Dag 7: ik wil terug naar de kust (Maggie MacNeal)

Mensen die aan de kust wonen, en zo zijn er toch wel een aantal in de groep, willen altijd terug naar de kust. Men zegt wel eens dat zij die het gewoon zijn de zon te zien ondergaan in, het westen, altijd een tikkeltje weemoed in hun ogen hebben en steeds opnieuw aangetrokken worden door die ondergaande zon. Vandaar wellicht dat wij toch ook weer naar de zee wilden, meer bepaald de Atlantische oceaan aan Fisterra en Cabo Fisterra. Maar er is meer want Fisterra is eigenlijk het eindpunt van de Camino, verder dan de Cabo (en de rotsen voor de vuurtoren en het semafoor, raak je niet. Op Praza de Obreidoira mag dan wel het nulpunt van de Camino staan, de echte peregrino’s trekken door tot hier.

 

Maar eerst het begin. We waren op voor het ontbijt om 8 uur en het begin van het zware werk na de rustdag. Er waren geen hoge cols in deze rit, maar die zogenaamde vlakke ritten zijn heel bedrieglijk. Een col in de rit vergt een explosieve inspanning, maar zo’n ‘vlakke’ rit is niet zo vlak als de naam het zegt, het is vaak een opeenvolging van klimmen en dalen en dat vergt een volgehouden inspanningen en is dus zeker even vermoeiend als een rit met een col. Gelukkig zat de wind mee en werden de renners gespaard van regen. Toch was het weer een vermoeiende oefening.
Alvorens die echter kon beginnen, moest de wagen nog uit de garage gehaald worden. Die was er ingeraakt met de hulp van een schoenlepel en het vergde opnieuw een schoenlepel om hem eruit te krijgen: millimeter werk, vooruit, achteruit, bijsturen en uiteindelijk opgelucht ademhalen als de wagen dan eindelijk weer op straat stond. Ik zal nog tweemaal nadenken voor ik zo’n wagen nog eens in een ondergrondse parking stal.

De weg naar onze eerste afspraak liep door eucalyptusbossen en hier en daar zag je nog wel een pelgrim te voet. Fietsers waren er al veel minder, toch niet op het uur waarop de onze rondreden. We spraken af in Limideiro. Ik moest nog inkopen doen en de winkels zijn in deze streek echt niet dik gezaaid. Bovendien moet je goed opletten met plaatsnamen, want er zijn er nogal die hetzelfde zijn soms op 20 of 25 km van elkaar, zoals Pereira en dan kun je mooi verkeerd rijden. Het werd wat fris en nu en dan viel er wel wat regen waar ik reed, maar de fietsers bleken ervan gespaard te zijn geweest. Toen ik bijna in Limideiro was, kreeg ik een telefoontje van de verbindingsman van de groep dat ze naar een dorpje dat zuidelijker gelegen was, zouden rijden, Ologoso. Ik vond dat echter niet op de kaart en ook de GPS had er blijkbaar nog nooit van gehoord, dus werd een nieuw RV punt afgesproken: Olveiroa (de Santiago). Dit bleek bij aankomst daar een plaats te zijn waar toch wel wat pelgrims te voet of met de fiets aankwamen op weg naar of van Fisterra. We namen er dan het middagmaal in gezelschap van een zeer geduldig hondje dat hoopte op een of ander stukje van de gebraden kip (de groep ontzegt zich niets), chorizo was zo niet zijn ding. Zijn lange wachten werd dan ook beloond met wat hapjes.
In die heel groene streek zie je ook heel veel typische horreos, dat zijn oude graanschuren die op hoge poten staan op een zodanige manier dat de ratten niet bij het graan kunnen.

image

En daarna ging het verder en we kwamen dan ook op de weg langs de kust. Je hebt er heel mooie uitzichten over het water, omkaderd met de bomen aan de kant van de weg en de heuvels aan de andere kant van de baai met hier en daar zelfs een stukje goudkleurig zand. Het water heeft een mooie kleur maar of het warm is, is wel een andere vraag. Ik zou er toch niet gaan zwemmen, want er zit ook een sterke en wellicht gevaarlijke stroming.

