Deze morgen was iedereen in goede stemming want men had goed geslapen en er werd gezegd dat ik een heel positieve beoordeling voor ons hotel mocht geven indien er naar gevraagd werd. Het ontbijt was ook verzorgd en de muziek in de eetzaal deed een aantal fietsers nostalgisch meezingen met een aantal succesnummers uit hun jeugd. Hun jeugdperiode was duidelijk niet die van mij maar dat wisten we eigenlijk al wel. Door de muziek werden we ook nog eens herinnerd aan de periode waarin Bruno DJ was geweest, samen met Lucien. Ik vermoed dat het hier om niemand minder dan Lucien Van Impe ging, maar ik heb daar geen bevestiging van tot op dit ogenblik want de fietsers zijn na aankomst hier in het hotel in Léon, na het vieren van het bereiken van de eindmeet door het drinken van een aantal glazen bier, nu eerts toch even een uitltje gaan knappen. Straks om 18.30 uur zouden ze weer monter en verfrist te voorschijn moeten komen om te gaan eten. Ons hotel, FC Infantas de Léon ligt maar op een paar honderd meter van het stadscentrum en dat wordt dus een korte wandeling. Ik meende eerst dat we in een voetbalclub zouden worden gelogeerd, gezien de afkorting FC, maar ik heb hier nog geen groene mat ontdekt en dus ga ik ervan uit dat FC de afkorting van een keten zal zijn.
Tijdens het ontbijt vernam ik ook nog dat Francis bij het naar de kamer gaan was uitgegleden en gevallen. Gelukkig zonder erg. Ze hebben dus Léon bereikt met een enkele platte band, een valpartij in de gang en verder een kras vooraan onderaan de bumper van de wagen. Als chauffeur kijkt iedereen uiteraard naar mij, maar ik zou niet weten waar ik die kras zou hebben opgelopen. Volgens mij, maar men bekijkt me toch met enig ongeloof, is die kras veroorzaakt door een andere weggebruiker, toen de wagen geparkeerd stond in Burgos. Ik vrees dat er voor mij volgend jaar geen vervolg meer zal gebreid worden aan het avontuur en dat men zal uitkijken naar een meer ervaren en voorzichtige chauffeur.
Er werd weer vertrokken op het normale uur, zo rond twintig voor negen en we spraken af in Sahagun tegen 11.30 uur. Eerst ging ik nog brood kopen in Fromista zelf en ik wou toch ook eens gaan kijken naar de San Martin uit 1066, dat is immers het perfecte voorbeeld van een Romaanse kerk langs de Camino. De verhoudingen tussen de bouwvolumes zijn prachtig en juist zoals ze moeten zijn en onder de rond de kerk lopende dakrand zijn niet minder dan 309 kopjes van mensen en dieren afgebeeld. Ik ging erheen en ik zag dat het mooi was.

Rond de kerk zaten heel wat pelgrims koffie te drinken of te ontbijten. Het zijn mensen van allerlei slag, ze zijn in groepjes of alleen, te voet of met de fiets. Jonge mensen, soms nog tieners, maar ook oude mensen die soms moeizaam voetje na voetje vooruitgaan en het pad, de weg, de heuvel en vooral zichzelf telkens weer overwinnen. Het vergt moed en doorzettingsvermogen en een stalen wil om telkens weer aan die dagelijkse tocht te beginnen. Ik kan enkel respect hebben voor zoveel inzet. Het is een echte prestatie. En vanaf hier zijn ze ontelbaar geworden. In Frankrijk zagen we ze nog maar druppelsgewijs, maar hier wordt het een onstuitbare stroom. Ze zijn gepakt en gezakt, met Sint Jakobsschelp als herkenningsteken en heel dikwijls een wandelstok of Nordic walking sticks, hier en daar zie je een koppel met een identieke uitrusting hand in hand, dan weer mensen die moeilijk vorderen, er zijn er zelfs bij die karretjes laten trekken door hun hond, ofschoon dat uitzonderlijk is, want meestal trekken ze hun karretje zelf of het hangt achter hun fiets.
