
Ida y vuelta. Laatste dag en dus mocht er deze morgen in Léon wat langer geslapen worden, want het ontbijt was pas om 08.30 u. Blijkbaar sliepen er heel veel laat in het hotel want Bruno en ik waren de eersten in een volledig lege ontbijtzaal. Van zodra de geur van koffie echter uit onze koppen omhoog steeg naar de kamers, zakten ook Francis en Frederik meteen af, zodat we de gezamenlijke laatste maaltijd in Spanje konden nuttigen.
Bij het ontbijt was het weer meteen prijs: Frederik vond dat men in het onderwijs toch wel wat meer aandacht kon besteden aan elementaire beleefdheid bij het gebruik van digitale apparaten in aanwezigheid van klanten en zelfs van patiënten ( waar we meteen ook een voorbeeld kregen van de strengheid van Bruno in de kliniek). Dat moet nu maar eens gedaan zijn, ik heb het al gezegd en geschreven, als je het wil geloven dan moet het onderwijs voor alles een oplossing vinden waarvoor de samenleving zelf met geen antwoord kan komen. Als politici een probleem hebben dat ze niet aankunnen, dan moet de school het maar oplossen. Alleen krijgt de school daar niet de tijd, de mensen en de middelen voor en ontbreekt het vaak aan waardering voor de inspanningen van het onderwijzend personeel. Er wordt dus tijdens deze en volgende fietstochten naar Compostella niet meer over het onderwijs gesproken op straf van boete. Ook niet via slinkse omwegen, zoals ‘op dat werk waar ze veel vakantie hebben ‘ of ‘ die mannen die de woensdagmiddag thuis zijn’ enz. We het wel aandurft zal meteen een bijkomende rit van 25 km moeten afleggen, heuvels en bergen of geen heuvels en bergen, moe of niet moe. We zullen onverbiddelijk zijn, want anders houdt dat niet op, mark me words!
Gelukkig bleef er na deze discussie toch nog wat tijd over om even de benen te strekken door het maken van een kleine wandeling naar de kathedraal van Léon. Veel kleiner dan in Burgos en ook soberder: een klassieke gotische kathedraal naar Frans model waarvan het interieur, naar mijn smaak, weer wordt ontsierd door allerlei barokke elementen. de mensen trokken zich daar in de tijd niets van aan en ze bouwden gewoon bij en verder in de stijl van de tijd waarin ze leefden, maar al die toevoegingen doen toch afbreuk aan de pure lijnen van een gotisch kerkinterieur. Ze lopen er ook hoog op met de brandglazen, maar wie die van Chartres, Bourges, Le Mans of Sens heeft gezien, zal ze hier niet zo overdonderend vinden, maar goed, ze mogen er zijn. En na dat korte bezoek, ging het dan richting hotel om de wagen te laden en Spanje voor dit jaar definitief de rug toe te keren. Om 10.30 u. waren we weg.
Even wat feiten tussendoor: de fietsers reden 582,3 km in totaal verspreid over zes etappes (94,1 km, 103,1 km, 84 km, 109,4 km, 72,2 km en 119,5 km) en ze deden dat tegen een gemiddelde snelheid van 19,85 km per uur, wat, gelet op het klimmende parcours, zeker niet slecht is, integendeel. Pas op, ikzelf zat natuurlijk ook niet stil en naast al die kilometers met de wagen legde ik 80,5 km te voet af (detail is op eenvoudige aanvraag te verkrijgen). Als ik het dus goed bekijk, dan heb ik meer kilometers gedaan dan de fietsers. daar wordt een mens toch even stil van (en dat ik niemand hoor lachen).
