets scheelde aan de fietsen. Meteen mijn blauw en mijn oranje zwaailicht opgezet, vier pinkers aangestoken, overall aangetrokken en dat alles in luttele seconden. Eerste dépannage is altijd een beetje avontuur nietwaar. En wat bleek, wat bleek ? Francis was vergeten zijn banden op te pompen! Dat rijdt eerst iederen eraf in de bergen en vergeet dan zijn banden op te pompen. En mij dan voor zoiets doen stoppen. Er zijn grenzen!

image

Terwijl hij daar dan toch stond te pompen werden we voorbijgereden door een andere Vlaamse groep uit de Kempen. Ze gaven nogal, hier, maar even verderop en hoger was de groep bij de beklimming al helemaal uiteen gevallen. Ik durf er iets op verwedden dat onze fietsers ze zo opgerold hebben.
Dat traject moet trouwens met di evele hellingen en bochten wel meer gebruikt worden in rondes want op verschillende plaatsen stonden over de weg de namen van gekende fietsers geschilderd: Boonen, Contador, Ronaldo, Verhamme, Lattrez en Louis Bonte. Misschien heb ik in de warmte wel een paar namen verkeerd gelezen maar van de eerste twee ben ik het bijna zeker dat ze er stonden.

En dan ging het verder naar Logrono waar ik met de wagen weer geen parkeerplaats zou vinden en dat ik dus niet bezocht. De fietsers deden dat wel om even te stoppen aan de kathedraal voor een glas (ik zou eerder gedacht hebben voor een stempel in hun boekje). Ik reed door naar ons hotel in Navarrete waar zij nu ook elk ogenblik kunnen landen.

En dat deden ze wat later. Een deel van de weg tussen Logrono en Navarrete liep over de camino van de wandelaars dwz dat ze een heel eind hebben moeten rijden over gravel en kiezel en dat was uiteraard geen lachertje.

Na enige rust en opfrissing, sommigen in hun douche met hydromassage (deze keer had ik gelukkig niet een van die betere kamers, want ze zouden op den duur wel denken dat ik een deal heb met booking.com om mij telkens de beste, mooiste of grootste kamer te geven wat hierbij nu dus ontkracht is), vertrokken we met de wagen naar Logrono waar we in een ondergrondse parking met minimum hoogte van 4,20 meter de wagen konden stallen. Daarna volgde een aangename wandeling naar de stad, een bezoek aan de barokke kathedraal en begon de zoektocht naar eten. In Spanje, hier althans moet je geen restaurant biinnenkomen voor ten vroegste 20.30 uur en dus moesten we de tijd doden met een kleine tapa als smaakmaker die best wel meeviel. Na nog wat slenteren vonden we dan een Café Moderna met een garçon recht uit een of andere Spaanse film: een neus om je tegen te zeggen, bakkebaarden en een heel eigen manier van doen die ons vlug en tegen een spotprijsje een maaltijd voorschotelde. Het was niet de verfijnde keuken van El Bulli waar we normaal gaan eten wanneer we in Spanje zijn, maar de honger was toch weg. En wij waren ook weg naar het hotel voor een verdiende nachtrust.

Morgen zullen onze fietsers proberen in een ruk naar Burgos te rijden, zo’n 117 km. Zien wat het wordt want het weerbericht wordt almaar dreigender. Nu, in mijn wagzen zal het droog blijven, hoop ik. See you!

Wedstrijdvraag: wat is niet correct als term voor de pereginos naar Compostella: jacquarts, jacquoires, jacqots, jacquets, jacobites, jacobipètes, jaccouilles ?

02.09.18 Als koene ridders als Roland niet voorbij de Basken raakten, hoeveel kans hebben wij dan?

reliefkaart1

Vandaag stond de meest gevreesde en legendarische rit van deze fietsronde op het programma: van SJPdP naar Puente la Reina, zo’n 111 km lang en over de Pyreneën. In alle reisgidsen over de tocht naar Compostella heeft deze rit drie sterren of krijgt de kleurcode ‘rood’. Vanavond zullen onze fietsers weten of de rit echt berucht moet zijn of dat het allemaal wel wat overdreven is.