Vanuit Fromista ging het naar Villalcazar de Sirga waar de Virgen Blanca in een voor dit dorp veel te grote kerk staat. Maar hier gebeurden dan ook mirakels. Zo brak hier de ijzeren staaf van 12 kg die een pelgrim met zich moest meedragen naar Santiago als straf voor zijn zondig leven. De Virgen zorgde ervoor dat de staaf in twee stukken brak en dat werd gezien als het teken dat de zonden van de zondaar waren vergeven. In de kerk liggen ook een paar koningsgraven. In Spanje zijn er hier blijkbaar nogal veel koningen en koninginnen (ze voerden ze zelfs uit naar België), want je vindt ze in heel wat kerken en kathedralen.
Wat je ook in elk dorp vindt, is een beeld van een pelgrim of van Santiago zelf. Ze komen in allerlei variëteiten, de ene al realistischer dan de andere, maar allen verwijzen naar de voettocht.
Het landschap tussen Fromista en Sahagun is redelijk vlak zodat oneze fietsers hier geen grote krachtinspanningen meer moeten doen en ze vorderen dan ook heel snel. Ik moet zorgen dat ik mijn bezoeken vlug afwerk of ze staan, welsiswaar niet in de kou, maar toch zonder eten aan de afspraakplaats. Toch nog eerste even stoppen in Carrion de los Condes om daar een en ander te gaan bekijken. Er is de Santioagokerk met een prachtige gevel en fries en natuurlijk ook het Monasterio van San Zoilo. Ik dacht dat het in het centrum lag, maar ik was weer eens verkeerd en ik moest het hele dorp door en de rivier over voor ik het vond en moest vaststellen dat het pas om 10.30 uur openging, ze zullen zich hier zeker niet doodwerken. Ik ging dan maar even zitten op een bank voor de ingang en het moest natuurlijk weer lukken dat er een Spaanse wagen stopte voor mijn neus om aan mij, of all people, de weg te vragen. Ik moet er zeker niet al te veel als een toerist hebben uitgezien en zeker niet als een pelgrim want anders was die chauffeur zeker niet bij mij gestopt. Ik moest hem afwimpelen met No soy espagnol, soy flamenco, na hablo bien espagnol. Dat leek hij toch te berijpen en met een beminnelijke glimlach en een handgebaar nam hij dan ook afscheid. Ik met toch echt aan mijn pelgrimsuiterlijk gaan werekn ,mocht ik volgend jaar nog meegaan op deze tocht. Zo’n wat verwaarloosd en vermoeid uiterlijk is trouwens ook handig wanneer je toegang moet ebtalen want meestal is er een prijs voor ‘peregrinos’ en voor anderen en nu moet ik altijd iets verzinnen om toch de laagste prijs te betalen. Wat altijd helpt is duidelijk zichtbaar je stempelboekje in je pijpzakje te steken en zeker een verfrommelde of van kleur verschoten hoed te dragen. Om 10.30 uur raakte ik toch binnen en zo kon ik, volgens sommigen, de mooiste renaissance kloostergang van Spanje bezoeken alvorens mij terug te reppen naar de wagen om met gezwinde spoed naar de wachtende fietsers in Sahagun te rijden.
In Sahagun, net midden op de Camino, stonden de fietsers al te wachten. Om de tijd te verdrijven waren ze naar de San Tirso kerk gegaan en van daaruit was Bruno voor hen stempels voor het boekje gaan halen bij een nonnetje in een slotklooster. Eerst wou ze maar een boekje afstempelen maar met enige overreding en zijn gebruikelijke vlotte charmante manier in het omgaan met vrouwelijke geestelijken, kon hij toch voor elk van hen een stempel bemachtigen. Daar begonnen we dan ook aan onze laatste maaltijd te velde en er werd dus niet op een stuk brood meer of minder gekeken, want alles moet op zodat er meer ruimte komt in de wagen achteraan.

Op de foto is Bruno te zien nadat hij de stempels heeft bemachtigd, let op de boekjes in zijn hand. De pelgrimsstaf met drinkbus is geleend van het monument en werd normaal niet door hem op de fiets meegedragen.
Nadat de fietsers aan hun laatste traject waren begonnen, ging ik nog even op ontdekking in Sahagun om de San Lorenzo kerk te gaan bezoeken. Dat is een mooi voorbeeld van mudejarstijl (mudejar zijn moren die in het heroverde Spanje tussen de christelijke bevolking zijn blijven leven en die Moorse invoeden in hun architectuur en andere kunstvormen integreerden).