Na deze korte stilte, neem ik het verhaal weer op. Het ging vlot met de wagen vanuit Léon richting Burgos. Links van ons zagen we in de verte de Picos de Europa en bij het naderen van Burgos was het aantal windmolens op de hellingen bijna niet te tellen. Op een zeker ogenblik zag je ze overal verspreid over de hele horizon. Blijkbaar moet het hier toch wel stevig waaien soms en gelukkig zijn we daaraan ontsnapt. Van Burgos reden we richting Miranda de Ebro waarbij we langs de weg op de hoogte nog even een glimp konden opvangen van de kathedraal van Burgos en van ons hotel. Via de péage (waarbij de betaalterminals zichzelf aan de hoogte van de wagen aanpasten), ging het dan richting Vitoria Gasteiz en San Sebastian. Heel wat tunnels en ik denk dat er daar geen rechte strook van meer dan 150 m was, bocht na bocht, maar het ging toch vlot en we stonden dan plots aan de Franse grens oog in oog met een gendarme die ons en de wagen aandachtig keurde, maar ons verder geen stro breed in de weg legde en waardoor we vrij la douce France konden inrijden. Zoals altijd zaten we vast in Bordeaux. Intussen was het al ongeveer vijf uur geworden en we hadden nog de helft van de reis voor de boeg. Bruno lag te slapen en we maakten van de gelegenheid gebruik om een korte kernachtige vergadering te houden over wat we zouden doen. Op het moment dat Bruno wakker werd, werd hij geconfronteerd met de beslissing uit dat overleg: we hadden met alle wakkere leden besloten om om de reis te onderbreken in Angoulême. Tip voor volgend jaar: overleggen wanneer Bruno slaapt, gaat veel vlugger. Na wat zoeken via het internet, vonden we een hotel dat nog vier kamers vrij had, Hôtel Antoine, uitgebaat door een Fransman uit het noorden van het land, die niet te spreken was over de gastvrijheid van zijn zuidelijke stadsgenoten en nog jaarlijks afzakte naar Calais en Brugge omdat hij de mensen daar veel warmer vindt dan in het warme zuiden. Dat zal Renaat Landuyt een hart onder de riem steken en het moge een troost voor hem zijn, mocht hij niet winnen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Renaat, denk er dan aan, in Angoulême staat voor jou altijd een deur open (adres en contactgegevens kunnen tegen een geringe vergoeding bekomen worden).
Tijdens de rit met de wagen was er natuurlijk over alles en nog wat gepraat. Daarbij bleek dat een van de renners zijn prestaties herhaaldelijk had moeten ondersteunen door het nemen van druivensuiker, naast het drinken van liters cola. Ik weet niet of de combinatie van beide leidt tot een gevaarlijke cocktail in de ogen van de dopingcommissie, maar wat wel verwerpelijk was, was dat hij het gebruik van zijn suiker zodanig had berekend dat hij juist één tablet op overschot had en, hier komt het, dat hij die ene tablet had weggegeven aan Francis. Ja, jullie lezen het goed, hij had die volledige tablet aan Francis gegeven, daarbij schromelijk vergetend (of was het zelfs meer dan vergeten?) dat er nog een andere fietser was die misschien ook enige ondersteuning nodig had. Uiteraard werd dit pas op het einde van de tocht meegedeeld, want anders was de wedstrijdleiding hard opgetreden tijdens de bewuste etappe en was de renner een paar minuten in het klassement terug geplaatst. Dit jammerlijk voorval, werpt natuurlijk enig licht op de topprestaties van Francis in de bergen. Waren het enkel zijn benen of was hij ondersteund door dit tablet bij het plaatsen van zijn verschroeiende demarrages ? We zullen het nooit weten. Weer een les voor volgend jaar: bij aanvang wordt het aantal tabletten druivensuiker geteld en eerlijk verdeeld over alle renners. Bij het starten zal, net als in het leger bij de controle op het bezitten van scherpe munitie, driemaal gevraagd worden: ‘Is er nog iemand in het bezit van verborgen druivensuiker?’ en wee diegene die betrapt wordt op het hebben van verdoken klontjes.
Omdat het niet altijd enkel druivensuiker kan zijn ,gingen we dan ’s avonds eten in Angoulême zelf, in de brasserie ‘Le lieu dit’ en het moet gezegd, het was er buiten op het terras tussen da neder gasten , heel gezellig en het eten was heel lekker. Er werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om nog eens alles te eten dat thuis verboden is en of het smaakte.
Tijdens het eten werd ook nog wat nagekaart over de zwempartij in SJPdP, waarbij een renner het zonder zwembroek moest stellen en dan maar koos om in zijn ooit witte ondergoed in het koude water te springen (nadat anderen hem hadden verzekerd dat het lekker lauw was).