Deze ochtend was het ontbijt om 7.30 u. Geen buffet maar toch een rijkelijke maaltijd met alle noodzakelijke ingrediënten van brood, kaas, granen, fruit, yoghourt, confituur, boter en natuurlijk koffie of thee. Er werd goeg gegeten want men voorzag  een lastige rit die een beroep zou doen op alle beschikbare energie. Bovendien zag het er buiten toch nog fris uit en tussen de heuvels bleef de ochtendnevel in slierten hangen. Sommigen kozen voor een licht jasje en anderen dan weer niet, maar om 8.30 uur werd het startschot gegeven. Ook een hele groep Engelse brandweerlui was aan de start. De fietsers rekenden op zo’n drie tot vier uur om boven te raken aan een gemiddelde van 5 km per uur op die klim van 28 km. Ik had dan ook ruimschoots de tijd om nog eens naar SJPdP te gaan voor een laatste bezoek en het aankopen van vers brood voor de straks ongetwijfeld hongerige magen. Zo rond kwart voor tien begon ik dan aan de beklimming langs dezelfde weg als de fietsers. Ik moet zeggen dat het redelijk makkelijk ging met zo’n slordige 2000 cc voor mijn neus ofschoon er wel wat bochtenwerk bij te pas kwam. Maximumsnelheid op die weg was 90 km per uur maar wie dat rijdt is echt wel zijn leven beu. Ik deed het dus rustig aan en ik was telkens versteld van motorrijders die mij inhaalden en dan gretig door de bochten vlogen, meer liggend op de weg dan rechtopzittend op hun moto. De Spaanse bewegwijzering en bijkomende uitleg in het Baskisch was voor mij Latijn (en zelfs dat niet) en de logica van de signalisatie was ook soms ver te zoeken. Zo kondigde een bord aan dat het voor twee kilometer 50 per uur was om driehonderd meter later te worden vervangen door een bord met 30 kilometer per uur. Ze meten hier duidelijk met twee maten en gewichten. Maar we zullen geen spijkers op laag water zoeken.
Bij het klimmen vroeg ik mij af waar onze fietsers eigenlijk bleven. Aan hun vooropgestelde snelheid, had ik ze al lang moeten hebben gezien. Waren ze toch een aneder weg ingereden? Waren ze weg kwijt? Groot was dan ook mijn verbazing toen ik al heel dichtbij de top een eerste geloste fietser zag, genadeloos eraf gereden door de twee koplopers. Dat is hun verhaal, zijn verhaal is dat hij een plaspauze moest maken en dat hij zo achterop was geraakt. Zoals een echte professional heb ik hem dan maar even aan de auto laten hangen om hem toch weer een einde bij te brengen. Na een aantal tientallen meters moest hij lossen doordat er tegenliggers kwamen en ik met de wagen weer aan de juiste kant moest gaan rijden. En ja wat verderop reden de twee koplopers met een kleine voorsprong op de volggroep van één renner. En zo bereikte ik de top van de Ibaneta even later gevolgd door het nu weer volledige peleton. Van hieruit krijg ja als beloning voor de inspanning een  adembenemend panorama dat je echter nooit op foto kunt vastleggen. Zo’n ervaringen moet je gewoonweg graveren in je geheugen om er later verder te kunnen van genieten. Zeg dat aan de fotograferende aziaten die met een toestel voor hun neus lopen en alles zien, maar naar niets kijken.

