Mijn excuses, maar er loopt duidelijk iets verkeerd met de site die de blog beheert en publiceert waardoor de blog te laat komt en de foto’s niet worden meegestuurd. Ik zal morgen zien of ik hieraan iets kan verhelpen. En nu de blog die je gisteren al had moeten krijgen.
De fietsers hebben lang genoeg respijt gekregen. Twee volle dagen slapen in de wagen, althans voor sommigen die zeer vermoeid de vakantie zijn ingetuimeld, moet meer dan volstaan om fris en monter met een stevige pedaaltechniek en gebruinde, onthaarde, gespierde, afgeslankte, gemasseerde, sierlijke benen (schrappen wat niet toepasselijk is) de eerste meters met de fiets aan te vatten. Er komen er straks nog wel wat meer van die meters en ook omhoog.

De afdalingen zijn ook niet min:

Ook voor de chauffeur van dienst in de bevoorradingswagen (volgwagen is een slecht woord, want de wagen volgt niet altijd maar doet nogal zijn eigen zin) gaat nu plots een andere wereld open: de ruimtelijke weidsheid van het landschap zet zich door in de heerlijke leegte van de wagen en de vrijheid van handelen.
Eerst toch nog even terug naar gisteren want we hebben daar een goede truc geleerd om toch maar witte wijn te drinken. Je zegt dat uitleggen welk soort cola je wil veel te ingewikkeld is en dat je het simpel en eenvoudig houdt, dus doe mij maar een wit wijntje. Nog nooit geprobeerd en ik weet niet of dit excuus overal zou aanvaard worden, maar het is het proberen waard.
Leon heeft toch wel iets met ongevraagd hotelkamerdeuren binnenstappen. Stond ik nog maar net in mijn marcelleke of er kwam een kamermeisje binnen met een flesje water dat nog in de koelkast moest. Als ze geen kamerjas brengen, dan een watertje, maar in je kamer zullen ze komen en dan liefst zonder kloppen. Ik verheug mij erop dat de dame wellicht nog niet is bekomen van het aanzicht van deze gespierde man die haar in haar dromen zal blijven achtervolgen. Ja, ook een chauffeur mag even dromen.
Het ontbijt begon in goede stemming want de fietsers snuifden de buitenlucht en de chauffeur had weer vrijheid van handelen en rond 09.10 uur waren we ermee weg.
Al vlug buiten Léon komen we aan een belangrijke bedevaartplaats, Virgen del Camino waar de kapel bronzen beeldhouwwerken van José Maria Sibirachs op de zijmuren feet. De weg ernaar is niet zeer mooi en loopt door industrieterrein. Na nog geen tien minuten fietsen heeft Bruno kettingpech. Na het strelen van de nues van San Froilan, dat hoort zo volgens de traditie, gaat het verder naar Puente de Orbigo.
We zien ook de eerste ooievaarsnesten op de oude kerkjes en plots komen ze van overal uit, de pelgrims te voet. Oude en jonge, sommigen met een vlag op hun rugzak. Er zijn ook veel Aziatische peregrinos onderweg. Ze stappen met flinke tred door of ze slepen hun benen door het stof. De ene gaat fier rechtop, de andere al met een door vermoeidheid gebogen hoofd verborgen onder een plastic cape als bescherming tegen de zon. Hier en daar ook iemad met een verband rond knie of been ,maar ze gaan door. Je vraagt je af wat die mensen aanzet om zo’n zware, soms helse tocht te ondernemen. Moeten ze in het reine komen met henzelf zoals geschreven staat in het gedicht van de franciscanen van santiago:
Although I may have traveled all the roads
crossed mountains and valleys from East to West
If I have not discovered the freedom to be myself
I have arrived nowhere.
Is het het avontuur of geloven ze echt dat zo’n tocht hen makkelijker in hun hemel zal brengen? Ik wwet het niet, maar ze verdienen en krijgen mijn respect, je moet het maar doen en volhouden.
Even later besef je dat je hier echt in het land van Don Quichote bent, wanneer je bij Hospital de Orbigo het verhaal hoort van Don Suero de Quiñones. Die daagde iedereen uit die durfde beweren dat zijn vrouw mooier was dan die van Don Suero. Hij droeg ook een zware ketting rond zijn nk als aandenken aan haar. Zo’n 740 kerels kwamen op zijn uitdaging af en hij bevocht ze bij de Puente de Orbigo. Volgens het verhaal versloeg hij ze allemaal. Waar of niet, het is een mooie plek aan de rivier met, inderdaad, een mooie brug waarvan ze hier zeggen dat het de langste en de mooiste is. Misschien wat chauvenisme?