Naast een verslag over een fysiologische reactie die zich uitte in het krimpen van bepaalde lichaamsonderdelen (materialen krimpen bij koude), bracht dit ook een hernieuwde discussie mee over ‘de laatste druppel’. Ook voor uw schrijver dezes, blijft dit een mysterieus onderwerp dat blijkbaar in rennersmiddens wel vaker aan bod komt. Ik kan er dus geen grote verhalen over doen, ik kan u enkel melden dat men dit probleem eens zou voorleggen aan een uroloog verwant aan een van de fietsers.
natuurlijk wam ook de reis van volgend jaar aan bod en vooral de lange afstand die zou moeten worden gereden om tot aan het startpunt in Léon te raken. Er werd geopperd te vliegen, een wagen ter plaatse te huren enz. Bij een eerste berekening bleek al vlug dat vliegen en huren misschien wel veel voordeliger zou zijn dan met een wagen en chauffeur (die ook moet overnachten) vanuit Vlaanderen naar Léon te rijden. Of hoe iemand zichzelf werkloos kan maken. Maar we zien wel en daarbij een kleine tip: indien de fietsers de huiselijke vrede wensen te bewaren, dan zou ik toch kiezen voor een vertrek met de wagen vanuit Vlaanderen met mij erbij, want er zijn nog vele verhalen die ik niet vertel maar zou kunnen vertellen, ik zou dus toch tweemaal nadenken alvorens mij mijn C4 te geven.
Na een rustige nacht, ging het dan richting Poitiers, Tours en Orléans. Parijs ging iets minder door een tweetal ongevallen op de ring, maar al bij al , mochten we niet klagen.
En terwijl de camino weer bruisend vol liep, viel hier langzaam de stilte in de wagen: vermoeidheid, terugdenken aan een of andere ervaring tijdens een etappe, weemoed, stil genieten van de geleverde prestaties? Wie zal het zeggen? Ik drukte wel eens op de claxon van de wagen om iedereen weer bij de realiteit te brengen. Bruno schoot meteen wakker en vroeg wat dat was? Nadat de anderen hem tot rust hadden gebracht, confronteerde hij ons allen weer met een medisch vraagteken rond de onbewuste en ongemerkte flatus in gezelschap. Ook hierbij werd besloten om verder medisch advies van specialisten in te winnen zodat er geen vervelende en gênante situaties meer zouden ontstaan bij het klimmen of dalen van een of andere helling. Dit bracht natuurlijk meteen weer alle tongen los en we kregen een volledige revue van al Ardooies meer en minder bekende grootheden, zoals daar zijn: Marc Degryse, Veerle Dejaeger, Vera Lynn, de diverse Lesages, een of andere monseigneur die werk verrichte in de kolonies en dokters die ook in die streken de eerste beginselen van de volksgezondheid ingevoerd. Van Ardooie ging het dan naar Keiem en naar Michel Pollentier. Tijdens de eerste stop om een koffie te drinken, schetste Frederik een beknopt maar toch heel helder profiel van de loopbaan van een misdienaar en hij stond daarbij even stil bij de toch karige verloning (20 frank per maand naar wel gratis miswijn, die altijd wit is) en de strijd tussen de misdienaars om te kunnen werken op trouwfeesten.
En zo naderden we onherroepelijk de Belgische grens die we overschreden om 16.35 u. Intussen waren we al uitgenodigd door de vrouw van Frederik om bij hen te eten en we lieten ons dit heerlijke maal meer dan smaken, waarvoor nogmaals onze dank. En zo dunde de groep uit één na een, tot alleen Francis nog overbleef (denk ik, want ik was er toen ook al niet meer bij). Morgen moet hij de wagen inleveren en dan is het weer wachten op volgend jaar.
In de laatste blog moet de rangschikking in de diverse categorieën nog worden meegedeeld.
Wedstrijdvraag: uit welk wereldberoemd boek komt de volgende beschrijving:
“De haren van Maritornes, die eigenlijk meer weg hadden van paardenmanen, werden door hem aangezien voor fijne gouddraden uit Arabië, waarvan de schittering zelfs de zon in de schaduw stelde, en haar adem, die overduidelijk naar ranzige worst rook, leek hem een subtiel aroma te zijn (…)”
Elke overeenkomst met bestaande personen is onbedoeld en louter toevallig.