Na Shagun stopte ik nog eens in El Burgo Ranero en in Mansilla de las Mulas, maar behalve resten van oude stadswallen in het laatste dorp was er niet echt veel te zien en dus dan maar meteen op naar Léon. Ik kwam er met de wagen net aan op het ogenblik dat ook de fietsers hun laatste pedaaltrappen deden zodat we samen konden inchecken in het hotel. Om de goede afloop van de tweede ronde naar Santiago te vieren en te klinken op de prachtige sportieve prestatie van de fietsers dronken we dan ook menig glas alcoholvrij bier. Daarna naar boven voor de platte rust waarvan er bij mij niet veel in huis kwam.
Ik wilde na het typen aan de blog, mezelf opfrissen om mee te gaan eten maar toen ik in de badkamer was, hoorde ik plots iemand in mijn kamer binnenkomen. Ik kon niet uit de badkamer, naakt en nat van de douche om te kijken wie er hier wel binnen zat in mijn kamer. De indringer moet uiteraard gezien hebben dat de kamer bezet was want mijn bagage stond hier en mijn ipad, portefeuille, iphone en andere zaken lagen op het bureau. Tot overmaat van ramp trok de ongenode gast bij zijn of haar vertrek mijn sleutel uit de elektriciteitsschakelaar zodat ik in het donker zat en bovendien geen deursleutel meer had. Mas problemas en nog meer van dat! Ik dus vlug iets aangetrokken en in een Spaanse furie naar beneden naar de receptie. Bleek dat de receptionist inderdaad op mijn kamer was geweest om daar een kamerjas en slippers te leggen en ja, die lagen er van zodra ik weer licht kon maken om te zien wat er nog wel en niet in de kamer was. Een kamerjas of badjas in een hotel zonder zwembad? Ik zie er niet echt het nut van in en zeker niet als je daarvoor de bewoner van de kamer poedelnaakt en druipnat in de badkamer moet insluiten. Maar de camino heeft rust gebracht ook in mijn getormenteerde ziel zodat ik dit alles kalm en gelijkmoedig kan aanvaarden (nu toch terwijl ik met mijn kamerjas aan dit zit te typen).
Nadat de fietsers geduldig op mij hadden gewacht, konden we dan een kijkje gaan nemen in Léon. Meteen een andere sfeer dan in Burgos, volkser en minder net, kleiner ook. Ook de kathedraal is niet te vergelijken met de pracht van Burgos maar dat gaan we morgen wat van dichterbij bekijken. Wel werd voor het portaal de officiële aankomstfoto van de fietsers getrokken. Er staat ook wel een mooi Gaudi gebouw, la Casa Botines (heeft niets met schoenen te maken) en wellicht vinden we morgen nog wel een paar bezienswaardigheden. Daarna gaan eten en dat was een voltreffer, het was de meest verfijnde maaltijd van het hele verblijf. Op de foto in het restaurant zie je onze drie fietsers
Na ons bezoek aan Léon in de ochtend, vertrekken we dan richting België. Vervolg volgend jaar want de peregrinos huldigen de leuze die in Mansilla op een muur stond geschilderd

Maar dat hoger en verder zal voor 2019 zijn, voor dit jaar was het fijn en mooi en het zal voor alle deelnemers een overgetelijke ervaring blijven. En nog een tweetal dagen blog en ook dan is dit weer afgelopen. Ik weet nog niet van waaruit ik morgen zal bloggen en zelfs niet of er in dat hotel wifi zal zijn om te kunnen bloggen, maar dat merken jullie uiteraard morgen wel.
Wedstrijdvraag: Onze vorige koningin droeg de naam Fabiola Fernanda Maria-de-las-Victorias Antonia Adelaida Mora y …………… Het laatste deel van haar naam (moet je invullen) verwijst naar een van de comunidades autonomas. Hoeveel zijn er zo in Spanje?
Aragon y 17. Maar, even en passant, ik verkies toch Extremaduradam, lekker overzichtelijk en rap in en uit ! Al lijkt me ook La Rioja een aantrekkelijk oord … Enfin, yo hablo cagar de torrero, tapenado. Oeps, apenado, disculpe.
LikeLike