 

We zagen elkaar in Roncevalles om 11.05 uur. Ongelooflijk hoe vlug ze de berg waren opgereden. Echt een prestatie om fier op te zijn en door te vertellen aan het nageslacht.
Roncevalles: een naam die doorheen de Europese geschiedenis galmt. Rinkelt er geen belletje? Dan zeker niet goed opgelet in de lessen Franse en Nederlandse literatuurgeschiedenis. En dan maar klagen dat de jeugd van heden geen algemene kennis meer heeft, blijkbaar is het ook niet zo goed gesteld met die van de lezer die nu met lege blik naar dit scherm staart en zich afvraagt waarover ik het in hemelsnaam wel heb. Even dat belletje laten rinkelen: in 778 werd hier de achter- hoede van het leger van Karel de Grote tot de laatste man uitgemoord door de Basken die samenheulden met de ‘saracenen’ (hoe weten ze dat eigenlijk als ze tot de laatste man werden uitgemoord? Wie is dat dan gaan vertellen?). Vreselijk volkje die Basken, over de saracenen nu geen kwaad woord meer want dat is niet politiek correct en leidt meteen recht naar de vierschaar van Unia. En natuurlijk kennen jullie het Chanson de Roland waarin de held Roland weigert het leger van Karel te verwittigen om hem ter hulp te snellen. Zijn laatste gedachten zijn voor Karel, voor God en voor zijn zwaard ‘Durendal’ dat hij poogt stuk te slaan omdat het niet in handen van de vijand zou vallen. Voor de vrouw thuis geen traan, geen woord, niets niemendal. En hiermee werd de traditie van de Karelromans (je weet wel die voorhoofse epiek) op de kaart gezet. Tot hier deze kleine zijsprong om het geheugen wat op te frissen.
Hier in Roncevalles vind je natuurlijk allerlei monumenten die herinneren aan deze snode overval en het heroïsche gedrag van Roland en de zijnen.

In Erro zagen we elkaar  dan aan de kerk terug om wat te eten en vandaar ging het via mooie rustige wegen naar Uroz – Villa, Campana en uiteindelijk Puente la Reina. Ondertussen was ik wel gestopt in Eunate om daar een van de merkwaardige kerken  langs de Compostellaroute te gaan bekijken. Na mijn ticket gekocht te hebben, kwam de dame van het loket ons zeggen dat ze binnen vijf minuten sloot wegens …. Jawel: de siësta. En dan willen de Spanjaarden een volwaardig lid zijn van Europa, wanneer ze elke dag op uren waarop iedereen werkt, er het bijltje bij neerleggen. Wij zouden dat eens moeten doen en meteen stond het VBO, Unizo en wat heb je nog meer op hun achterste poten!
Tussen Uroz – Villa en Puente washet landschap ook wel veranderd. De bergen hadden plaatsgemaakt voor zachte glooiingen en heuvels en het groen was heel vaak vervangen door okergeel en geelbruine tinten van gedorste graanvelden en hele, partijen verdorde zonnebloemen. Op die heuvels was het windstil, van een hele rij windmolens bewoog geen enkele wiek terwijl er in de vallei toch wel wat wind was waardoor ons fietspeleton meteen een waaier ging vormen.

Toen ik in Puente aankwam, en we zijn nu in Navarra (does it ring a bell?), was ons hotel Rural Bidean in de Calle Mayor 20 in volle bedrijvigheid, maar voor de rest was het hier weer het siëstaliedje: geen winkel open en geen kat te bespeuren, behalve mad dogs en pelgrims te voet en met de fiets. Maar dat was niet echt erg want wanneer we dan samen wat later het stadje verkenden, bleek dat er niet echt veel te zien was. Natuurlijk een tweetal kerken, de wereldberoemde brug uit de 11de eeuw over de Arga en de legende van de txori met bijhorend Mariabeeld. Natuurlijk zijn we over die brug gewandeld waarbij een van onze Vlaamse jongens het niet kon laten om twee vrouwelijke pelgrims een ‘buon camino’ toe te wensen, gewoon kwestie van beleefd te zijn natuurlijk.