We hadden afgesproken om te eten in Astorga en dus reed ik daar heen. Het is een mooie ommuurde stad met een beroemde kathedraal en het misschien nog beroemder bisschoppelijk paleis dat werd ontworpen door Gaudi die we in Leon ook al tegen het lijf liepen. Naast de kathedraal in een oud middeleeuwse kerk is nog de kluis te zien waarin vrome (of gekke, je kiest zelf maar) vrouwen zich lieten inmetselen. Ze zagen enkel nog de blauwe lucht door een klein raampje met traliewerk waarlangs ze ook hun voedsel kregen. Nu willen alle kinderen omhoog worden gestoken, wellicht om te kijken of er nog iemand in het hok zit, maar gelukkig is het leeg en hopelijk zal het zo blijven. In Astorga hebben ze ook resten van de 11.000 maagden. In Leon waren de moren al tevreden met 100 maagden maar hier is het net iets meer. Wat is dat hier eigenlijk met die maagden in deze streek? Astorga is ook het land van de en het land van de Maragatos en de ‘mantecada’ broodjes. De Maragatos zijn een beetje een raadsel. Niemand weet waar het volk vandaan komt. Ze werden gerespecteerd voor hun vakmanschap bij het beandelen van ezels voor transport, maar tegelijk werden ze scheef bekeken en ook wel gemeden. Je vindt hun invloed ook in de keuekn met het typische Cocido Maragato, een schotel met veel vlees waarbij de groeten op het einde worden opgediend. Kwestie van je vlees al op te hebben voor je wordt verjaagd. Zo zie je maar.
Na het eten en een koffietje op een zonovergoten marktplein tussen opgedirkte Spanjaarden die hier hun zondag kwamen doorbrengen, ging het dan naar het gevreesde hoogtepunt van de dag: de beklimming van de Cruz de Fer. De weg liep langs verlaten dorpen van El Ganso, Rabanal del Camino en Foncebadon. Ik was in het begin de groep voorbijgereden en bij het begin van de beklimming waren ze nog allemaal samen. Ik herkende ze vanuit de verte al aan de molenwiekende gebaren van een onde hen die wellicht weer een verhaal aan het vertellen was. Ik was er dus redelijk gerust in en ik zakte af naar Foncebadon om daat op hun doortocht te wachten. Een kwartier later zag ik een van de fietsers net buiten het dorp de steile weg naar boven aanvangen en ik wist dat ik best nu vertrok indien ik voor hen boven op de top wilde raken. Maar wat was ik verkeerd! Nooit heb ik onze vroegere ploeg zo zien afzien op een helling en bij elke tien meter een beetje meer sterven. De ploeg was volledig uit elkaar gereden en ze volgden elkaar met grote tussenafstanden.
Een van hen vroeg trouwens om assistentie om zicht elaten voorttrekken door de wagen. Vermits hierover geen afspraken waren gemaakt en er geen enkel storting in het pensioenfonds voor gepensioneerde chauffeurs op weg naar Compostela was gestort, kon ik daar niet zo maar op ingaan. Na contact met de wedstrijleiding kreeg ik via mijn oortje de vraag om wie het ging. Na een kortje beschrijving kwam het bericht terug dat de betrokkene nog met openstaande schulden stond na een gelijkaardig voorval op de Ibaneta en dat ik dus het raampje waaraan hij zich wou vastklampen moest sluiten. Toen ik dat dan ook met een welwillende glimlach deed, dreigde hij ermee mij te slaan met zijn sacoche. Vanavond wordt overlegd of hij uit de verdere wedstrijd moet worden gesloten.
Een na een pikte ik de renners op. Zelfs onze vorige bergkoning en fiere drager van de bolletjestrui die trouwens in Ardooie een ster heeft op de Walk of Fame naast onder andere Laura Lynn, Veerle Dejaeghere, Filip Vanhaecke, Marc Degryse en Mathias Sercu en nu geniet van een welverdien de rust in Oostende of op zijn zeiljacht, had het moeten afweten en hij had na korte tijd het wiel moeten lossen en toen drong het tot mij door dat ik hier het einde van een tijdperk aan het meemaken was. Met al hun kracht konden ze niet meer op tegen de energie van de aanstormende Lisa die hen allemaal zonder ook maar om te kijken had losgereden. Ik zag haar ver boven de eerste achtervolger over de weg zweven terwijl ze met een soepele pedaalslag meter na meter meer afstand nam van deze generatie sterke renners. Met weemoed besefte ik dat het in de volgwagen nooit meer zou zijn als vroeger, maar ik moest naar de top en ik was er nog maar net toen de koploopster er ook aankwam. Ze was niet eens buiten adem en ze kon zonder problemen een interview over haar ervaringen op de eerste beklimming. Ik was intussen gestopt om de tussentijden op te nemen omdat ik vreesde dat sommige renners buiten de toegelaten tijd zouden aankomen en ze morgen niet verder zouden kunnen starten. Een hartelijke proficiat voor Lisa en haar prachtige prestatie ….Chapeau (liefst een witte om te passen bij het sacochke) voor jullie allen want eerste of laatste het blijft een sterke prestatie om zo’n berg omhoog te rijden. Ik kan makkelijk lachen maar in de wagen voel ik de inspanning en de vermoeidheid van spieren en benen niet en ik kom dat mannetje met zijn hamertje niet zo meteen tegen. Alle gekheid op een stokje, ik meen het eerlijk: een dikke proficiat.