Tijdens het laatste stuk van de rit, merkte ik dat Rumbeke weer op kop de heuvels opreed. Een betere dag? Frisse benen? Ik wist het niet. Mijn eerste idee was dat dit een andere type renner was, een die het moet hebben van temporijden over langere afstanden in plaats van plotse explosieve uitbarstingen. Ik dacht aan een soort Eddy Merckx die in zijn betere dagen tijdens de Tour zijn eigen tempo aanhield en zijn zware molen draaiende hield terwijl de bergkonijnen wegsprongen. Na een tijd haalde hij ze echter bij en het was meteen erop en erover en daaag Eddy. Ik meende dat onze boy toch iets van deze toprenner had. Bij aankomst werd het mysterie echter opgelost: hij reed vandaag met een superlichte fiets en dat maakte al het verschil. Dus nada Eddy en dank u koolstoffiets. Dit is weer heel lelijk van de steller van deze blog, maar hij belooft beterschap in de komende dagen.

Bij aankomst in ons Hotel Costa da Morte, bleek de receptie pas open te gaan om 15.00 uur waardoor ik hier voor de deur even moest kamperen. Via de telefoon werd ik er echter van op de hoogte gebracht dat onze fietsers meteen door waren gereden naar de Cabo aan de vuurtoren. Ik ging ze dan ook achterna, weliswaar te voet, zo’n kleine 3 km. Het was een mooie wandeling en ik kwam heel wat peregrino’s tegen zodat ik bijna onophoudelijk ‘olla’ diende te zeggen. En ja daar zaten ze dan in de zon:

image

Voordien hadden ze hun aankomst op de traditionele manier gevierd:

image

Ze mochten ook elk afzonderlijk op de foto:

 

Onze bergkoningin verdient natuurlijk een afzonderlijke foto:

image

Je hebt een prachtig zicht van hieruit en sommigen laten er een laars achter om aan te tonen dat het nu echt gedaan is, anderen gaan er even zitten mediteren. Maar wat je ook doet het is een mythische plaats, het einde van de wereld, de finis terrae, verder gaat het niet.

Dus vreugde alom. Dacht ik. Toen ik terug kwam in het hotel had de ploeg zich terug getrokken op het terras met de nodige flesjes bier (sin alcool) en ik voelde de spanning vibreren in de lucht. Sommige gezichten waren sip, anderen keken wat ijl in het rond. Men had een probleem met de tocht van morgen naar A Coruna waarbij ze de hele rit de wind op kop zouden hebben en ook nog eens over berg en dal zouden fietsen. Sommigen zeiden met een net ontloken traan in de ooghoek dat ze verder wilden fietsen (een kleine minderheid) en anderen met reeds duidelijk opwellende tranen (een kleine meerderheid met hier en daar toch wel een onthouding erbij) dat ze het echt niet zagen zitten om tegen weer en wind in te gaan fietsen (met dat kind, zou Boudewijn de Groot later zingen). Kind of niet, de barometer stond hier op storm. In navolging van het het Britse Parlement werd dan  ook besloten de beide voorstellen ter stemming te leggen. Op dit eigenste ogenblik is het resultaat nog niet bekend en we weten dus niet wie de rol van Boris Johnson hier zal moeten spelen. Halen de ‘ayes’ or de ‘no’s’ het en zal dit probleem deze hechte groep verscheuren? Wat als het twee tegen twee is? Misschien moeten we het thuisfront laten meestemmen via een reactie op deze blog? Wordt het A Coruna of wordt het huiswaarts, only time will tell en op deze spannende noot, verlaat ik jullie. Morgen de ontknoping.

Omschrijving 7: Grote danshit uit 1996 van twee oudere heren die niets met macaroni te maken hebben.

Een gedachte over “Dag 7: ik wil terug naar de kust (Maggie MacNeal)

Plaats een reactie