Het avondeten in het hotel viel heel goed mee maar eindigde bijna op een drama. Bij het afruimen liet de dienster bewelmd door onze charmes een mes, o zo scherp, in de schoot van Francis vallen. Bijna hedden we een eunuch in ons gezelschap ware het niet geweest dat Santiago over hem waakte en als bij mirakel het mes nog juist voor het kruis kon opvangen …. Of misschien had Francis gewoon goede reflexen. Neen, neen het kan niet zijn, Santiago heeft zijn krachten niet verloren, hij en Francis waren voor elkaar geboren en dus is hier zijn drieëntwintigste mirakel gebeurd. Na deze benauwende maar tevens verheffende ervaring zijn we dan maar gaan slapen, de fietsers toch, want ik zit hier te tokkelen op mijn klavier, maar ook dat is nu gedaan. Buon camino!

PS: er loopt iets mis met de opladen van de foto’s. Jullie krijgen ze morgen na nog een mirakel van Santiago of Apple.

Wedstrijdvraag: “L’olifant sunet a dulor e a peine”. Waarover gaar het hier?

01.09.18 Na een korte nacht de laatste etappe in la douce France

IMG_0875

Vandaag begint het echte werk voor de fietsers. Dus vroeg opgestaan en naar het ontbijt. Het was net hetzelfde als vorig jaar in Dax: allemaal bejaarden in witte badjassen die toch maar wat vreemd keken naar die kleurrijk uitgedoste fietsers. Niet dat we er ons aan stoorden, want zij zagen er ook toch maar vreemd uit. Wie weet komen we binnen twintig jaar nog op fietstocht naar Dax maar dan laten we de fietsen wel in de wagen.
Trouwens van wagen gesproken: let eens op de nummerplaat waarmee wij door Frankrijk en Spanje cruisen:

image

Met zo’n nummerplaat moet het wel gezwind gaan, toch voor de chauffeur.
Natuurlijk moesten we dat probleem met die AddBlue nog oplossen. Na contact met de garage werd gemeld dat we dat best zouden toevoegen of dat we anders riskeerden van te moeten getakeld te worden en dus liever niet, dus op zoek naar AddBlue. Francis spoorde via het net een Totalgarage op en ik zou daar straks eens gaan kijken.
Eerst moesten de fietsen nog in gereedheid gebracht worden voor de eerste kilometertjes. Dat ging vlot behalve dat sommige luxebeesten twee fietsen hadden meegebracht en dat die resterende fiets niet zo meteen in de laadruimte vast te maken was. Na heel wat leerlijk getouwtrek stond die dan toch vast. De dranflessen werden gevuld, de fietsgpsen ingesteld en ze waren klaar voor de eerste rit naar Saint-Palais waar ze tegen de middag dachten te zullen aankomen.

image

Na hun vertrek deed ik inkopen bij de plaatselijke Leclerc en bamachtigde ik ook 10 liter AddBlue. Intussen gaf het dashbord natuurlijk geen enkel waarschuwingsteken meer, maar voor alle zekerheid besloten we er toch maar een vijf liter in te kappen.

Ik was nog maar goed onderweg naar Peyrehorade of ik kreeg al een telefoontje van Frederik om te zeggen dat ze zeker om twaalf uur in Saint-Palais zouden zijn doordat alles heel vlot ging. In Peyrehorade werd ik opgehouden door het laden en lossen van zware paarden, pony’s en ezels (hier lopen er ook nog rond dus), zodat ik na hen in Peyrehorade aankwam.
Maar eerst had ik door een prachtig landschap gereden: zacht glooiende groene heuvels doorspekt met rode daken en bosjes van loofbomen en enekel hoge ranke cypressen. Achter die heuvels, nog wat in de mist, lonkten de hoge toppen van de Pyreneën. Dat is voor morgen. Ook beginnen er overal tweetalige borden te staan want we zijn hier in Baskenland en dat zul je weten.

image
Vanuit Saint-Palais ging het dan rechtstreeks naar SJPdP. Ik stopte nog wel eens in Harambelz waar een oude pelgrimskapel staat die nog altijd wordt onderhouden door de vier families die in het gehucht wonen. Heel rustiek. Op de 10 minuten dat ik er was kwam ik zeker vier gepakte en gezakte pelgrims tegen met alles erop en eraan, ook een stevige wandelstok. Even later bleek dat die stok ook heel nuttig is, niet enkel om rovers af te slaan, maar ook om de honden die hier veelvuldig los rondlopen op afstand te houden. Vandaar naar Ostabat, klein en kleurrijk, en door naar SJPdP. In de wagen had ik echt niet de indruk dat dit hier een zware klimpartij zou worden, maar ….