Eenmaal boven moest de jonge kerel uit Rumbeke City een steen op de hoop die er al ligt, leggen om zo al zijn zorgen daar achter te laten. Het kon niet zijn voor zijn zonden, want daarvoor was de steen veel te klein. Uiteraard zal hij nu sneller kunnen klimmen zonder dat gewicht. Dus Lisa, opgelet voor morgen.
Ne de beklimming volgt de afdaling en die was niet minder gevaarlijk. Er zijn geen uitwijmogelijkheden en de dieptes naast de weg liegen er niet om en het gaat snel naar beneden. Het is een verademing als je in Molinaseca weer eens normaal kan rijden. Vandaar ging het dan rechtstreeks naar Ponferrada.
Daar aangekomen zorgden de renners voor enig hilariteit in de stad door met een bagagetrolley een paar honderd meeter over straat te lopen naar de wagen en dan terug met een volgeladen trolley. Ikzelf hield enige afstand want ik moet hier wellicht met andere teams nog terugkeren en je wilt niet meteen geassocieerd worden met een dergelijke vertoning.
We hadden ze al lang niet meer gehoord of gezien, maar hier zijn ze dan: de tempeliers of de Orden del Temple. Je vindt hier een zeer groot, prachtig bewaard tempelierskasteel. Het is zo groot doordat we hier op het grensgebied zaten van de strijd tegen de moren en de tempeliers hier als soldaten en ridders optraden om die moren tegen te houden liefst terug te drijven. Ze spreken in die tijd van ‘restauratie’, de term die vandaag hiervoor gebruikt wordt ‘reconquista’ werd in die tijd nooit gebruikt. In Ponferrada hadden ze ook de eerste met ijzer versterkte brug. Het zou nog 700 jaar duren voor men hen dat nadeed in Engeland.
Het zou zonde zijn om van hieruit niet af te zakken naar Las Médulas (Werelderfgoed sedert 1997) en dat hebben we dan ook gedaan.Om al dat moois te bezichtigen hebben ze er zelfs een uitkijktoren voor gebouwd in Orellan, zo’n 20 km zw van Ponferrada. Het was een moeilijke rit die ons redelijk hoog bracht maar de inspanning loonde de moeite. We werden beloond met een adembenemend uitzicht op wat overbleef van de romeinse ontginningen van deze heuvels op zoek naar goud. De combinatie van de diepe bruinrode kleur, sienna met het groen van de ertussen groeiende bomen is prachtig. We waren blij dat we dat hadden gezien en als beloning dronken we allemaal bij de wagen een mooi gekoeld biertje (met dank aan Philippe) uietraard zero zero zero enz alcohol. Na enige rust voor de wagen en de passagiers die door mij waren mishandeld op de tocht naar boven, vertrokken we dan huiswaarts.
Om de dag af te sluiten namen we een lichte Italiaanse maaltijd in open lucht en het briesje zorgde ervaar dat de opgebouwde spanning wat wegebde. We waren dan ook helemaal onder de indruk van de spontane biecht van de steendrager over een voorval vorig jaar waarbij hij bekende dat het mogelijk was dat hij misschien enigszins als je alles goed bekijkt toch zou kunnen gedacht hebben dat ik verantwoordelijk was geweest voor het maken van een kras in de wagen. Ik wist het, ik had het gevoeld en gezien in de afgewende blikken en de samenzwerige glimlach van de andere reisgenoten: zij allen dachten dat ik het was die de bumper van de wagen had beschadigd ofschhon in dat steeds heb ontkend. Maar wat doe je eraan? Hadden ze zich laten beïnvloeden door de kid uit Rumbeke? Ik denk het want zij zouden nooit op dergelijke snode gedachten zijn gekomen. Gelukkig heeft de eerlijke garagehouder de situatie rechtgezet door te zeggen dat die kras al in de wagen was gemaakt voor we hem afhaalden. Maar goed, zijn bekentenis maakte veel goed zodat we nu weer samen door één deur kunnen. Laat niet weg dat ik me toch afvraag of die kleine steen op de Cruz de Fer volstaat om dat alles uit het boek van de heilige Jacobus te schrappen. We zullen het zien in Santiago. Ik zal in elk geval niet te dicht naast hem lopen, want die heiligen hebben de akelige gewoonte om zo nu en dan iemand te laten neerbliksemen als voorbeeld. Jullie zijn allemaal gewaarschuwd!
Omschrijving 3: De titel van het lied verwijst naar een dier dat als koppig wordt beschouwd.