Ik kwam om. 14.00 uur in het hotel in Uhart-Cize, Hotel CAMOU, een beetje buiten SJPdP en veel rustiger dan het stadje zelf. De fietsers lieten op zich wachten en ik besloot even vlug het stadje te verkennen: sfeervol maar vol winkeltjes en horecazaken. Wel een paar mooie poorten en oude bruggen en natuurlijk de kerk. Het doet met het vele volk een beetje denken aan de Mont Saint Michel. Natuurlijk hier heel veel pelgrims, gewone en zweefkezen, maar die nemen we er maar bij.

Terug aan het hotel, heb ik op een bankje buiten gewacht op de fietsers. De eerste die de helling opstormde was Frederik die heel blij was hier te zijn geraakt. Blijkbaar was hij het mannetje met de hamer tegengekomen en was hij het slachtoffer geweest van een korte inzinking. De twee andere fietsers vonden dat het ook wel een zware tocht geweest was in de loop van de middag met een serieuze beklimming van de Col des Palombières (337 m, maar 10 km klimmen met stuken van 16 %) en in totaal een 92 km.
Gelukkig dat ze na aankomst en een kleine rustpauze konden genieten van een frisse duik in het zwembad van het hotel. Terwijl zij dat deden had ik een gesprekje met de eigenaar en met twee gendarmes over de tocht van morgen. Het zou volgens hen allemaal wel meevallen, er wordt veel meer over gepraat dan het werkelijk is. Een kleine klim van 25 km, maar dat is in het begin en dan ben je nog fris en nadien 10 km op het plateau en het is voorbij, althans volgens deze strenge maar toch vriendelijke handhavers van de Franse orde en wet. Ze vonden het in elk geval tof dat flamenco’s (geen roze, maar volgens De Wever geel-zwarte) nar hier kwamen fietsen.

Straks nog eens de stad in om de innerlijke mens te versterken.
Egun on deneri. Voor alle gizonak en neskak, hier zijn we terug. Nog en mooie wandeling gedaan en het stadje is toch echt wel mooi. Er zijn ook nog stadswallen waarop je kunt wandelen en dat hebben we uiteraard gedaan. Het eten viel best mee ofschhon de schapekotelletjes van Bruno toch wel van een heel mager schaap waren. De patron van het restaurant, een rijzige kolos met een rood schort om de omvangrijke lendenen runde zijn keet met een ijzeren hand en ze moesten daar draaien. Die man moet een serieuze omzet realiseren in het seizoen.

De fietsers hebben ook al hun stempel gehaald voor hun boekje en morgen doe ik dat ook nadat ik eerts vers brood heb gekocht voor de tocht. Ontbijt om 7.30 u. Daarna de weg op over de Ibaneta naar Roncesvalles in Spanje. En voor deze avond is het nu genoeg. Tot morgen vanuit Spanje.

 

Wedstrijdvraag: niet alle Franse koninginnen waren de Vlamingen genegen. Zo laat Conscience een van hen zeggen: “Ende si beval heuren ooms (Robert d’Artois) dar men alle de sueghen van Vlaenderen hare borsten afsnijden en al huere verckenen met sweerden duerspeten soude, dat waren die vrauwen en kinderen, ende die mans alle dootslaen, dewelcke si hiet die honden van Vlaenderen.” Het is haar en haar gemaal uiteindelijk niet goed bekomen. Wie sprak dergelijke opruiende taal? Dit zou nu onmiddellijk aan Unia worden voorgelegd ( en neen het heeft voor een keer niets met Theo Francken te maken).